Traisha en het Ei

‘Traisha en het Ei’ wordt de titel van mijn bundel met fantasyverhalen, die komende herfst (oktober of november) gaat verschijnen bij uitgeverij Eigenwijs. Daarin worden in elk geval een zestal fantastische verhalen gebundeld die in de periode 2009 t/m 2013 gepubliceerd werden in het tijdschrift Pure Fantasy en een aantal wedstrijdbundels, waaronder de drie edities van de Fantasy Strijd Brugge.
Daarnaast wil ik minimaal twee nooit eerder gepubliceerde verhalen opnemen. Die staan allebei nog in de grondverf. Een van die twee is een ouder verhaal, dat ik in 2011 instuurde voor de Unleash Award, de helaas samen met Pure Fantasy ter ziele gegane schrijfwedstrijd. Dankzij de uitstekende juryrapporten (onder andere van Peter Schaap) denk ik dat het verhaal het verdient om herschreven en alsnog gepubliceerd te worden. Het andere verhaal is splinternieuw en (net zoals ‘Shogi’) geïnspireerd door de Griekse mythologie. Als ik het zoals gepland weet af te ronden, wordt het met afstand het langste verhaal in de bundel, die zoals het er nu uitziet 200 tot 260 pagina’s zal gaan tellen.

Zo gauw het bovenstaande wat definitiever wordt (ik denk zo rond augustus), kom ik wat uitgebreider op de bundel terug. Als voorproefje zal ik vast de (voorlopige) cover laten zien.

2014-01-29 coverontwerp bundel Eigenzinnig - versie A

Sprokerijen

Ik liep al langer met het idee rond om een aantal van mijn 120w-stukjes (zie de link) en dan met name die in fantastische en/of sprookjesachetige sferen te bundelen. Ik heb intussen een dertigtal 120w-stukjes geschreven die volgens mij mooi in zo’n bundel zouden passen. Die overige zeventig of negentig krijg ik best bij elkaar geschreven, als ik er rustig de tijd voor neem. Ik denk namelijk aan 100 of 120 ‘Sprokerijen’.
Maar… er is één groot struikelblok. In mijn hoofd kan zo’n bundel niet zonder illustraties en dan liefst één op één, dus een illustratie bij élk verhaaltje. Tja, dat zouden dan 100 of 120 illustraties moeten worden. Nu ken ik wel een paar heel goede illustratoren die erg mooie tekeningen in die sfeer kunnen maken, maar die werken (zeer terecht) niet voor niets. Een enkele mooie coverillustratie zou mijn bruintje nog wel kunnen trekken, maar honderd of meer? Nee dus…
In zo’n geval zit er maar één ding op. Die illustraties bij elk verhaaltje zelf maken. In een grijs verleden heb ik (als onderdeel van een studie MO-Handvaardigheid) ooit een tekencurus gevolgd. Tekenen met houtskool en pentekenen hoorde daar ook bij. Dat is dan wel dik dertig jaar geleden, maar de boekjes over die onderwerpen had ik nog. Deze week trok ik de stoute schoenen aan en produceerde de eerste afbeeldingen. Ik ga ze uiteraard niet allemaal op mijn blog zetten, maar wél de allereerste pagina (in word en zowel tekst als afbeelding) die ik via mijn noeste huisvlijt gewrocht heb.
‘Sprokerijen’ is mijn voorlopige werktitel. Dat is iets om later nog eens over na te denken.

2013-12-18 Een hoge prijs 1 - scan

De eerste antwoorden

Wie A zegt, verplicht zich tot B. Dat geldt zeker als je schrijft. Het wordt dan ook tijd om die uitgeefvragen uit mijn vorige blog te beantwoorden.

Maar… daarbij loop ik gelijk tegen een probleem aan. Ook uitgevers en/of redacteuren kunnen je blog lezen. Niet dat ik de illusie koester dat ze dat snel zullen doen (ze hebben echt wel wat anders aan hun hoofd) maar het kan natuurlijk gebeuren dat de redacteur die je ingezonden manuscript doorneemt ook een blik op je blog werpt om te zien wat voor vlees hij/zij in de kuip heeft. Het lijkt me om die reden niet verstandig hier te gaan vertellen naar welke drie uitgevers ik mijn manuscript het eerst stuurde en welke uitgevers op mijn ‘reservelijst’ staan.

Ik wil één uitzondering maken. Na een week stuurde één van die drie uitgeverijen mij een keurige ontvangstbevestiging. Dat was Lemniscaat. Van de andere twee uitgeverijen heb ik (na ruim twee weken) nog niets vernomen, dus ga ik heel voorzichtig vermoeden dat die niet de moeite nemen elke auteur een ontvangstbevestiging te sturen. Natuurlijk zegt zoiets niet alles, maar wél iets. Het zegt mij dat ze bij Lemniscaat van het begin af aan elke auteur serieus nemen. Ja ik weet het. Het is crisis en ook uitgevers moeten op de kleintjes letten. Ik kan me dan ook voorstellen dat er uitgeverijen zijn die om portokosten te sparen een mailtje sturen. Dat zou sowieso moeten kunnen, want ik heb zo’n donkerbruin vermoeden dat het met die ‘slush pile’ heel erg meevalt als je het hebt over het aantal ingestuurde manuscripten per dag of per week. Stel dat je elke dag tien nieuwe manuscripten binnenkrijgt, dan wil ik graag geloven dat het een enorme klus is om die allemaal binnen een redelijke termijn op hun kwaliteit en ‘potentie voor de markt’ te beoordelen. Maar… iedereen die een emailadres kan lezen en een toetsenbord kan bedienen heeft makkelijk in een mum van tijd die tien auteurs een bevestigingsmailtje gestuurd. Dat hoeven geen kostbare uren te zijn. Zoiets kun je met een gerust hart aan een stagiaire toevertrouwen.

Zo… Op dat punt heb ik alvast mijn hart gelucht. Die overige vragen uit mijn vorige post moeten maar even wachten. Ik las toevallig vandaag nog dat je er voor moet waken om elke keer van die ellenlange blogs te plaatsen. Wat frequenter en korter schijnt beduidend effectiever te zijn. Die boodschap ga ik maar gelijk ter harte nemen..

Online-verhalen

Ik gooi er vanmorgen even een miniblogje tussendoor. Gisteravond laat vatte ik namelijk het plan op om eindelijk eens een paar van mijn eerder gepubliceerde korte verhalen (van 1500 woorden of minder) online te plaatsen. Vanmorgen heb ik maar meteen de daad bij het woord gevoegd.

Onder het kopje ‘Online-verhalen’ heb ik drie verhalen integraal geplaatst. Verder heb ik van twee verhalen de links gegeven naar de website ikvertel.nl. Onder het kopje  ‘120W’ plaatste ik al eerder de links naar een aantal van mijn microverhaaltjes op 120W.nl.

Ik ben benieuwd of er reacties volgen. Er zijn denk ik best veel mensen die al dat gefilosofeer over je schrijven maar liever overslaan en gewoon een verhaal willen lezen, zodat ze weten waar je het nu eigenlijk over hebt. 😉

Winterwende

Nu we gisteren eventjes na twaalf uur ’s middags de winterwende (het moment waarop de dagen weer gaan lengen) achter ons lieten, is het voor mij om meerdere redenen een uitgelezen moment voor een persoonlijke schrijfevaluatie.
De eerste reden is er een die voor iedereen geldt. Niet alleen begint vanaf vandaag een nieuwe jaarcyclus, maar ook de nieuwe cyclus van de Mayakalender. Daar zou waarschijnlijk geen hond bij stilgestaan hebben als niet wat geschifte figuren die kalender aangegrepen hadden om voor de zoveelste keer ons aller ondergang te voorspellen. Vanzelfsprekend is zo’n voorspelling een sappige kluif voor de media. Vreemd is het dan ook niet dat er vooral pers aanwezig was bij de Franse berg van waaruit een UFO met de enige overlevenden van de apocalyps zou opstijgen. Geef de Maya’s asjeblieft niet de schuld van die poppenkast. De Maya’s legden niet de nadruk op dat einde, maar juist op het begin van iets nieuws.
De tweede reden om juist nu deze blog te plaatsen is puur persoonlijk. Het moment van de winterwende speelt een grote rol (deels concreet en deels symbolisch) in het prehistorisch jeugdboek (nu ja, misschien moet ik het wel ‘young adult’ noemen) waaraan ik vanaf maart 2012 werk, zozeer zelfs dat ik het voorlopig ook ‘Winterwende’ als titel meegeef. Ik begon in maart 2012 aan dat  verhaal via de jaarlijkse schrijfmarathon van de website ‘Zinnigerzinnen’. De grote lijn zat al wat langer in mijn hoofd, maar soms heb je gewoon een zetje nodig om er echt mee aan de slag te gaan. De schrijfmarathon verplichtte mij om elke dag zo’n duizend nieuwe woorden te produceren. Zo’n stok achter de deur werkt bij mij goed. Ik haalde dat redelijk moeiteloos. Daarnaast kreeg ik van de medeschrijvers zo veel nuttige feedback dat ik al snel besloot het niet te laten bij de eerste 30.000 woorden die ik in maart produceerde, maar gelijk door te schrijven. In de loop van de zomer besloot ik even pas op de plaats te maken en eerst maar eens een paar proeflezers in te schakelen. Hun commentaar was bemoedigend genoeg om mij te doen besluiten dit project hoe dan ook tot het einde toe af te maken. Een proeflezeres met meerdere uitgaven bij een van de bekendste uitgevers van historische jeugdboeken (ik ga hier geen namen noemen) meende dat ik met ‘Winterwende’ een reële kans had om regulier (‘in eigen beheer’ hoeft voor mij dus écht niet) uitgegeven te worden.  Ik besef heel goed dat zoiets zeker in deze crisistijd geen enkele garantie biedt, maar het is voor mij wél het duwtje in de rug dat ik nodig had om van ‘Winterwende’ mijn hoofdproject voor het begin van 2013 te maken.
Waarom deze uitweiding? Dat is nogal eenvoudig. Ik denk (sterker, ik weet het wel bijna zeker) dat mijn blog vooral en misschien wel uitsluitend wordt gelezen door mensen die zelf ook schrijven en mij daardoor persoonlijk of indirect kennen. Die bloglezers vinden het wellicht wel interessant om te weten waar ik mee bezig ben en waarom, én waar ik nu veel minder dan voorheen mee bezig ben, namelijk het schrijven van korte verhalen in diverse genres en voor diverse leeftijdsgroepen.
Nu heb ik al heel wat verteld, maar niét wat voor jeugdboek ‘Winterwende’ eigenlijk moet gaan worden. In een volgende blog ga ik daar iets meer over vertellen en ga ik onder meer op de vraag in waarom ik zo graag over de prehistorie schrijf. Voor deze keer wil ik het laten bij de (voorlopige) eerste alinea’s van ‘Winterwende’, die het begin van de proloog vormen. Meer dan dit ga ik in mijn blogs ook niet plaatsen. Dat heeft weinig zin als je nog niet weet hoe een definitieve versie er uit komt te zien. Wie weet is die hele proloog dan wel gesneuveld …

Norh rochelde en hoestte bloed op.
                De vrouw die naast de slaapvacht van de geestenman zat, stak voorzichtig een hand onder het hoofd van de oude man om hem te laten drinken. Met een zwak handgebaar weerde hij haar af.
               ‘Zuster, ’ zei hij, ‘roep Thulan en Thark. Laat hen zo dicht bij mij zitten dat zij al mijn woorden kunnen horen. Al zijn zij nog jong en onervaren, de toekomst van de stam ligt straks in hun handen’
              De stammoeder knikte en verdween. Het leek of de twee jagers Norhs oproep in hun geest  al gehoord hadden. Binnen weinige ademtochten hurkten ze aan weerszijden van de stervende geestenman neer.

September

Ja, dat is dus de maand waarin ik na de komkommertijd weer serieus werk van mijn schrijfblog zou gaan maken. Dat kan dus nog net, want september is nog niet voorbij. Ik vraag me nu af waarom ik die eerste nieuwe blog van het herfst/winterseizoen al vanaf 1 september voor me uit geschoven heb. Even kwam ik in de verleiding deze blog te vullen met gefilosofeer over die vraag. Maar waarom zou ik? Er zijn genoeg andere en betere onderwerpen.
Zo ben ik er eindelijk uit wat ik wil met deze blog en logischerwijze ook wat ik zeker niét wil. Om met dat laatste te beginnen, ik hoef helemaal niet door honderden of duizenden mensen gelezen te worden. Niet dat die kans groot is trouwens. Ik weet intussen heel goed dat de meeste van die honderdduizenden blogs (alleen al in Nederland) slechts een handjevol lezers trekken.
Wat wil ik wel? Dat is erg simpel. Ik wil zo concreet en eerlijk mogelijk beschrijven wat voor soort hobbels een beginnend schrijver zoal op zijn of haar weg tegenkomt. Hoe ervaar je dat? Hoe ga je daar mee om, met name met die onvermijdelijke tegenslagen? Wat doe je om een betere schrijver te worden? Houd je de ontwikkelingen, met name al die nieuwe vormen van e-publicaties, bij? Hoe doe je dat en waarom? Hoe reageert je omgeving op die eeuwigdurende lezerij en schrijverij?
Zijn dat soort vragen voor iedereen interessant? Nee, zeker niet. Ik denk dat enkel mensen die zelf ook schrijven (of willen gaan schrijven) een blog als deze verder dan een paar regels gaan volgen.  Ik hoop heel gewoon dat er wat medeschrijvers zijn die mijn stukjes lezen en er iets nuttigs voor zichzelf uit kunnen halen. Als dat af en toe gebeurt, heb ik mijn doel al bereikt en zeggen de grafieken, die zo mooi laten zien hoeveel mensen dagelijks je blog bekijken, mij verder helemaal niets. Alleen als ik het feit onder ogen moet zien dat werkelijk geen hond mijn blogs leest, zet ik er een dikke punt achter en wel meteen.
Als ik zo algemeen blijf, ga ik mijn doel niet bereiken… Beschouw het bovenstaande als een inleiding op mijn volgende ‘echte’ blogs en geloof me op mijn woord dat die weer enkel en alleen over alles rond het schrijfproces zelf zullen gaan. 😉
De titel van de eerstvolgende blog zal ik vast verraden. ‘Wat schiet je op met al die schrijfboeken?’