Hoe historisch is een historische roman?

Nu 24 april nadert, de dag waarop ‘Alya’, mijn eerste historische roman, door uitgeverij Mozaïek ‘in het diepe wordt gegooid’, denk ik meer dan voorheen na over die vraag hierboven.
Waarom nu pas? Ik denk dat het antwoord simpel is. Je kunt maar één ding tegelijk goed doen. Als je een verhaalidee hebt uitgewerkt tot een plot waarin je gelooft en vervolgens aan het eigenlijke schrijfwerk begint, is er simpelweg geen ruimte over in je hoofd voor dat soort bespiegelende vragen. Dan word je helemaal in beslag genomen door het schrijfproces. Hoe werk ik mijn plot uit? Hoe lang gaat het worden? Loopt mijn verhaal en lopen mijn zinnen? Heb ik extra personages nodig? Klopt de verhaallijn? Ga zo nog maar even door…
Is het verhaal klaar en wordt het (vaak niet, maar in bij ‘Alya’ gelukkig wel) door een uitgever geadopteerd, dan begint na de afronding van de ruwe versie de redactiefase. Is die achter de rug, dan komt de corrector in beeld voor de laatste kleine ‘dingetjes’. Vormgever en zetter hebben intussen ook hun aandeel geleverd. Het gaat namelijk niet om de tekst alleen. Er moet een cover en een achterflap komen, een foto, en o ja, ook nog een kaart, een inleidend citaat, een lijst van personages, een nawoord en een pagina met de boeken die je raadpleegde. Pas als dat allemaal achter de rug is, kun je even uitblazen en vind je de rust om weer eens te reflecteren op wat je geproduceerd hebt.
Om op die beginvraag terug te komen, ik noem ‘Alya’ zelf een historische roman en onder die noemer geeft Mozaïek het ook uit. Maar wat betekent dat precies? Wat moet je onder een historische roman verstaan? Ik ging daar om te beginnen eens naar googelen en vond op Hebban een uitstekend stuk uit november 2015, waarin uitgebreid en met vele voorbeelden uit de doeken wordt gedaan wat een historische roman inhoudt en welke subgenres je kunt onderscheiden:

Zie: https://www.hebban.nl/artikelen/historische-roman-uit-de-schaduw

In dat Hebban-artikel wordt onder andere het volgende geciteerd:
         “Volgens de Historical Novel Society (een genootschap dat zich richt op de promotie van historische romans) moet een roman, om in aanmerking te komen voor een plaatsje in het genre, in ieder geval vijftig jaar na de beschreven gebeurtenissen geschreven zijn, of geschreven zijn door iemand die de gebeurtenissen zelf niet heeft meegemaakt omdat hij nog niet geboren was (en daaruit voortvloeiend dus onderzoek naar de tijdsperiode moet hebben gedaan). Duidelijk is wel dat de romans moeten voldoen aan één eis: ze vertellen een meeslepend verhaal dat tegelijkertijd een goedgeïnformeerd beeld geeft van het verleden. Om de lezer te overtuigen moet de auteur de gekozen tijdsperiode zo waarheidsgetrouw weergeven, zonder anachronismen. Bovendien moeten het fictieve verhaal en de historische setting met elkaar in balans zijn.”

Het is bepaald geen onzin wat hier verteld wordt, maar één ding mis ik, namelijk dat de intenties van auteurs heel erg verschillend kunnen zijn. Aan de ene kant heb je de schrijvers die zich als eerste doel stellen om de historische werkelijkheid zo dicht mogelijk te benaderen, aan de andere kant zij die vooral een verhaal willen vertellen en het verleden daarbij inzetten als een geschikt decor, een decor dat eventueel te vervangen zou zijn door een meer hedendaagse setting. Zo eenvoudig is het natuurlijk nooit. Er zijn zeker ook auteurs die beide benaderingen proberen te combineren en dan heb je ook nog de randgevallen. Mag je bijvoorbeeld Thea Beckmans ‘Kruistocht in spijkerbroek’ of de Reiziger-serie van Diana Gabaldon wel historische romans noemen? Een lastige vraag, omdat het hier duidelijk om een mengvorm van fantasy en historie gaat. Wie van een historische roman vooral eist dat die een zo geloofwaardig en accuraat mogelijk beeld van het verleden schetst, zal die vraag waarschijnlijk ontkennend beantwoorden.

Intussen zullen mensen die dit lezen zich wel afvragen waar ik zelf sta met mijn eerste historische roman. Daar hoef ik niet lang over te twijfelen. Ik zie mezelf in de eerste plaats als een verhalenverteller en niet als iemand die alles op alles zet om de historische werkelijkheid zo dicht mogelijk te benaderen. Waarom? Ik denk dat zo’n streven een illusie is, zeker als het gaat om een lang vervlogen tijd waar we weinig accurate en betrouwbare bronnen over hebben. Hoe je ook je best doet, het beeld dat je zelf in je hoofd vormt en dat je bij de lezer op probeert te roepen blijft altijd een onvolkomen interpretatie, een invulling die je geeft aan iets dat je nooit, zelfs niet bij benadering, terug kunt halen zoals het werkelijk was.
Jazeker, we hebben dankzij de archeologie en vele andere nieuwe onderzoeksmethodes een redelijk compleet beeld van hoe mensen in de negende eeuw (want in die tijd speelt ‘Alya’) leefden; wat ze aten, hoe ze zich kleedden, hoe ze woonden of welke werktuigen ze gebruikten. Maar iets heel belangrijks missen we, namelijk hoe de mensen dachten, met name de gewone bevolking. De geschreven bronnen zeggen daar weinig tot niets over, want schrijven en lezen was voorbehouden aan de elite en vertelde dus vrijwel uitsluitend het verhaal van en over die elite.
Om het samen te vatten, in ‘Alya’ heb ik wel degelijk mijn best gedaan om wat bekend is over het leven in de negende eeuw in mijn verhaal te verwerken, maar als mij gevraagd wordt welk percentage historie en welk percentage fictie is, moet ik heel eerlijk antwoorden dat ik het niet precies weet, maar dat ik inschat dat minimaal 95% pure fictie is. Is ‘Alya’ om die reden dan geen historische roman? Misschien niet, maar als het antwoord ontkennend is, geldt dat denk ik voor het leeuwendeel van de romans in het historische genre. Het probleem is namelijk voor iedere auteur hetzelfde. Hoe knap je ook schrijft, hoe fanatiek je ook de bronnen bestudeerd hebt, je verhaal blijft altijd een gekleurde, fragmentarische en subjectieve poging om weer te geven hoe het ooit geweest zou kunnen zijn. Daarom neem ik het ‘historische’ in welke historische roman dan ook met een fikse korrel zout en lees het allereerst als elke andere roman.

Herfstupdate

Kinderboekenweek, Brugge en de voortgang van mijn verhalenbundel

Ik had me stellig voorgenomen om minimaal elke maand een nieuwe blog te plaatsen. Helaas… in september is het er dus niet van gekomen.
Dan nu maar, om mijn verzuim goed te maken, gelijk drie onderwerpen tegelijk in één blog. Twee daarvan, een verslagje van de Fantasy Strijd Brugge en de voortgang van mijn fantasyverhalenbundel bij EigenZinnig, had ik al eerder gepland. Maar vorige week kwam er onverwacht een derde onderwerp bij en daar open ik nu gelijk mee.
Ik ontving vorige week een mailtje van mijn oude basisschool, waar ik van 1969 tot en met 2011 lesgaf. De vraag was of ik bij de start van de kinderboekenweek op woensdag 1 oktober op het schoolplein een ‘leespromotiepraatje’ wilde houden om daarna een fragment uit een van de eigen verhalen voor te lezen. Toevallig was dat ook nog eens exact drie jaar nadat ik daar afscheid als groepsleraar had genomen.
Ja, natuurlijk wilde ik dat dus, want al is het fijn om als pensionado veel tijd in het schrijven te kunnen steken, het is ook erg leuk om je weer eens tussen de kinderen te begeven. Bovendien schrijf ik ook af en toe nog jeugdverhalen.
Nu was het nog een hele toer om een geschikt fragment te kiezen, want op het schoolplein hadden zich alle kinderen van groep 1 tot en met 8 plus een flink aantal ouders verzameld. Vind daar maar eens een geschikte tekst voor. Ik loste het op met een fragment zonder moeilijke woorden, zodat ook de kleintjes er iets van konden volgen, al was het verhaal qua inhoud meer op de leeftijd rond tien jaar gericht. Toen ik tijdens het voorlezen af en toe naar de gezichten voor mij keek, leek die keuze wel in orde, al hoorde ik later van een groepachter dat ze het helemaal achteraan (tja, dat heb je als je de oudste van de school bent…) niet echt goed hadden kunnen verstaan. De microfoon deed het prima, maar het geluid van een enkele bescheiden luidspreker bereikt nu eenmaal niet alle hoeken van een schoolplein. Het mocht de pret niet drukken, want vooral de kleintjes hadden toch meer aandacht voor de daarna geplande boekendominino (zie de foto hieronder) dan voor mij en mijn verhaal. Wie zou het ze kwalijk nemen? Ik niet…
Na de opening gingen rond een uur of negen alle kinderen terug naar hun eigen groep. Ik werd naar mijn oude lokaal gedirigeerd, waar net als in mijn laatste jaar als leerkracht, groep 8 al op mij zat te wachten. Gelijk kreeg ik een déjà vu gevoel, want heel veel dingen waren in die drie jaar onveranderd gebleven. Klaar was ik nog niet, want er lag al een leesboek gereed, het boek waaruit de hele kinderboekenweek elke dag voorgelezen zou worden. Ik mocht de spits afbijten met het eerste hoofdstuk. Tegen half tien zat het er op en was mijn rol weer uitgespeeld. Jammer vond ik het wel, want ik had al bijna het gevoel helemaal niet weg geweest te zijn. Maar ja, aan alles komt nu eenmaal ooit een eind…

Kinderboekenweek Grashoek 2014

In het weekend van 27-28 september toog ik met mijn vrouw naar de Beurshal in hartje Brugge, waar op zaterdagmorgen om elf uur de uitslag van de Fantasy Strijd Brugge plaats zou vinden. Liefst 259 verhalen waren voor die wedstrijd ingezonden. Daarom was het, ook al had ik bij elk van de eerste drie edities een plekje in de wedstrijdbundel gehaald, bepaald niet vanzelfsprekend dat mijn verhaal het ook deze keer weer zou halen. Maar… dat bleek wel zo te zijn. Ik werd 19e en dus staat mijn verhaal ook deze keer weer in de wedstrijdbundel. Zeker toen ik van Alex de Jong, de juryvoorzitter, hoorde dat er een stuk of zestig goede verhalen uit de bus waren gekomen die in principe allemaal een publicatie waard zouden zijn, kon ik alleen nog maar tevreden zijn. Hieronder volgt de cover van de bundel, ‘Fantastisch Strijdtoneel IV’, waarin 25 geselecteerde verhalen zijn opgenomen.

Cover Fantastisch Strijdtoneel IV

Ten slotte, als derde onderwerp, de voortgang van ‘Traisha en het Ei en andere fantastische vertellingen’, mijn verzamelbundel met fantasyverhalen (negen eerder gepubliceerde plus één splinternieuw) die eind november 2014 bij Uitgeverij EigenZinnig uit gaat komen. Vast staat nu dat die bundel een tiental verhalen zal gaan bevatten, met een gezamenlijke lengte van ongeveer 45.000 woorden, zodat de geschatte omvang een kleine 200 pagina’s zal worden. Ik ben nu druk bezig met de afronding van het laatste verhaal en het nadenken over een passend voorwoord. Het ontwerp van de omslag is klaar. Ik weersta de verleiding om die hier al te plaatsen, omdat er nog kleine dingen in gewijzigd kunnen worden. Na 10 oktober, als ik de ruwe versie opgestuurd moet hebben, kom ik er hier zeker nog op terug…

Schrijf je fit

Laatst stuitte ik in de Volkskrant op een onrustbarend artikel, in het bijzonder onrustbarend voor eenieder die schrijft. Nu ja, mij maakte het tenminste best onrustig. Wat wil namelijk het geval? Ergens in de eerste maanden van 2013 kreeg ik van mijn specialist het dringende advies om iets aan mijn gewicht te gaan doen. Waarom precies? Daar laat ik de lezers naar raden, niet omdat het om iets sensationeels ging, maar omdat ik niet bij de groeiende groep mensen wens te horen die hun privéleven tot in alle details online zetten. Waar het om gaat is dat ik die boodschap serieus nam en vanaf dat moment fanatiek aan mijn gewicht, maar óók aan mij hele leefstijl ging werken. Niet dat ik dramatisch ongezond leefde, maar het bleek allemaal véél beter te kunnen. Drie stuks fruit per dag? Die haalde ik zelden. Extra zout bij het eten? Te vaak. Beweging? Ik wandelde regelmatig, maar minstens vier dagen in de week had ik weinig of geen beweging. Even op en neer naar de winkel fietsen telt niet echt.
Tot mijn eigen verbazing en meer nog die van mijn vrouw lukte het mij om binnen korte tijd het roer 180 graden om te gooien. Ik kwam dicht bij mijn ideale gewicht, at hoogst zelden nog iets met toegevoegde suikers, máár wel twee keer in de week vette vis en las in de winkel bij de minste twijfel het lijstje met de voedingsbestanddelen per 100 gram na. Verder ging ik drie tot vier keer per week anderhalve uur fitnessen. Kortom, ik was zeer goed bezig. Dacht ik …
Alles leuk en wel, zul je als lezer denken, maar, mijn beste Hay, welk artikel had je nu eigenlijk in de Volkskrant gelezen? Wel, dat zal ik je vertellen. Een groep wetenschappers is na diepgaand onderzoek tot de conclusie gekomen dat al die moeite vergeefs is als je elke dag uren achtereen op je krent zit. Dan leef je vele jaren korter, hoe hard je jezelf in die resterende uurtjes ook in de sportschool afbeult. Dat heeft allemaal alleen maar zin als je zorgt nooit langer dan hooguit een uurtje en liefst korter op een stoel te zitten. Drie keer raden welke mensen dat laatste het meest en het langst doen. Juist! Schrijvers natuurlijk. En de grootte van het risico dat ze op die manier lopen is ook nog eens recht evenredig aan de dikte van de pillen die ze produceren.
Heel even hield ik mijzelf nog voor de gek met de smoes dat ik toch vooral van die korte verhalen schrijf en dat het dus allemaal wel mee zou vallen. Helaas, die vlieger gaat niet op. Ik ben namelijk een notoir langzame schrijver, die het klaarspeelt om drie weken te doen over een verhaal van netaan duizend woorden. Toen de ernst van het probleem mij in volle omvang duidelijk werd, ging ik voor de afwisseling eens niet over de plot van een nieuw verhaal, maar over een blijvende oplossing nadenken. Het resultaat? Nou ja, oordeel zelf …

2014-05-09 staschrijfbureau

Update

Het is onderhand tijd voor een update, want de afgelopen maanden heb ik qua schrijven niet stilgezeten. Hieronder heb ik dus eerst maar eens mijn meest recente publicaties op een rijtje gezet. Een volgende keer komen mijn nieuwste schrijfplannen aan de beurt.

Op 3 november was ik in Driebergen aanwezig bij de feestelijke presentatie van “In de voetsporen van de meester”. Uit 238 inzendingen voor de wedstrijd “Tales of the unexpected” werden voor deze bundel de beste dertig verhalen geselecteerd. In de jurywaardering stond mijn verhaal “Handsfree” op plaats twee, een resultaat waar ik best trots op ben.

Bestellink via bol.com:
http://www.bol.com/nl/p/in-de-voetsporen-van-de-meester/9200000020096273/?Referrer=ADVNLPPce840a00000000000065bba51d000000507

Link ebook-versie:
http://www.bol.com/nl/p/in-de-voetsporen-van-de-meester/9200000020446273/
Of… via uitgeverij LetterRijn:
http://www.letterrijn.nl/Webshop/tabid/244/orderby/name/currentpage/2/Default.aspx

Een van de eerste recensies (op fantasywereld.nl):
http://www.fantasywereld.nl/recensies/in-de-voetsporen-van-de-meester/

Binnenkort volgt de recensie van Biblion. Of Biblion-recensies deskundiger en/of obectiever zijn dan die van sites als Fantasywereld moet ieder voor zichzelf maar uitmaken. Feit is wel dat de meeste bibliotheken ze als leidraad gebruiken voor het bestellen van nieuwe boeken. Logisch dus dat ik hoop op een mooie recensie…

CoverVoetsporenMeester

Tales of the unexpected – Hommage aan Roald Dahl

Elk jaar schrijft uitgeverij LetterRijn een themawedstrijd uit, waarbij de beste verhalen gebundeld worden. Vorig jaar was het thema ‘Keerpunt’ en verschenen de 51 verhalen van de shortlist in een gelijknamige bundel.
In 2013 was het thema ‘Tales of the unexpected’. Deelnemers werd gevraagd een verhaal van rond 2000 woorden te schrijven in de geest van Roald Dahl. Dit jaar deed ik voor het eerst mee. Toen ik hoorde dat er 238 verhalen ingestuurd waren, stelde ik mijn verwachtingen voor de zekerheid maar gelijk bij. Ik wilde in elk geval de eerste schifting (in de vorm van een longlist van 64 verhalen) overleven. Toen dat lukte, hoopte ik natuurlijk op meer. De dertig verhalen van de shortlist zouden namelijk in de bundel van 2013 verschijnen.

Toen zaterdag de shortlist online verscheen, overtrof het resultaat mijn stoutste verwachtingen. Mijn verhaal ‘Handsfree’ was tweede geworden! Ooit won ik al eens een schrijfwedstrijd, maar de eerlijkheid gebiedt mij te zeggen (hoe dierbaar het betreffende verhaal mij ook is) dat er toen slechts een stuk of twaalf deelnemers waren. De topdrie van een wedstrijd met zo’n groot aantal deelnemers haalde ik nu dus voor het eerst. Reden genoeg om een korte blog ‘tussendoor’ te plaatsen. Ik heb zo net om het weekend af te sluiten én om dat resultaat te vieren een goede Calvados ingeschonken.

De link met de shortlist:
http://www.letterrijn.nl/Verhalenwedstrijden/Talesoftheunexpected.aspx

In mijn volgende blog ga ik eerst maar eens verder met mijn ‘beschouwingen’ rond de zoektocht naar een uitgever voor ‘Winterwende’, mijn prehistorisch jeugdboek. Natuurlijk heeft mijn succes bij ‘Tales of the unexpected’ daar objectief gezien weinig of niets mee uit te staan, maar toch voelt het wel een beetje zo.  Elk schrijfsucces geeft je  zelfvertrouwen als auteur weer even een boost. Tenminste, zo werkt dat bij mij als een van die eeuwige twijfelaars…

Oeps!

Van mijn voornemen om minimaal elke twee weken een nieuwe blog te schrijven is weer eens niets terechtgekomen. Ik had onder andere aangekondigd om een stukje te schrijven over het nut van al die schrijfboeken. Dat doe ik nu alsnog. Belofte maakt immers schuld. Bovendien herinner ik mij nog exact de aanleiding.

Die aanleiding was het commentaar van een proeflezeres op de eerste hoofdstukken van mijn jeugdmanuscript. Zij stipte een paar tekortkomingen in de uitwerking van de karakters aan waar ik wel iets mee móest doen, want in deze proeflezeres heb ik bij dit soort kritiek een (bijna) blind vertrouwen. Ik besloot er ook nog eens mijn schrijfboeken op na te slaan. Dat leidde tot een echt ‘aha-erlebnis’. Wat bleek? In bijna elk schrijfboek stond wel een hoofdstuk of passage die op de een of andere manier de vinger op de zere plek in mijn verhaal legde en mij bij het herschrijven van dienst kon zijn. Maar wat mij vooral trof was het feit dat ik dat vrijwel allemaal al eens gelezen had, maar dat het blijkbaar niet bij mij was gaan leven …
Waarom nu dan ineens wel? Na enig nadenken werd me dat snel duidelijk, want het antwoord is verbijsterend eenvoudig. Omdat ik tegen iets concreets aanliep, iets dat ik wilde verbeteren en waar ik hulp bij kon gebruiken.
Ik heb bij een totaal andere schrijfvraag (die met perspectief te maken had) nog eens opnieuw de proef op de som genomen en ja hoor, precies dezelfde uitkomst. Weer vond ik een massa nuttige informatie en weer moest ik concluderen dat ik dit allemaal al eens gelezen had.

Zoiets lijkt gewoon te simpel om waar te zijn. Die eye-opener was voor mij een van een nuttigste schrijflessen van het afgelopen jaar. Gebruik al die schrijfboeken gericht! Pak ze er bij een schrijfprobleem meteen bij, zoek het onderwerp op dat je bezighoudt, markeer de passages die je helpen, streep er in, maak er aantekeningen en desnoods ezelsoren in. Kortom gebruik die schrijfboeken als een stuk gereedschap. Ze een keer gelezen hebben en ze daarna mooi op een rijtje in de boekenkast zetten, helpt je geen zier bij je schrijven, tenzij je natuurlijk over een fotografisch geheugen beschikt …

Er zullen heel wat medeschrijvers zijn die zich verbazen over mijn blog, omdat ze dit al veel eerder zo deden en mijn advies zo vanzelfsprekend vinden dat het in feite overbodig is. Van de andere kant, als ook maar één medeschrijver iets aan bovenstaande ‘schrijfboekervaringen’ heeft, heb ik deze blog al niet voor niets geschreven …

Waarom wil ik een E-book?

Over hoe het allemaal werkt met E-books, welke formaten er zoal bestaan, hoe ze beveiligd kunnen worden, langs welke kanalen ze aan de man of vrouw gebracht worden en meer van dat soort technische zaken, daar is na enig surfwerk meer dan genoeg over te vinden. Dat werd mij al snel duidelijk toen ik me in al die E-woorden begon te verdiepen.
Over de hamvraag, althans voor een schrijver, waaróm je eigenlijk iets in E-vorm zou willen publiceren, vond ik heel wat minder antwoorden. Is dat raar? Waarschijnlijk niet. De meeste informatie is nu eenmaal gericht op de consument van E-books, de lezer dus. Die zal het in de meeste gevallen worst wezen wat iemand beweegt om zijn/haar geesteskinderen op papier, als E-book of in beide vormen uit te geven. Die wil simpelweg weten wat en waar er tegen welke prijs verkrijgbaar is.
Voor een auteur ligt het allemaal een stuk ingewikkelder. Natuurlijk, die moet ook weten hoe het allemaal werkt, maar lang voordat zo’n E-book er is, moet hij/zij behalve over het wat en hoe ook over het waarom nagedacht hebben.
Eerst wilde ik (geneigd tot uitweidingen als ik soms ben) alle redenen de revue laten passeren die iemand mogelijk zou kunnen hebben om een E-book uit te geven. Maar dat plan zette ik al snel overboord. Die redenen zijn gewoon veel te divers. Ik zou daar niet een, maar wellicht tien blogs voor nodig hebben. Bovendien, wat voor zinnigs zou ik te melden kunnen hebben over de drijfveren van anderen, die in veel gevallen mijlenver van de mijne af zullen staan?
Nee, besloot ik al snel. Het enige waar de lezer van deze blog (ik vermoed dat hij/zij een medeschrijver is) iets aan kan hebben, is een samenvatting van mijn eigen redenen om die aversie tegen E-publicaties eindelijk eens te overwinnen.

  • Al zegt mijn gevoel mij nog altijd dat een papieren boek mooier en echter is dan zo’n E-boek, wat baat mij dat als de digitale werkelijkheid mij inhaalt?
  • Praktisch vertaald; het lijkt me verstandig om op tijd je schrijfbakens te verzetten. Anders merk je op een dag dat je die digitale boot gemist hebt.

Ja, zal de lezer denken. Dat klinkt wel erg algemeen. Klopt helemaal. Maar een paar persoonlijke redenen en overwegingen spelen bij mij ook mee. Die zullen niet alleen op mij van toepassing zijn. Wie weet breng ik er wat mensen mee op een idee…

  • Mijn voornaamste reden om mijn energie in een E-book te steken is de wetenschap dat uitgevers van ‘echte boeken’ niet bepaald in de rij staan om een papieren verhalenbundel uit te geven, ook niet als het (zoals in mijn geval) gaat om verhalen die al een keer regulier in een papieren bundel of tijdschrift gepubliceerd zijn. In eigen beheer, bijvoorbeeld via POD, zo’n bundel uitgeven wil ik (althans voorlopig) niet. Waarom niet? Dat is iets voor een nieuwe blog. In elk geval gelden mijn bezwaren tegen een verhalenbundel in eigen beheer niet voor een E-bundel. Daar hoef je namelijk slechts weinig in te investeren. Omdat de prijs veel lager is dan die van een gedrukte bundel schat ik de kans dat je zo mensen bereikt hoger in.
  • De kans dat je via een E-bundel rijk wordt, is te verwaarlozen. Dat hoeft van mij ook niet. Maar ik vind het wél een uitdaging en best spannend om te ontdekken hoeveel E-books ik weet te slijten en om uit zoeken wat ik zoal aan promotie kan doen. Als straks E-books (wat ik niet absoluut niet hoop) het papieren boek verdringen, heb ik in elk geval een stuk ervaring opgedaan…