Unplugged

Wie mijn blogs van de afgelopen weken gevolgd heeft, kan daaruit makkelijk de indruk krijgen dat ik enkel fantasy schrijf. Niet dat ik mij daar voor schaam (zoals ik het zie bestaan er geen goede of slechte genres, maar alleen goede en slechte verhalen), maar het is gewoon niet waar…
In de tien jaar dat ik schrijf, was fantasy (maar meestal zónder al die draken, heksen, tovenaars, trollen, elfen enz.) slechts een deel van wat ik schreef. Ik haalde ook met regelmaat de shortlist en/of bundel bij een ‘gewone’ schrijfwedstrijd.
Vandaag kwam daar een leuk vervolg op, namelijk bij de ‘Unplugged-wedstrijd’ van Schrijven Online. De opdracht was als volgt:

unplug

Verwerk deze zin in je inzending: ‘De telefoon, internet, televisie – alles gaat uit. Je slaakt een zucht.’ Alle genres zijn mogelijk en jouw verhaal mag maximaal uit 500 woorden bestaan. De deadline van de inzendingen is op 10 december om 18:00 uur. De winnaar wordt op 6 januari tijdens de Nieuwjaarsborrel van de Schrijversacademie en op Schrijven Online bekend gemaakt. Jouw bijdrage kun je opsturen door het volgende wedstrijdformulier in te vullen.
Jury en prijzen
De jury bestaat uit René Appel (schrijver) Frank Noë (hoofdredacteur Schrijven Online) en Lies Aris (schrijfster en docent Schrijversacademie). De winnaar krijgt een opleiding ter waarde van €1950 van de Schrijversacademie naar keuze, die 1,5 jaar duurt. De tweede prijs bestaat uit een Kobo e-reader.

Voor de op 18 december bekend gemaakte longlist zie de link hieronder:

http://schrijvenonline.org/nieuws/longlist-schrijfwedstrijd-unplugged-bekend

@edit
De shortlist met drie finalisten haalde ik dus niet. Teleurgesteld kon ik daarover nauwelijks zijn. Ik vond het al erg mooi dat ik met een SF-stukje de beste 5% van de wedstrijd (de longlist telde 23 namen op meer dan 400 inzendingen) haalde. En het schrijven van dit soort korte verhaaltjes blijft hoe dan ook een prima schrijfoefening…

Boekpresentatie Traisha en het Ei

De presentatie (zaterdag 13 december bij boekhandel Derijks in Oss) was een mooie ervaring. Van mijn uitgeefster en ook van medeschrijvers met een vergelijkbare publicatie wist ik dat je zo’n presentatie niet voor de verkoop hoeft te organiseren. De meeste potentiële kopers kijken eerst de kat uit de boom en wachten op de eerste recensie(s). Logisch, zo doe ik dat zelf ook.
Toch werd het druk genoeg om er met wat familie en schrijfgenoten een gezellige boel van te maken, waar ik na afloop met veel plezier op terugkeek. Toen ik met mijn vrouw arriveerde, bleken de mensen van de boekhandel bijzonder vriendelijk en hulpvaardig. Ze hadden een mooi hoekje met een grote tafel gereserveerd en zorgden ondanks de zaterdagdrukte met regelmaat voor verse koffie en thee. Als echte Limburgers hadden we uiteraard zelf een paar vlaaien meegenomen.
Een lang verhaal ga ik er niet van maken. Ik laat het bij een minifotoreportage.

IMG_20141213_130328

De eerste foto doet een beetje aan pakjesavond denken. Het ‘pakje’ op de voorgrond bleek een bijzondere verrassing te bevatten, namelijk een kersverse fantastische tekening van Gidion Van der Swaluw, een illustrator die samenwerkt met medeschrijfster Nienke Pool. Nienke bood dit cadeau ook namens Gidion aan. Zie hieronder.

IMG_20141213_130718

Wie meer van Gidions fantastische werk wil zien; hier volgt de link naar zijn facebookpagina: https://www.facebook.com/gidion.vandeswaluw?fref=ts

Dan nog de (uiteraard verplichte) signeerfoto:

IMG-20141213-WA0000

Tot slot leg ik voor mensen uit Panningen en omgeving die via een publicatie in ‘Ut Bledje’ op mijn website belanden uit waarom ik die presentatie in Oss hield, terwijl ik toch mijn hele leven in of rond Panningen gewoond en gewerkt heb. Dat is logischer dan het lijkt. Toen ik namelijk via de sociale media en het forum waar ik vaak actief ben (Schrijven Online) ging turven wie naar die presentatie wilde komen, bleken dat vooral over het hele land (plus Vlaanderen) verspreid wonende medeschrijvers en familieleden uit Nijmegen en omstreken te zijn. Daar zaten ook nog eens mensen tussen die bij voorkeur met de trein reizen. Oss, met een vanuit het westen vlot bereikbaar treinstation leek mij alles bij elkaar een goede keus.

Illustreren is een vak apart

Illustreren is helaas een vak apart. Waarom helaas? Nou ja. Heel gewoon. Ik zou zielsgraag willen dat ik niet alleen kon schrijven (nu ben ik een tikkeltje onbescheiden…), maar ook zelf illustraties kon produceren die voor mijn gevoel in beelden vangen wat ik in mijn schrijfsels uit probeer te drukken.
Hoe kom ik daar ineens op? Eigenlijk toevallig. Via de ‘sociale media’ en met name Facebook (dat ik vrijwel uitsluitend gebruik voor alles wat met met boeken, schrijven en lezen te maken heeft) komen er met regelmaat voorbeelden voorbij van illustraties die mij jaloers maken op het talent van de maker. In dit geval was dat:
http://droomoog.nl/pas-op-trollen-2/
Een dergelijk niveau ga ik niet meer bereiken, zelfs niet als ik het schrijven opgeef en twaalf uur per dag ga schetsen, zwoegen en tekenen tot ik er bij neerval. Ieder heeft nu eenmaal een andere aanleg meegekregen, op die zeldzame geluksvogels na die bij hun geboorte op de een of andere manier met alle mogelijke talenten tegelijk bedeeld zijn en een kei worden in alles dat ze aanpakken. Tot die categorie behoor ik niet. Helemaal berusten doe ik daar niet in. Een paar keer heb ik manmoedige pogingen gedaan om toch iets te produceren dat bij het een of ander kort verhaaltje zou kunnen passen. Bij een enkele tekening lukt dat, zoals het onderstaande voorbeeld dat in maart 2015 in een van de ‘Gentasiabundels’ als uitvloeisel van de gelijknamige schrijfwedstrijd bij een ‘fantastisch sprookje’ van mijn hand gaat verschijnen.

2013-12-18 Een hoge prijs 2

Ik denk dat dit de uitzondering gaat worden die de regel bevestigt. Tenzij… ik de komende jaren de tijd weet te vinden om naast mijn schrijven te blijven werken aan de kwaliteit van mijn tekeningen. Maar ik denk eerlijk gezegd dat dit een illusie zal blijven. Illustreren is en blijft een vak apart.

Maar vooruit… Nog eentje dan die naar ik hoop een beetje in de sfeer is van de drie 120w-stukjes hieronder. Die passen in mijn plan om na de ‘gewone’ bundel die zaterdag bij EigenZinnig uitkomt (zie vorige twee posts) ook een bundel uit te brengen met uitsluitend korte stukjes van exact 120 woorden zoals hieronder.

HONGER(1)

Na vele ontberingen bereikte ik de drakenklip. Weken later zag ik een stipje aan de horizon uitgroeien tot een groengeschubd monster, dat voor mij op de klip landde.
‘Sterveling,’ siste Chalyssa, ‘weet je niet dat ik van mensenvlees houd? Je hebt geluk dat ik niet hongerig ben.’
‘Daar hoopte ik op,’ zei ik. ‘Mag ik op je rug mee naar het Drakeneiland zonder dat je me daar alsnog opeet? Ik weet dat draken nooit liegen.’
‘Akkoord,’ antwoordde ze.
We schoten zo snel omhoog dat de loeiende wind mij bijna van haar rug blies. Spoedig zag ik het Drakeneiland opdoemen. Chalyssa koerste op een bergtop af.
‘Waar landen we?’ schreeuwde ik.
‘Op mijn horst natuurlijk,’ riep Chalyssa. ‘Mijn kinderen hebben honger.’

2013-12-20 Dochter 0 - bijgewerkt in Paint 2

HONGER(2)

Waarom lag ik hier op mijn buik? En wat was het gruwelijk koud…
Ik wist mijn hoofd net ver genoeg op te tillen om over de rand van ruwe keien te kijken. Het uitzicht benam mij de adem. Diep beneden mij golfde een oerwoud van smaragd, omzoomd door een gouden strand en een azuurblauwe oceaan.

Hees gesis klonk achter mij. Iets sleepte mij aan mijn voet naar achteren.
‘Geduld!’ Ik hoorde een rasperige stem. ‘Jullie hebben net twee herten op.’
Chalyssa’s horst! Nu wist ik wat de naar zwavel stinkende smurrie was waarin ik lag. Verse drakenstront…

‘Chalyssa,’ smeekte ik, ‘waaraan heb ik dit verdiend?’
‘Dat weet je best. Het is een grote eer om drakenjongen tot voedsel te dienen.’

HONGER(3)

Daar lag ik dan. Een hemels uitzicht in een uitzichtloze positie…
Moeizaam werkte ik me op mijn knieën en draaide mij om. Ik moest en zou weten door wie of wat ik zo dadelijk verscheurd zou worden.
Chalyssa leek een schoonheid in vergelijking met de kale, ruftende creaturen die mij hongerig aanstaarden. Zonder hun brandende blik en flitsende, gifgroene tongen zou ik er nooit drakenjongen in herkend hebben.

Ik wierp een blik op Chalyssa. Die had alle belangstelling voor mij verloren. Ze strekte haar massieve poten en verduisterde de zon met haar geschubde vleugels. Luttele tellen later was ze enkel een stipje aan de horizon.

De drie jongen waggelden op mij af.
Ik kwam overeind en sprong in het diepe…

Boekpresentatie zaterdag 13 december

Dan kan ik nu definitief bevestigen dat de presentatie van ‘Traisha en het Ei’ op zaterdagmiddag 13 december doorgaat. Het was nog even spannend of dat er in zat, maar het manuscript kon gelukkig op tijd in definitieve vorm naar de drukker. Toen ik dat zeker wist, heb ik meteen gebeld met de boekhandel die ik al eerder benaderd had. Binnen een paar minuten waren de afspraken toen gemaakt.

Wanneer?

Zaterdag 13 december 13.00 uur tot ergens rond 14.30 uur

Waar?

Boekhandel Derijks, Walstraat 8 in Oss (een paar minuten lopen van het station)

Waarom daar?

Dat is een soort compromis geworden. Geïnteresseerde vrienden en familieleden wonen vooral in Noord-Limburg of Gelderland. Daar ligt Oss mooi tussenin. Ik heb overwogen om voor mijn eigen dorp te kiezen, maar omdat Panningen geen station heeft, was dat voor mensen die met de trein willen komen een wel erg lange reis geworden, zeker vanuit de Randstad. Maar er was nog een reden. Boekhandel Derijks is een van de zeven Nederlandse boekhandels die meededen aan een ‘pilot’ om het fantasygenre beter en overzichtelijker in hun winkel te presenteren.

Hoe?

Ik wil de opzet graag bescheiden houden omdat ik de eerste keer dat ik zo’n presentatie houd geen flauw idee heb hoeveel mensen er op komen dagen. En het is natuurlijk niet leuk om een toespraak te houden met je vrouw, drie familieleden, vier medeschrijvers en vierendertig lege stoelen als publiek…
Geen speeches of zo dus en eigenlijk vind ik dat ook wel prima. Liever maak ik er gewoon een gezellige ‘aangeklede signeersessie’ van. Zijn er minder mensen dan ik misschien verwacht had, dan geeft dat met zo’n opzet niks. Dan is er nog meer gelegenheid om bij te praten met mensen waarmee je meestal alleen digitaal contact hebt.

Om enig idee te hebben van het aantal mensen die 13 december naar Oss komen, zou ik het prettig vinden als je dat via SOL, Facebook of mail eventjes laten weten. Maar dat hoeft natuurlijk niet. Er zullen altijd mensen zijn die wel willen, maar niet weten of ze er in de drukke weken voor kerst aan toe komen. Die zijn uiteraard even welkom!

Bonus!

Zolang de voorraad strekt, krijgen mensen die de bundel vóór 13 december bij mij bestellen óf hem bij de presentatie kopen als bonus een exemplaar van ‘IJstijd’, mijn prehistorisch jeugdverhaal dat als Vlaams Filmpje bij Averbode uitkwam. Tijdens de presentatie wil ik voor de kopers van de bundel nog een ander extraatje in de strijd werpen, maar ik verraad niet wat… Logisch, want zelf weet ik het ook nog niet. Bovendien wil ik dat eerst nog even met de mensen van de boekhandel overleggen.

Mochten er op de presentatie onverhoopt te weinig exemplaren van de bundel liggen, dan zorg ik uiteraard voor een intekenlijst. Wie die invult, krijgt de bundel dan zonder portokosten thuisgestuurd. Ik verwacht niet dat het nodig zal zijn, maar je weet maar nooit.
Wie niet naar Oss komt, maar wél een exemplaar (ook zonder portokosten) bij mij wil bestellen, kan dat op elke gewenste manier doen, als ik maar een adres plus postcode krijg om het naar toe te sturen. Veel mensen die ik in het schrijfwereldje ken, hebben mijn mailadres. Maar een PB via Schrijvenonline, Twitter of Facebook werkt natuurlijk ook.

IMG_20140621_175958 - verkleind

@edit

De makkelijkste en met afstand de snelste manier om de bundel rechtstreeks bij mij te bestellen is om € 14,50 over te maken op IBAN-nummer NL63RABO0141920300 t.n.v. H.M. van den Munckhof en bij de omschrijving naam en adres plus postcode in te vullen. De twaalf eerste bestellers krijgen mijn Vlaams Filmpje ‘IJstijd’ als bonus meegestuurd. De andere 12 ‘Filmpjes’ bewaar ik voor de presentatie, uiteraard ook weer voor de eerste mensen die de bundel kopen.
Verzenden kan ik de bundels natuurlijk pas vlak voor of op 13 december, als ik zelf de eerste lading thuisgestuurd krijg.

PS: Wie op de link hieronder klikt, krijgt de volledige omslag van ‘Traisha en het Ei’ te zien.

Omslag Traisha gecomprimeerd (1)

Je boek naar de drukker en overwegingen bij het kiezen van illustraties

Ja, ‘Traisha en het Ei’ is er natuurlijk nog niet, maar voor mijn gevoel ook weer een beetje wel. Als de laatste schoonheidsfoutjes er uit gehaald zijn en het resultaat op weg is naar de drukker, heb je het eerste traject van een uitgave afgesloten en weet je vrij exact hoe je geesteskind er van binnen en van buiten uit komt te zien.
Maar de lezers van mijn website en mijn digitale presentatie op Schrijven Online of de mensen die mij af en toe op Twitter en/of Facebook volgen hebben (op dat achterflapfragment na) nog niets van de inhoud gezien, tenzij ze ooit bundels met een van mijn verhalen kochten, zoals de vier wedstrijdbundels van de Fantasy Strijd Brugge. Ik ben (nog) niet zo ver dat ik zelf een digitaal inkijkexemplaar weet te produceren, daarom los ik het hieronder maar gewoon handmatig op door een paar beginfragmenten en de bijbehorende afbeeldingen te plaatsen.

In totaal telt de bundel twintig zwart-wit afbeeldingen voor of in de verhalen, maar voor de aardigheid gebruik ik hieronder de originelen, die deels wel in kleur zijn. Ik heb ze goeddeels via bigstockphoto.com gevonden. Toen ik begon met zoeken naar in mijn ogen geschikte afbeeldingen dacht ik zo klaar te zijn. Niets was minder waar. Al snel besefte ik dat een afbeelding niet enkel bij het thema, maar vooral óók bij de sfeer van een verhaal moet passen. En dat is nog niet alles. Ook moeten de twintig afbeeldingen qua stijl niet te overdreven veel van elkaar verschillen. Als je daar niet op let, wordt een bundel nog geen eenheid. En dat laatste is uiteraard wél de bedoeling.
Ook bij de selectie van de negen verhalen heb ik dat soort afwegingen gemaakt, waardoor bijvoorbeeld een verhaal dat ooit hoog bij De Paul Harland Prijs eindigde toch afviel, omdat het op de keper beschouwd meer een prehistorisch dan een echt fantastisch verhaal was.

Goed, dat was ruimschoots genoeg als inleiding. Nu volgen de beloofde illustraties plus beginfragmenten.

Castle In 3D.

Tar

Tar wachtte op zijn beurt om voor Al-Ar-Kah, Heer van de Vlakte, geleid te worden.
De man voor hem, een hevig zwetende paleisdienaar, jammerde als een klein kind toen de wachten hem wegsleurden. Tar voelde geen spoor van mededogen. Waarom zou hij ook? Wie zou straks een traan om hém laten bij zijn onvermijdelijke gang naar het hakblok?
Een dreunende gongslag gaf aan dat de volgende beklaagde aan de beurt was. Terwijl de aanklager zijn naam oplas, was Tar al onderweg naar de rode tegels voor de trappen die naar Al-Ar-Kah’s kolossale troon voerden. Hij knielde rustig neer, boog en drukte zijn voorhoofd tegen de koude steen.
Al-Ar-Kah sprak. Zijn stem klonk zacht en zalvend. Toch was elk woord, door de perfecte akoestiek van het gewelf achter hem, duidelijk verstaanbaar.
‘Aha, ik zie hier een van mijn eigen lijfwachten. Dat gebeurt bepaald niet elke dag. Marukh, fris mijn geheugen op en vertel ons wat deze man misdaan heeft.’

Enchantress

Amura’s val

Orriks Piek reikte tot hoog boven de burcht. De zwarte toren bezat een enkel balkon, dat als een pokdalige wrat uit haar stenen huid groeide.
Amura staarde over de borstwering naar de kronkelige straatjes van Ombar diep beneden haar. Voorbij de verweerde stadsmuren kon ze tegen een achtergrond van gele stofwolken nog net de lange staken onderscheiden waarop, naar eeuwenoude traditie, de hoofden van Ombars vijanden gespietst werden.
Het waren geen verse hoofden meer, maar enkel een paar kaalgevreten, vergeelde schedels, bedacht Amura bitter. Niet dat ze zo dol was op de zwermen vleesvliegen of op de stank die na een geslaagde rooftocht buiten de poorten hing. Maar als Orrik, heerser van Ombar en de omliggende landstreken, op pad was, had hij geen tijd haar te storen bij haar favoriete bezigheden…

Falcon Silhouette - Retro Clip Art

De laatste proef

Een
De kleuren van de steppe losten langzaam op in een onbestemd grijs. Donkere bergketens staken scherp af tegen een indigoblauwe hemel, waar de eerste sterren al verschenen.
De stofwolk, die snel in de verte verdween, betekende iets, iets belangrijks dat met hem te maken had. Verder kwam hij voor-lopig niet. Hij wilde zuchten en probeerde met zijn hoofd te schudden. Maar er kwam geen zucht en er was niets dat kon schudden.
Hij dwong zichzelf de pijn van zijn geest te negeren. Meteen kwam er een vage herinnering boven. Ooit was hij iemand met een naam geweest! Maar wat was dat, iemand? En wat was een naam eigenlijk? Niets gaf ook maar het minste houvast. En hoe vreemd was het dat hij wel de namen kende van alles om hem heen; van de grond beneden hem, van de stenen, de planten, van de diepzwarte hemel daarboven en van het gras op de lege steppe, dat onder een kille wind heen en weer golfde.
Hij gaf zich over aan het ritme en het gevoel van die beweging, want het bood hem troost en de illusie dat hij toch nog ergens deel van uitmaakte. Hij zou gewoonweg een minuscuul deeltje van deze vlakte worden, een korrel zand op de dorre bodem of een stofje op een van de taaie stengels.

dark scene with man silhouette in forest at night

Hellevaart

De zee tussen mij en het eiland lijkt een plas gesmolten lood, waarin mijn roeiriemen bij iedere haal dreigen te blijven ste-ken. Zweet prikt in mijn ogen en loopt in straaltjes over mijn rug. Ik vervloek de bijgelovige kapitein, die weigerde bij het eiland voor anker te gaan. Kilometers uit de kust liet hij de roeiboot neer. Zelfs mijn dreigement om hem wegens contractbreuk geen cent te betalen maakte geen enkele indruk op hem. In plaats van te antwoorden sloeg hij een kruis en beduidde mij om snel de touwladder naar de sloep af te dalen.
Ik zet de gedachte aan zijn ergerlijk gedrag van me af en richt me op het eiland voor mij. Op die ene koppige pater na, waar ik nu naar op zoek ga, is het uitgestorven. Maanden geleden vluchtten de laatste vissers in hun prauwen om op het grotere buureiland een goed heenkomen te zoeken.

 

Vague silhouette of a beautiful naked woman.

Matinee

Zwetend worstelt de jongen zich door de zuigende modder. Aan de overzijde van het stroompje staat hij hijgend stil. Vertwijfeld vraagt hij zich af wie of wat hem op de hielen zit, terwijl de morgen toch zo vredig en alledaags begon.
´Lars, breng deze bijl naar de boerderij van de oude Bas-sing,´ zei vader na het ontbijt. ´Hij heeft me er al drie keer naar gevraagd en zelf heb ik vandaag geen tijd.´
Ongeveer halverwege, vlak bij het grote moeras, ving hij de geluiden op van de spookjagers waarover hij de vrouwen bij de waterput soms hoorde fluisteren, de stemmen van de dood… of erger. Hij had geen flauw idee hoe hij die herkende, maar hij wist wél zeker dat hij de zware bijl meteen moest laten vallen om te kunnen rennen voor zijn leven.
Lars schudt heftig met zijn hoofd om die verse herinnering te verjagen. Al zijn energie is nodig voor het hier en nu, want dood wil hij nog lang niet. Hij steekt een met speeksel bevochtigde wijsvinger in de lucht. Een zwoele wind blaast zijn lucht nog altijd in de richting van zijn onbekende achtervolgers en hun woest blaffende honden.

Face Of Woman With Cracked Skin

Shogi

Hun huisje stond op een groene heuveltop, hoog genoeg voor een onbelemmerd uitzicht op de rivier die door het woud beneden hen kronkelde, op de besneeuwde bergreuzen in het noorden en op het grote moeras met zijn wirwar van riet, modder en ontelbare stroompjes.
Laat in de herfst, als de eerste nachtvorst krakerige vliesjes ijs op de regenplassen toverde, waren de ochtenden vaak zo helder dat de besneeuwde toppen van het grensgebergte als gekartelde tanden afstaken tegen een paarsblauwe hemel. Als Shogi op zo’n morgen huiverend wakker werd en zag dat de slaapplaats naast haar koud en leeg was, vond ze haar moeder altijd op dezelfde plek. Op de bank voor hun uit boomstam-men opgetrokken huisje zat Yada dan naar de horizon te staren, waar ergens ver achter de bergen haar geboorteland lag. Op dat soort momenten ging Shogi stilletjes naast haar moeder zitten en probeerde zich voor te stellen waarheen Yada’s gedachten haar voerden.

Schrijfwedstrijdenverslaving

Ik geef het meteen toe, er zijn ergere verslavingen te bedenken dan die aan schrijfwedstrijden. Maar toch, soms kan het knap lastig zijn. Elk jaar opnieuw neem ik me voor om eens wat meer wedstrijden aan mij voorbij te laten gaan om zo meer vaart in mijn langere verhalen te krijgen. Die moeten nu vanwege mijn verslaving met regelmaat een periode van eenzaamheid en ernstige verwaarlozing zien te overleven.
Blijkbaar kan ik de kick van die wedstrijden moeilijk missen. Haal ik eens de longlist of shortlist, dan smaakt dat naar meer. Gelukkig lukt me dat met regelmaat, maar uiteraard níét altijd. Toen ik pas schreef, was ik in zo’n geval diep teleurgesteld, dacht gelijk dat ik ‘er toch niks van kon’ en overwoog af en toe zelfs om het toetsenbord subiet ergens in de wilgen te hangen. Nu ik intussen weet dat het bepaald geen schande is om ook eens achter het net te vissen, reageer ik heel anders. Sneuvel ik in de eerste ronde van een wedstrijd, dan wil ik nu gelijk revanche nemen op mijzelf. Hoe? Ja, dat is nogal duidelijk. Door meteen weer aan een nieuwe wedstrijd mee te doen en me heilig voor te nemen om bij die ‘mislukte’ wedstrijd een volgende keer hoger te eindigen.
Vandaag hoorde ik dat ik de eerste schifting van de AZRA- wedstrijd ( http://www.azra-magazine.nl/ ) heb overleefd en bij de dertig mensen hoor die op de longlist staan. Natuurlijk ben ik daar heel blij mee, maar helpt het om mijn verslaving te overwinnen? Ik ben bang van niet. De afgelopen weken heb ik al weer twee verhaaltjes voor de A.L. Snijdersprijs plus een stukje voor de ‘Unplugged-wedstrijd’ van Schrijven Online ingestuurd. Daar komen ook zeker nog wat stukjes voor de ‘Mosterd-wedstrijd’ van 120W.nl bij. Over mijn plannen voor 2015 heb ik het dan nog niet.
Dus … wie o wie helpt mij van mijn verslaving af? Ik wacht op de gouden tip.

Je eigen teksten redigeren

Hoezo je eigen teksten redigeren, zullen sommigen denken. Is redigeren dan niet de taak van je uitgever? Ja, dat is het zeker. Maar dat is niet het hele verhaal. Als je van plan bent een goed verzorgd, gecorrigeerd en geredigeerd boek uit te brengen, dan doe je er verstandig aan om dat niet geheel en al aan je uitgever over te laten. Daar zijn een paar goede redenen voor:

1. Als je het ‘kleine grut’ (vergeten leestekens, dubbele spaties, tikfouten etc.) zelf vindt en corrigeert, betekent dat tijdwinst in het hele uitgeefproces.
2. De redacteur kan zich meer richten op het inhoudelijk redigeerwerk, zoals een juiste woordkeuze, het opsporen van te lange of ingewikkelde zinnen of tegenstrijdigheden in de plot.
3. De allerbelangrijkste reden is wat mij betreft dat je eigen tekst redigeren erg nuttig werk is, waarvan je dingen opsteekt over je eigen schrijven waarvan je in de toekomst kunt profiteren. Over dat laatste gaat mijn blog vooral.

Gelukkig had ik tijdig (een paar maanden geleden al) over die fase van corrigeren, redigeren en teksten opmaken nagedacht. Toevallig stuitte ik in de boekhandel op het boekje ‘Teksten redigeren’ van Wim Daniëls. En ja, in de inleiding bevestigt Wim Daniëls wat ik al dacht. Redigeren is óók de taak en verantwoording van de auteur zelf. Op de inhoud ga ik hier verder niet in, maar ik mag natuurlijk wél vermelden dat het een bijzonder nuttig, om niet te zeggen onmisbaar naslagwerk(je) is voor wie een boek of bundel zo foutloos mogelijk bij een uitgever aan wil bieden of (zoals in mijn geval) vlak voor een uitgave staat. Ik heb het dan ook helemaal gelezen voordat ik de tien verhalen voor ‘Traisha en het Ei’ een voor een onder de loep ging nemen.
De praktijk is altijd net iets anders dan de theorie. Al snel stuitte ik op iets waar ik niet bij stil had gestaan en waarover ik in het boekje van Wim Daniëls ook niets gelezen had, tenminste niet rechtstreeks. Wat was het geval? De verhalen die ik samen met Maaike van EigenZinnig voor mijn bundel selecteerde, beslaan een periode van ongeveer zes jaar tussen 2008 en 2014. Niet zo heel erg lang, lijkt het. Maar daar keek ik toch anders tegenaan toen ik me realiseerde dat ik in 2008 nog maar een paar jaar serieus schreef. En ja, in zes jaar tijd maak je een hele ontwikkeling door als je, zoals in mijn geval, bijna elk vrij uurtje bezig bent met lezen of schrijven. Of die ontwikkeling ook inhoudelijk is, bijvoorbeeld de opbouw van de plot of de uitwerking van de personages, is voor mijzelf een lastige vraag, die waarschijnlijk beter door de lezers van mijn bundel beantwoord kan worden. Ik ben straks (eind november of begin december) dan ook benieuwd naar het commentaar en uiteraard naar de recensies. In elk geval technisch ga je in zes jaar tijd anders en beter schrijven, is mijn conclusie. Als ik mijn oudste verhalen uit de bundel vergelijk met wat ik de afgelopen maanden afrondde, dan wordt dat heel duidelijk. Om dat concreet te maken, sluit ik af met de punten waar ik tijdens mijn correctiewerk voor de bundel tegenaan liep en waar ik een oplossing voor moest bedenken. Compleet is onderstaand lijstje natuurlijk niet. Ik beperk me tot wat me het meeste opviel.

* Woordkeuze en zinsbouw
In mijn oudste verhalen zat nogal wat archaïsch taalgebruik, zowel op woord- als zinsniveau. Woorden als ‘eenieder’ of ‘betrachten’ mogen nog in Van Dale te vinden zijn, je leest of hoort ze bijna nooit meer. Nu betekent dat niet dat al die woorden of uitdrukkingen uit een verhaal moeten. Soms past het gewoon in de sfeer van een verhaal en moet je het zo laten. Maar meestal is het toch raadzaam zoiets te vervangen door eigentijdser taalgebruik. In een verhalenbundel geldt dat nog sterker. Die hoort qua taalgebruik zo veel mogelijk een eenheid te zijn. Vandaar dat ik er een hele herschrijfronde aan gewijd heb om dat soort dingen uit mijn oudere verhalen te halen. Daarbij ontdekte ik ook dat ik slordig was geweest met het onderscheid tussen tenslotte (immers) en ten slotte (uiteindelijk). Dat moest ik een stuk of vijf keer repareren.

* Stopwoorden
Daar heeft elke schrijver (denk ik) last van. Maar als je nog niet lang schrijft is het probleem groter, omdat je er nog niet zo alert op bent. In de loop der jaren leer je je eigen stopwoordjes (wel, maar, nog etc.) kennen en sluipen ze niet meer zo vaak in je teksten. Logisch dus dat ik er in mijn oudere verhalen weer heel wat aantrof.

* Aanhalingstekens
In schrijfboeken lees je dat je vrij bent in de keuze voor enkele of dubbele aanhalingstekens. In mijn oudere verhalen gebruikte ik altijd dubbele, later enkele, omdat ik dat veel rustiger vond ogen. In een op zichzelf staand verhaal is de keuze niet zo van belang, maar in een bundel wel. Die moet ook in dat opzicht een eenheid vormen. Het gevolg was dat ik in drie verhalen alle dubbele aanhalingstekens door enkele moest vervangen. Gelukkig waren dat verhalen met niet al te veel dialoog.

* Komma’s
Een altijd terugkerend iets, omdat er slechts in een paar gevallen vaste regels voor bestaan. Verder geldt in de eerste plaats de algemene regel dat je een komma plaatst bij een natuurlijke adempauze in de zin. Zelfs tussen twee persoonsvormen hoeft niet in alle gevallen een komma geplaatst te worden. Ik zal de lezer niet vermoeien met meer regels. Die staan in elk goed schrijfboek of je kunt ze bij ‘Taaladvies’ nalezen.
Hoofdzaak is dat ik in mijn oude teksten erg weinig komma’s gebruikte. Met name tussen persoonsvormen liet ik ze nogal eens achterwege. Ook dat is iets dat je bij een bundel niet ongecorrigeerd kunt laten, ook al omdat het bij vrijwel elke langere zin raadzaam is om wél een komma tussen die persoonsvormen te plaatsen. Ook daar was ik dus uren mee aan de gang.

Ik hoop dat mijn uitweiding een beetje nuttig is voor medeschrijvers met publicatieplannen. Ik ben benieuwd of er reacties komen. Zo zou ik bijvoorbeeld willen horen of jullie tegen dezelfde problemen aanlopen of aanliepen. Verschillen zullen er best zijn. We zijn nu eenmaal allemaal anders, dus schrijven we allemaal anders en gaan verschillend met onze teksten om. Daarbij ga ik er gemakshalve van uit dat mijn blog vooral door medeschrijvers of in elk geval mensen ‘uit het schrijfwereldje’ gelezen wordt. Ik vermoed dat het zo is, al weet ik dat uiteraard niet zeker.

Omslag ‘Traisha en het Ei’ (onder voorbehoud)

Mijn bundel fantasyverhalen zit intussen in de afrondende fase. De ruwe versie is ingestuurd. Ook het ontwerp voor de omslag is klaar. Onder voorbehoud volgen hieronder de (voorlopige) cover en achterflap. Vooral die laatste kan best nog wijzigingen ondergaan, maar de sfeer zal dan wat mij betreft wel intact blijven.

2014-09-24 coverontwerp bundel Eigenzinnig - versie C - jpg

2014-09-24 ontwerp achterflap Traisha en het Ei - versie D - jpg

Herfstupdate

Kinderboekenweek, Brugge en de voortgang van mijn verhalenbundel

Ik had me stellig voorgenomen om minimaal elke maand een nieuwe blog te plaatsen. Helaas… in september is het er dus niet van gekomen.
Dan nu maar, om mijn verzuim goed te maken, gelijk drie onderwerpen tegelijk in één blog. Twee daarvan, een verslagje van de Fantasy Strijd Brugge en de voortgang van mijn fantasyverhalenbundel bij EigenZinnig, had ik al eerder gepland. Maar vorige week kwam er onverwacht een derde onderwerp bij en daar open ik nu gelijk mee.
Ik ontving vorige week een mailtje van mijn oude basisschool, waar ik van 1969 tot en met 2011 lesgaf. De vraag was of ik bij de start van de kinderboekenweek op woensdag 1 oktober op het schoolplein een ‘leespromotiepraatje’ wilde houden om daarna een fragment uit een van de eigen verhalen voor te lezen. Toevallig was dat ook nog eens exact drie jaar nadat ik daar afscheid als groepsleraar had genomen.
Ja, natuurlijk wilde ik dat dus, want al is het fijn om als pensionado veel tijd in het schrijven te kunnen steken, het is ook erg leuk om je weer eens tussen de kinderen te begeven. Bovendien schrijf ik ook af en toe nog jeugdverhalen.
Nu was het nog een hele toer om een geschikt fragment te kiezen, want op het schoolplein hadden zich alle kinderen van groep 1 tot en met 8 plus een flink aantal ouders verzameld. Vind daar maar eens een geschikte tekst voor. Ik loste het op met een fragment zonder moeilijke woorden, zodat ook de kleintjes er iets van konden volgen, al was het verhaal qua inhoud meer op de leeftijd rond tien jaar gericht. Toen ik tijdens het voorlezen af en toe naar de gezichten voor mij keek, leek die keuze wel in orde, al hoorde ik later van een groepachter dat ze het helemaal achteraan (tja, dat heb je als je de oudste van de school bent…) niet echt goed hadden kunnen verstaan. De microfoon deed het prima, maar het geluid van een enkele bescheiden luidspreker bereikt nu eenmaal niet alle hoeken van een schoolplein. Het mocht de pret niet drukken, want vooral de kleintjes hadden toch meer aandacht voor de daarna geplande boekendominino (zie de foto hieronder) dan voor mij en mijn verhaal. Wie zou het ze kwalijk nemen? Ik niet…
Na de opening gingen rond een uur of negen alle kinderen terug naar hun eigen groep. Ik werd naar mijn oude lokaal gedirigeerd, waar net als in mijn laatste jaar als leerkracht, groep 8 al op mij zat te wachten. Gelijk kreeg ik een déjà vu gevoel, want heel veel dingen waren in die drie jaar onveranderd gebleven. Klaar was ik nog niet, want er lag al een leesboek gereed, het boek waaruit de hele kinderboekenweek elke dag voorgelezen zou worden. Ik mocht de spits afbijten met het eerste hoofdstuk. Tegen half tien zat het er op en was mijn rol weer uitgespeeld. Jammer vond ik het wel, want ik had al bijna het gevoel helemaal niet weg geweest te zijn. Maar ja, aan alles komt nu eenmaal ooit een eind…

Kinderboekenweek Grashoek 2014

In het weekend van 27-28 september toog ik met mijn vrouw naar de Beurshal in hartje Brugge, waar op zaterdagmorgen om elf uur de uitslag van de Fantasy Strijd Brugge plaats zou vinden. Liefst 259 verhalen waren voor die wedstrijd ingezonden. Daarom was het, ook al had ik bij elk van de eerste drie edities een plekje in de wedstrijdbundel gehaald, bepaald niet vanzelfsprekend dat mijn verhaal het ook deze keer weer zou halen. Maar… dat bleek wel zo te zijn. Ik werd 19e en dus staat mijn verhaal ook deze keer weer in de wedstrijdbundel. Zeker toen ik van Alex de Jong, de juryvoorzitter, hoorde dat er een stuk of zestig goede verhalen uit de bus waren gekomen die in principe allemaal een publicatie waard zouden zijn, kon ik alleen nog maar tevreden zijn. Hieronder volgt de cover van de bundel, ‘Fantastisch Strijdtoneel IV’, waarin 25 geselecteerde verhalen zijn opgenomen.

Cover Fantastisch Strijdtoneel IV

Ten slotte, als derde onderwerp, de voortgang van ‘Traisha en het Ei en andere fantastische vertellingen’, mijn verzamelbundel met fantasyverhalen (negen eerder gepubliceerde plus één splinternieuw) die eind november 2014 bij Uitgeverij EigenZinnig uit gaat komen. Vast staat nu dat die bundel een tiental verhalen zal gaan bevatten, met een gezamenlijke lengte van ongeveer 45.000 woorden, zodat de geschatte omvang een kleine 200 pagina’s zal worden. Ik ben nu druk bezig met de afronding van het laatste verhaal en het nadenken over een passend voorwoord. Het ontwerp van de omslag is klaar. Ik weersta de verleiding om die hier al te plaatsen, omdat er nog kleine dingen in gewijzigd kunnen worden. Na 10 oktober, als ik de ruwe versie opgestuurd moet hebben, kom ik er hier zeker nog op terug…

Voltooide herstelwerkzaamheden en nog wat andere zaken

Ook het tabblad ‘Plannen’ heb ik intussen in een nieuw en actueler jasje gestoken. Als ik al mijn ambities voor 2014 en 2015 waar weet te maken, zou me dat vier nieuwe zelfstandige uitgaven opleveren. Te ambitieus? Misschien wel, maar je moet denk ik niet te overdreven bang zijn om af en toe je neus te stoten. Ik zie wel of en waar het schip strandt …
Natuurlijk zou ik als alternatief kunnen kiezen voor een uitgave in eigen beheer, maar dat wil ik niet. Niet dat ik zo’n uitgave minderwaardig vind. Er kunnen veel goede redenen zijn om voor die weg te kiezen. Maar ik heb nu eenmaal voor mijzelf besloten om te kiezen voor een reguliere uitgave of anders maar helemaal géén uitgave. Een kleine, relatief onbekende uitgever vind ik geen probleem, zo lang ik maar zeker weet dat ze niet zo maar alles uitgeven, dat er redactie en andere ondersteuning is en dat ik niet zelf in een uitgave hoef te investeren.
Of ik altijd aan dat uitgangspunt van een reguliere uitgave vast blijf houden? Voorlopig in elk geval wel, maar hoe ouder ik word, hoe voorzichtiger ik omga met woorden als ‘altijd’ of ‘nooit’. Misschien is dat hele onderscheid tussen regulier en POD/eigen beheer over een paar jaar wel achterhaald en niet meer ter zake doende. Zo groeit bijvoorbeeld het aantal digitale tijdschriften, zoals recent ‘Vamp en Held’, waar intussen de eerste nummers van online staan. Die zijn als app voor Apple of Android, maar ook als PDF verkrijgbaar.
Maar … daar wil ik de volgende keer een aparte blog aan wijden. De goede lezer raadt al waarom. Ja, inderdaad, ik hoor ook bij de auteurs die met een of meer verhalen aan die eerste nummers bijgedragen hebben.

Hieronder volgt vast de link naar de website van ‘Vamp en Held’.

http://www.vampenheld.nl/