Alles op een rijtje 3 – Mijn historische verhalen

Gisteren kondigde ik het al aan. Bij de laatste van mijn drie blogs, waarin ik mijn historische verhalen de revue laat passeren, zou ik meer vooruit dan achteruit kijken. Over wat ik de afgelopen jaren aan historische verhalen produceerde, heb ik immers al een flink aantal blogs volgeschreven. Deze keer laat ik het bij de covers plus een korte toelichting, nu eens niet chronologisch maar per uitgever.

Wat mijzelf opvalt als ik de covers van mijn historische publicaties op een rijtje zie, is dat het allemaal heel overzichtelijk is en ook nog eens perfect aansluit bij mijn schrijfvoornemens voor de rest van dit en de eerste helft van volgend jaar. Verder dan hooguit een jaar vooruit plannen is niet heel erg zinvol, heb ik intussen meer dan eens ervaren. Daarover meer op het eind van deze blog, waar ik een voorzichtige poging doe om toch dat jaar vooruit te plannen, voor wat het waard is dus…

Mijn zelfstandige publicaties en korte verhalen, zowel wat al is uitgegeven als wat nog ‘in de pijplijn zit’, zijn keurig verdeeld over vier uitgevers. Zoals het er nu voorstaat, ga ik die ook alle vier trouw blijven. Sterker, bij alle vier zitten er dit of volgend jaar een of meer nieuwe publicaties aan te komen.  Nu ik toch bezig ben met dat op een rijtje zetten maak ik ook hier maar een overzichtje van:

  1. Uitgeverij Averbode 
    In 2011 werd ‘IJstijd’, een prehistorisch jeugdverhaal, bij de Vlaamse uitgeverij Averbode mijn eerste zelfstandige publicatie. In november 2018 (de Franstalige versie) en in februari 2019 (de Nederlandstalige versie) wordt ‘Naar het Walhalla’, een onvervalst Vikingverhaal, de opvolger. Of mijn kersvers verhaal voor het schooljaar 2019-2020 ook uitgegeven wordt, weet ik nog niet, al heb ik goede hoop. De titel mag ik niet noemen, want Vlaamse Filmpjes (zo heet die serie) worden via een jaarlijkse wedstrijd, de Averbodeprijs geheten, geselecteerd en die wedstrijd loopt nog.
  2. Godijn Publishing
    Vanaf 2015 organiseert Godijn Publishing een wedstrijd voor verhalen die in de middeleeuwen spelen. In 2015 haalde mijn inzending de wedstrijdbundel, Zwaarden van knoflook’ en in 2017 verschenen allebei mijn verhalen in ‘Anno Domini 892’, waarvan ‘Umars opdracht’ tevens de wedstrijd won. Dit jaar verschijnt mijn bijdrage (nu eens een verhaal dat niet in Europa speelt, maar in het Mongolië van Djengis Khan) buiten de wedstrijd om als bonusverhaal. Een leuke bijkomstigheid is dat ik door de uitgeefster ben uitgenodigd om in oktober, bij de feestelijke uitslag en prijsuitreiking in Hoorn, iets te vertellen over het schrijven van historische verhalen.
  3. Uitgeverij Historische Verhalen
    Begin 2016 ging de gelijknamige website van start. Iedere twee weken werd daarop een kort historisch verhaal geplaatst, oorspronkelijk met een maximum van rond de 1500 woorden, wat geleidelijk werd verruimd tot rond de 3000 woorden. Ik was er als de kippen bij om die nieuwe publicatiemogelijkheid voor korte historische verhalen te benutten, zeker toen in de loop van 2016 het besluit viel om na elk kalenderjaar ook een papieren bundel uit te gaan geven. In de bundel van 2016 staat een en in die van 2017 twee van mijn verhalen. Om dat komend jaar te herhalen, moet ik nog wel een nieuw verhaal insturen, maar dat zit intussen al in de uitbroedfase… Sinds vorig jaar geeft Historische Verhalen ook thematische bundels uit. Voor een daarvan, ‘Korte verhalen uit de Gouden Eeuw’ werd een wedstrijd uitgeschreven. Daarbij werd ik tweede met ‘Chan-mi’, het verhaal over een op de kust van Korea gestrande Hollandse scheepsjongen. Voor volgend jaar of het jaar daarop zit er nog meer in het vat. Daarover straks iets meer bij de afsluitende samenvatting van mijn schrijfplannen voor 2018 en 2019.
  4. Uitgeverij Mozaïek
    Over ‘Alya’ en ‘Alya’s keuze’, mijn debuut als schrijver van historische romans, ga ik in deze blog niets meer vertellen. Het waarom heb ik al uitgelegd. Over mijn tweeluik bij Mozaïek heb ik de afgelopen maanden al heel wat blogs geplaatst. Dat ga ik niet nog eens dunnetjes overdoen. Ik laat het bij de mededeling dat ik nu de drukproef van deel twee controleer, dat over een paar dagen af hoop te ronden en dat ik daarna, pakweg vanaf 20 augustus, eindelijk de handen vrij heb voor nieuwe schrijfprojecten.

 

Wie A zegt, moet ook B zeggen. Hieronder volgt dus een manmoedige poging om mijn plannen voor 2018-2019 op een rijtje te zetten:

  1. Het restant van augustus 2018
    Wil ik ook begin 2018 de jaarbundel van Historische Verhalen halen (en ja, dat wil ik…), dan moet ik als de weerga een nieuw verhaal uitschrijven, herschrijven en insturen. Dat zou ook later nog kunnen, maar ja, uitstel wil nog wel eens in afstel uitmonden… Dat zou jammer zijn, want heel stiekem denk ik op termijn aan een eigen bundel met korte historische verhalen. Daar valt waarschijnlijk geen rooie cent mee te verdienen, maar gelukkig is dat niet niet mijn voornaamste motivatie.
  2. September 2018 tot en met januari 2019
    In die vijf maanden wil ik een poging wagen om binnen iets van 100.000 woorden de ruwe versie te voltooien van een volgende historische roman die als werktitel ‘Tuya’ heeft en zich afspeelt in het Mongolië en China van rond 1200. Een begin (de eerste zes hoofdstukken) en een synopsis heb ik al. Dan ben ik er voor mezelf vrij zeker van dat ik op den duur alles tussen dat begin en de al geplande ontknoping krijg ingevuld. De grote maar is natuurlijk of mijn uitgever er straks iets in zal zien. Dan gaat het niet alleen om de kwaliteit van een verhaal, maar ook om de vraag of het in het fonds past. Maar dat zijn vragen die je tijdens het schrijven van je af moet zetten, vind ik. Dat is pas aan de orde als je een verhaal naar tevredenheid hebt afgerond. Ook als een uitgever je vertrouwen geeft door je eersteling uit te geven, dan is dat sowieso nooit een garantie voor volgende verhalen en dat hoort het ook niet te zijn. Kortom, op dit moment kan ik er enkel het beste van hopen.
  3. Februari 2019
    Dit en vorig jaar gebruikte ik tussendoor de ‘stille momenten’ om ‘Winterwende’, een al voltooide prehistorische roman voor de YA-leeftijd, kritisch te herzien om aan een nieuwe, betere versie te gaan werken die als nieuwe werktitel ‘Ashki’ gaat krijgen. De eerste paar hoofdstukken plus de synopsis heb ik al herschreven. Begin volgend jaar wil ik graag de eerste 25.000 woorden van de herziene versie afkrijgen, zodat ik die samen met de ook herziene synopsis bij een uitgever aan kan bieden. Welke? Ik schat in dat het niet echt in het fonds van Mozaïek past, maar proberen kan natuurlijk altijd. Hier wordt mijn planning al meteen behoorlijk onzeker.
  4. Maart 2019
    Over die maand heb ik heel wat minder twijfels. Ieder jaar (nou ja, tot nu toe) schrijft Zinniger Zinnen, de schrijfgroep waar ik nu stiekem al bijna tien jaar lid van ben, in maart de ZZ-Schrijfmarathon uit, waarbij je elke dag van die maand minimaal 750 woorden van een nieuw verhaal moet schrijven. Komend jaar zou dat een perfecte gelegenheid zijn om in de maand maart een novelle van rond de 20.000 woorden te schrijven. Ik ben namelijk door uitgeverij Historische Verhalen benaderd om mee te werken aan een bundel met drie novellen, die waarschijnlijk de botsing tussen culturen als gevolg van het Europees kolonialisme als thema gaat krijgen. De marathon van maart zou me dwingen om dat op tijd af te ronden en verzekert me gelijk van feedback, want behalve schrijven moet je tijdens de maand van die marathon ook dagelijks wat zinnig commentaar leveren op de schrijfsels van een paar mededeelnemers.
  5. April-mei 2019
    De deadline van de Averbodewedstrijd (voor de serie ‘Vlaamse Filmpjes’) is ieder jaar rond 20 mei. Ook voor de editie 2019 wil ik weer een poging wagen om zo’n Vlaams Filmpje, liefst weer in historische sferen, binnen te slepen. Een goede maand zou (met voldoende inspiratie…) voldoende moeten zijn, want het zijn geen lange verhalen. Ze zijn gebonden aan een een maximum van een kleine 7000 woorden.

    Of ik dit allemaal ga redden? Nee, natuurlijk niet. Er is slechts één ding zeker. Het gaat zeker weten nooit zoals je dacht… 😉

Alles op een rijtje 2 – Diversen 2005-2018

Tja, wat moet je als lezer van een blog nu met een omschrijving als ‘diversen’? Met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid weinig tot niets, dus ik zal maar razendsnel concreet maken wat ik er mee bedoel, om te beginnen door te laten zien wat ik gisteren onder de noemer ‘diversen’ zoal op een rijtje heb gelegd.

Helemaal compleet is bovenstaand rijtje niet. Omdat het oog ook wat wil, heb ik alleen de publicaties in boekvorm en met een ‘echte cover’ uit de jaren tussen 2005 en 2018 vastgelegd. Maar op de keper beschouwd mag ik daar nog vier eerdere publicaties aan toevoegen. Van medio 2002 tot en met 2005 volgde ik namelijk bij het LOI de cursus Creatief Schrijven, wat een gouden zet bleek te zijn, want zoals veel beginnende schrijvers was ik me er veel te weinig van bewust dat je bij schrijven de vorm nooit los kunt zien van de inhoud. Je kunt nog zo’n geweldig verhaalidee hebben, als je de bagage mist om dat idee met de juiste woorden en zinnen een aantrekkelijke vorm te geven, ben je nog nergens. Andersom geldt dat natuurlijk ook. Wie in prachtig en foutloos Nederlands een zouteloos verhaal zonder een greintje spanning vertelt, bereikt net zo min lezers.

Maar ik had het dus over die publicaties… Alle cursisten hadden de mogelijkheid om het resultaat van hun (in totaal dertig) lesopdrachten, meestal een kort verhaal of verhaalfragment, in te sturen voor LEI, de cursistenkrant. Van die mogelijkheid maakte ik vanaf het tweede cursusjaar (ik ben nu eenmaal iemand die eerst even de kat uit de boom kijkt) gretig gebruik en met succes, want van mijn vijf inzendingen werden er vier, in uiteenlopende genres waaronder natuurlijk ook weer fantasy en historisch, geplaatst. Onze docent verzekerde ons dat het wel degelijk om officiële publicaties ging. Waarom? Van elke LEI ging volgens de regels een exemplaar naar de KB om daar tot in lengte van jaren voor het nageslacht bewaard te worden.

Eerlijk gezegd verwacht ik niet om met terugwerkende kracht roem te vergaren met die eerste ‘echte publicaties’. Waarom ik het er dan toch over heb? De reden is dat ik een verrassende ontdekking deed toen ik mijn allereerste afgeronde verhaal in LEI nog eens herlas. Op het einde van de eerste pagina bleek de rode draad in mijn romandebuut, Alya’s gave om razendsnel een nieuwe taal te leren, helemaal niet voor het eerst in mijn hoofd te zijn opgekomen. Sterker, ook de Thaise Sujitra in onderstaand verhaalbegin moet het van dat talent hebben om in een vreemd en nieuw land (Nederland dus) het hoofd boven water te houden. Na ongeveer vijftien jaar was me dat glad ontschoten. Het verschil is het genre. ‘In het web’, met Sujitra dus als hoofdpersonage, is een onvervalst misdaadverhaal, het enige trouwens dat ik ook schreef.

Over de acht covers waarmee ik dit blog begon, zal ik korter van stof zijn. Anders wordt blog 2 zo lang dat een volgende opsplitsing in de vorm van blog 2A en 2B noodzakelijk wordt. 😉

‘Het geheim van de Reiziger’ en ‘Onder dieren’ waren het resultaat van de allereerste schrijfwedstrijden waaraan ik meedeed. Ik was geweldig trots dat mijn bijdragen meteen in de wedstrijdbundels opgenomen werden en voelde me gelijk een echte schrijver. Later hoorde ik bij toeval dat mijn prestatie niet echt wereldschokkend was. Ongeveer de helft van alle inzendingen had namelijk een plekje in die bundels veroverd…

De derde cover in het rijtje, de wedstrijdbundel 2009 van de Schiedamse schrijfwedstrijd Piet Paaltjens (een paar jaar geleden helaas ten grave gedragen) was al een iets noemenswaardiger prestatie, want die ‘twintig beste…’ werden door de jury gekozen uit bijna honderd inzendingen.

De twee eerste bundels uit de onderste rij, beide met de letters ZZ ergens in de cover verborgen, zijn een categorie apart. Vanaf 2009 (schat ik…) ben ik namelijk lid van de besloten schrijfgroep Zinniger Zinnen, waarin een wisselend aantal enthousiastelingen elkaar op alle mogelijke manieren ondersteunt via onder andere een forum, een onderdeel proeflezen, een jaarlijkse schrijfwedstrijd en niet te vergeten de ZZ-Schrijfmarathon in maart. Die laatste was de bakermat van ‘Alya’, want tijdens de schrijfmarathon van 2016 schreef ik de eerste 30.000 woorden van mijn eerste historische roman, waarna ik maar gelijk doorging totdat eind 2016 de teller stilstond bij iets van 140.000 woorden.
Een andere activiteit van Zinniger Zinnen is om periodiek (dus niet ieder jaar) samen een bundel uit te geven met pennenvruchten van ZZ-leden. De oplage is klein, maar als herinnering aan een jaar van samenwerking tussen mensen met allemaal dezelfde ‘schrijftic’ zijn die bundels me desondanks dierbaar.

‘In de voetsporen van de meester’ (de lezer mag aan de hand van de cover raden welke meester) is de voorlaatste cover. Met het verhaal ‘Handsfree’ haalde ik een mooie tweede plaats bij de jaarlijkse schrijfwedstrijd van uitgeverij LetterRijn, nu eens niet met een fantastisch of historisch verhaal, maar bij wijze van uitzondering met een ‘gewoon verhaal’, hoe vaag dat ook mag klinken.

En dan ’55 woorden verhalen’, de allerlaatste cover van het rijtje. Die bundel is een uitvloeisel van mijn gewoonte om tussen het schrijven van langere verhalen door voor de afwisseling af en toe echte kortjes te schrijven, vaak van 120 woorden (via de gelijknamige website; http://www.120W.nl ), maar af en toe nog korter, in dit geval van 55 woorden. In 2016 werd ik met onderstaand stukje vijfde uit een aantal van rond de 500 inzendingen bij de jaarlijkse 55-woordenwedstrijd. Puur rekenkundig bekeken was dat mijn beste (en dus ook kortste…) resultaat tot op heden.

Morgen volgt de derde en laatste blog in deze serie en wel over mijn historische verhalen van 2005 tot 2018, weer met de bijbehorende covers. Maar dat gaat met afstand de kortste blog van de drie worden. Over die historische verhalen, met name mijn tweeluik, heb ik de afgelopen twee jaar namelijk al zo veel blogs geplaatst dat ik al snel in herhalingen zou vallen. Ik denk dat ik daarom maar eens vooruit kijk en het vooral ga hebben over mijn schrijfplannen voor de komende jaren, want ja, die plannen zijn bijna zonder uitzondering ook weer in historische sferen…

 

 

 

Alles op een rijtje 1 – Fantasy 2005-2018

‘Alya,’ mijn eersteling, tenminste als we het over ‘echte romans’ hebben, kwam zo’n vier maanden geleden uit. Over luttele dagen, na de laatste controle van de drukproef, zit ook het werk aan ‘Alya’s keuze’, het slotdeel van mijn tweeluik (verschijningsdatum 25 september) er op. Dat lijkt me een mooi moment om mijn schrijverij onder de noemer ‘Alles op een rijtje’ eens uitgebreid onder de loep te nemen.
Wat ging er zoal aan mijn tweeluik vooraf en welke korte verhalen, novelles of romans zitten er de komende tijd nog meer in het vat? Het antwoord op die eerste vraag is een stuk eenvoudiger dan op die tweede, want wat voorbij is, ligt nu eenmaal vast. Ik zit weliswaar boordevol schrijfplannen voor de herfst van 2018 en voor de jaren daarna, maar wat daarvan realiteit gaat worden is van veel factoren afhankelijk en staat dus nog in de sterren geschreven. Toch ga ik op het einde van deze blog (over twee dagen; zie het naschrift), een manmoedige poging wagen om in elk geval één jaar vooruit te kijken…

Maar… eerst ga ik de publicaties tot en met mijn tweeluik eens uitgebreid op een rijtje zetten. Dat laatste bedoel ik heel letterlijk. Ik heb namelijk (bijna) alles vanaf 2005 op een rijtje op de vloer gelegd en gefotografeerd. Om een duidelijk en ook visueel beeld te geven van wat ik in welke genres schreef, heb ik er drie groepen (en uiteindelijk ook drie blogs) van gemaakt:

 

1. Fantasy (2005-2018)

 

Het lijkt me logisch om te beginnen met de fantasy, want van 2005, na de publicatie van mijn eerste verhaal, bleef dat tot rond 2015 mijn hoofdgenre. Is daar een bepaalde reden voor? Jazeker is die er. In de afgelopen halve eeuw las ik alles wat los en vast zat, waaronder heel veel fantasy, met heel af en toe ook wat SF. Bovendien kwam ik in het begin van het millennium bij toeval (?) in contact met verhalenschrijvers die behept waren met hetzelfde virus en die hun hersenspinsels publiceerden in ‘Pure Fantasy’, het toenmalige tijdschrift voor het fantastische genre, dat vier keer per jaar in pocketvorm werd uitgegeven door ene Alex de Jong. Naast ‘Pure Fantasy’ gaf Alex via zijn  uitgeverij ‘Books of Fantasy’ ook een hele reeks bundels uit, soms anthologieën, soms als uitvloeisel van wedstrijden zoals eerst de ‘Unleash Award’ en later de ‘Fantasy Strijd Brugge’, mede georganiseerd en gefinancierd door de cultuurafdeling van de stad Brugge.
De oogst van die periode bestond uit een twaalftal publicaties, waarvan in de bovenste rijen negen covers te zien zijn. In 2014 besloot ik een selectie daarvan te bundelen. Dat leidde tot ‘Traisha en het ei’, uitgegeven door Maaike van EigenZinnig. Daar heb ik uiteindelijk geen cent aan verdiend. Fantasy van eigen bodem doet het helaas, uitzonderingen daargelaten, (ik denk bijvoorbeeld aan ‘Hex’ van Thomas Oldeheuvelt) niet goed in Nederland en al helemaal niet als het om bundels gaat. Maar daar zit ik niet echt mee, want mijn bundel kreeg een rits mooie recensies, onder andere op Hebban. Spijt heb ik dan ook geen grammetje van die uitgave.
Na die bundel, vanaf ongeveer 2015, verliet ik het fantastische genre niet, maar ging de focus wel elk jaar net iets meer op mijn tweede schrijfliefde liggen, namelijk het historische genre. Waarom? Daarover vertel ik overmorgen wat meer in de laatste van dit trio blogs.

In de jaren 2017 en 2018 kon ik op fantasygebied nog drie primeurs noteren, namelijk mijn eerste verhaal in het tijdschrift Fantastische Vertellingen, een eerste verhaal in de klassieke jaarbundel Ganymedes (waarvan de eerste deeltjes al in de jaren ’70 van de vorige eeuw verschenen) en ten slotte mijn eerste overwinning bij een schrijfwedstrijd voor fantastische verhalen, namelijk ‘Achterblijvers’ van Godijn Publishing met ‘Naya’, een door de Griekse mythologie geïnspireerd verhaal over een dolende waternimf.
Nu (augustus 2018) zit ik zo tot over mijn oren in historische sferen dat die fantasy er steeds meer bij inschiet. Maar… ik vind het genre veel te leuk om het helemaal links te laten liggen. Af en toe zal ik dus nog wel eens voor de verleiding bezwijken en een kort verhaal in dat genre schrijven, liefst voor een wedstrijd waaraan een bundel vastzit, want ook nu ik in de ‘romanfase’ verkeer, ben ik nog altijd zielsblij met iedere mooie publicatie, óók als die me geen rooie cent oplevert. Dat laatste is trouwens betrekkelijk. Zonder al die korte verhalen in diverse genres van de afgelopen jaren, waarvan er ook een aantal online verschenen, was het namelijk de vraag geweest of ik voor ‘Alya’ een uitgever had gevonden, want Mozaïek plukte me op basis van die verhalen (met name in historische richting) bijna letterlijk van het internet en adopteerde al snel daarna het verhaal van Alya.

@ Het wordt langzamerhand een heel verhaal, zie ik nu. Ik ga mijn blog daarom in drie afleveringen opsplitsen. Vandaag de fantasy, morgen de categorie ‘diverse genres’ (lekker vaag…) en overmorgen mijn huidige voorkeursgenre, wat ik na het verschijnen van ‘Alya’ en ‘Alya’s keuze’ waarschijnlijk niet meer toe hoef te lichten…

2014: Signeren van ‘Traisha en het ei’ na afloop van de boekpresentatie

Gesprek over ‘Alya’ bij Omroep P & M

Op maandag 6 augustus kreeg ik de kans om via het zomers programma ‘Komkommertijd’ van de plaatselijke Omroep P & M iets over mijn debuutroman en over mijn schrijven in het algemeen te vertellen. Het was een leuke ervaring in een bijzonder zomers sfeertje, want tijdens de opnamen, een paar weken eerder, was er in Limburg al sprake van een echte hittegolf…

Wie alleen het gesprek wil bekijken; dat begint na 4 minuten en 40 seconden…

 

MAANDAG 6 AUGUSTUS IN KOMKOMMERTIJD

 

Hieronder de link via ‘Uitzending gemist’ van Omroep P & M:
(wel even dubbelklikken…)

http://www.omroeppenm.nl/komkommertijd-afl-4/tvgemist/item?auxF65ed5jANvkhdhjllXA==

Alya in de Limburger

Strikt genomen is het artikel van Adri Gorissen in de Limburger van 27 juni geen recensie, maar ik ben er niet minder blij mee, zeker nu in week 29 (eerste week van juli) de Biblion-recensie er aan zit te komen. Dan wordt binnenkort ook duidelijk hoeveel extra exemplaren de Nederlandse (en wie weet Vlaamse) bibliotheken gaan bestellen. Ook zonder die Biblion-recensie waren dat er al zo’n 125 en dat terwijl de meeste bibliotheken toch echt eerst die recensie afwachten. Dat geeft de burger moed. Als het aantal bestellingen meevalt, komt er mogelijk al snel een tweede druk van ‘Alya’, want de eerste verkoopcijfers via boekwinkels en webshops klinken bemoedigend.

Link naar de PDF-versie van het artikel:    Hay van den Munckhof – Alya

 

 

Recensies in het algemeen en recensies van ‘Alya’ in het bijzonder

 

Recensies in het algemeen

Ik ben al wat jaartjes gewend om op recensies te wachten. ‘Alya’ is weliswaar mijn romandebuut, maar vanaf 2004 publiceerde ik al een jeugdboek, een eigen fantasybundel en een dertigtal ‘losse’ verhalen in diverse genres, al lag de nadruk daarbij  wel duidelijk op fantasy, jeugdverhalen en/of historische verhalen. Dat telt allemaal mee en ik was al die jaren dan ook blij met elke positieve recensie. Maar de eerlijkheid gebiedt me om te zeggen dat recensies qua promotie pas zoden aan de dijk zetten als je een eerste roman uitbrengt bij een professionele uitgeverij, in mijn geval ‘Alya’ bij uitgeverij Mozaïek.

Bij veel (gelukkig niet bij alle) recensies wordt de waardering uitgedrukt in minimaal een tot maximaal vijf sterren, waarbij vaak ook nog eens halve sterren worden gebruikt. Dat wekt een beetje de indruk van een objectief oordeel, zoals je ook een cijfer kunt geven voor een dictee of voor een wiskundeproefwerk. Niets is minder waar. Het oordeel over een verhaal of boek is per definitie subjectief, omdat er nu eenmaal (en gelukkig maar…) duizend-en-een smaken en voorkeuren bestaan. Ja, natuurlijk kun je redelijk objectief beoordelen of een verhaal qua spelling en/of taalgebruik goed in elkaar zit, maar niet of nauwelijks waar het om plot en verdere inhoud gaat. Zo zal ik het wel uit mijn hoofd laten om een recensie te schrijven over een horror- of misdaadverhaal. Ik ben geen groot liefhebber van horror en misdaadverhalen vind ik vrijwel altijd saai omdat de vraag ‘wie het deed’ me totaal niet boeit, al begrijp ik ook wel dat een goed misdaadverhaal meer is dan die vraag alleen. Mijn oordeel bij die twee genres zou nooit een eerlijk oordeel kunnen zijn, waar de auteur iets aan heeft.

Heb je dan niets aan zo’n ‘sterrenrecensie’? Meestal valt dat mee, omdat het gelukkig een goede gewoonte is om je waardering met argumenten en eventueel voorbeelden uit het verhaal te verduidelijken. Dat zegt altijd vele malen meer meer dan het blote aantal sterren, want bij dat laatste speelt naast dat subjectieve van ieder oordeel heel erg mee waar, hoe en waarom die sterren worden gegeven. In een landelijke krant (mocht je boek daar al besproken worden) moet je als debutant in je handjes knijpen met drie sterren, want daar wordt de lat (en terecht) erg hoog gelegd. Drie sterren is gewoonweg goed en vier sterren uitzonderlijk goed. Het maximum van vijf sterren wordt gereserveerd voor zeldzame meesterwerken die echt niet iedere week binnenkomen.
Heel anders gaat het er aan toe bij lezersrecensies op websites zoals Hebban of Goodreads. Daar zijn vijfsterrenbeoordelingen heel gewoon. Soms zie je wel tien boeken achter elkaar voorbijkomen met bijna uitsluitend vijfsterrenbeoordelingen. Allemaal meesterwerken? Nee, natuurlijk niet. Soms zit er zelfs regelrechte bagger tussen, tenminste naar mijn (natuurlijk ook subjectieve) oordeel. Begrijpelijk is het wel. Een echte recensent, of dat nu iemand van een krant is of bijvoorbeeld van een website als Hebban, weet ook wel dat 100% objectiviteit onmogelijk is, maar doet wel zijn of haar uiterste best om zich zo onafhankelijk mogelijk op te stellen. Bij lezersrecensies (die ik zelf daarom veel liever lezersreacties zou willen noemen) ligt het in de meeste gevallen heel anders. Uitzonderingen daargelaten worden die geschreven óf door uitgesproken fans van een auteur, die hem of haar met een jubelend commentaar een hart onder de riem willen steken óf in het tegenovergestelde geval juist door lezers die heel erg kritisch zijn en via een recensie duidelijk willen maken dat en waarom ze een boek maar helemaal niks vinden.
Het resultaat laat zich raden. De ‘echte’ recensenten zijn zuinig met extreme beoordelingen en geven meestal heel gewoontjes twee, drie of vier sterren. De fans van een auteur zijn heel wat royaler en geven soms vier, maar in de meeste gevallen gelijk het maximum van vijf sterren. En wie in het tegenovergestelde geval aan wil geven dat hij een boek echt niet ziet zitten, doet dat in de regel met een of met hooguit twee sterren.
Natuurlijk chargeer ik nu een beetje. Er zijn wel degelijk ook ‘gewone lezers’ (wat je daar dan ook onder mag verstaan) die voor ‘echte recensent’ spelen en hun uiterste best doen om een verhaal los van hun band met de auteur zo eerlijk en zo objectief mogelijk te beoordelen. Zijn dat er veel? Njet, denk ik dan heel oneerbiedig…

Recensies van ‘Alya’

Ik ga hier niet alle recensies van ‘Alya’ plaatsen, want intussen zijn dat er een stuk of twintig, als ik alle lezersrecensies op Hebban meetel zelfs meer. Ik begin met de bespreking in een landelijke krant, in dit geval het Nederlands Dagblad. Sterren geven die niet. De goede lezer zal intussen begrepen hebben waarom ik dat helemaal niet erg vind…

 

Tijdens het schrijven van deze blog trof ik op de Facebook-pagina van Mozaïek nog een erg leuke en kleurrijke ‘minirecensie’ van ‘Alya’ in zomerse sferen aan. Die heb ik meteen maar even tussengevoegd. 😉

 

 

 

Een andere bespreking stond afgelopen week (medio juni) in een blad voor Nederlanders in Spanje. Dat is extra leuk omdat het verhaal van Alya in Zuid-Spanje begint. Ook deel twee, ‘Alya’s keuze’, krijgt straks in september een bespreekplekje in hetzelfde blad.

 

 

 

Wordt vervolgd!

De volgende keer wat minder toelichting, maar wel meer recensies en ook vast een voorproefje van ‘Alya’s keuze’, het slotdeel van mijn tweeluik, dat op 25 september uitkomt. Dan kan ik ook het uitgebreide artikel in de Limburger (onze provinciekrant) meenemen dat waarschijnlijk komende zaterdag, op 23 juni, verschijnt. Ik ben heel benieuwd wat dat oplevert, want het interview (vorige week) was bijzonder leuk en interessant met een verslaggever die zich goed had voorbereid en precies de vragen stelde die ik zelf ook gesteld zou hebben…

 

Naar het Walhalla, een novelle, Achterblijvers en hoe het Alya vergaat

Het is intussen weer hoog tijd voor een update van mijn website, want de meimaand werd voor mij de meest memorabele schrijfmaand ooit, kan ik zonder overdrijving stellen. Het begon met een onverwacht, maar bijzonder leuk bericht van Averbode, mijn Belgische uitgever van de Vlaamse Filmpjes, een al bijna 90 jaar bestaande serie jeugdboekjes voor 10-13 jaar, waarop Vlaamse kinderen zich via hun school kunnen abonneren.
Ik wist al eerder dat ik met mijn Vikingverhaal ‘Naar het Walhalla’ bij de finalisten van de Averbodeprijs 2017 zat en dat mijn verhaal in februari 2019 uit gaat komen, opnieuw met illustraties van Luc Vincent, die ook de prachtige zwartwittekeningen maakte voor ‘IJstijd’, mijn eerste Vlaams Filmpje uit 2010. Maar nu werd het nog veel mooier… Bij de Franse tegenhanger van de Vlaamse Filmpjes, de Récits Express, hadden ze voor het komende schooljaar nog een historisch verhaal nodig. Daarvoor ging de Franstalige redactie te rade bij hun Vlaamse collega’s en zo kwamen ze uit bij mijn Vikingverhaal, dat in de loop van dit jaar dus vertaald wordt in het Frans. Het komt uit in november, dus vóór de Vlaamse versie met als Franse titel ‘En route pour le Valhalla’. Daarom moet de illustrator dus een viertal maanden eerder dan oorspronkelijk gepland aan de slag…
Zie de link naar het jaarprogramma 2018-2029 van de Récits Express: http://www.averbode.be/Pub/recits-express/La-collection/2018-2019.html

Voor 2019 zit er voor mij nóg een nieuwigheid in het vat. Ik schreef en publiceerde al verhalen in de meest uiteenlopende lengtes, van ministukjes van exact 55 woorden tot en met mijn historisch tweeluik (‘Alya’ en het in september uitkomende ‘Alya’s keuze’) dat in totaal zo’n 150.000 woorden gaat tellen. Daar gaat in 2019 een eerste historische novelle bijkomen. Een sluitende definitie daarvan bestaat niet, maar meestal wordt een novelle omschreven als het midden houdend tussen een kort verhaal en een echte roman met een lengte van ongeveer 20.000 tot 30.000 woorden. Natuurlijk ligt die grens niet vast. Het duidelijkst is nog om te zeggen dat een novelle te lang is om het een kort verhaal te noemen en te kort om een roman te mogen heten. Waar ik dat aan te danken heb? Daarvoor moet ik iets over de voorgeschiedenis vertellen. Een andere uitgeverij waar ik in de afgelopen jaren vier korte historische verhalen in drie bundels publiceerde is Historische Verhalen. Die uitgeverij startte als digitaal uitgeefplatform, waarop elke twee weken een kort historisch verhaal werd gepubliceerd. Al snel besloten ze om de verhalen van elk kalenderjaar te gaan bundelen en daarnaast met regelmaat historische themabundels uit te gaan geven. Tot nu toe waren dat bundels over de oudheid, over de Gouden Eeuw en de middeleeuwen. Die laatste komt in juni uit.
Aan mijn resultaten in een deel van die bundels, met name mijn tweede plaats bij de Gouden-Eeuw-wedstrijd met het verhaal ‘Chan-mi’, dat in het 17e-eeuwse Korea speelt, heb ik de uitnodiging te danken om een novelle te schrijven die in de tijd van het kolonialisme speelt met als thema de botsing tussen verschillende culturen. Daar heb ik gelijk ja op gezegd, want het is een onderwerp dat mij op het lijf geschreven is. Het is de bedoeling dat drie auteurs elk een novelle van 15.000 tot 20.000 woorden, spelend in verschillende werelddelen, gaan schrijven, zodat die als een ‘novellenbundel’ uitgegeven kunnen worden.
Link naar de webwinkel van uitgeverij Historische Verhalen:
https://www.historischeverhalen.nl/winkel/

Dan is er ook nog eens nieuws van het fantasyfront. Al schrijf ik de laatste jaren vooral historische verhalen in allerlei lengtes, mijn tweede lievelingsgenre is en blijft fantasy. Daarom heb ik me voorgenomen om als het even kan minimaal een keer per kalenderjaar naast het historische werk ook iets in fantasysferen gepubliceerd te krijgen. Vorig jaar lukte me dat via mijn eerste verhalen in Ganymedes en het tijdschrift Fantastische Vertellingen. Dit jaar deed ik mee aan de wedstrijd ‘Achterblijvers’ van Godijn Publishing. En… vorige week bleek dat ik met ‘Naya’, een door de Griekse mythologie geïnspireerd verhaal over een verdwaalde naiade niet alleen de wedstrijdbundel haalde, maar zelfs de eerste plaats uit het vuur sleepte. Een leuke opsteker en zeker ook nuttig als een stukje promotie voor een schrijver als ik die maar moeilijk kan kiezen tussen het historische en fantastische genre. Gelukkig hoeft dat kiezen niet altijd en kan het soms ook en…en.. zijn…
Hier de link naar een van de eerste recensies:
https://ikhouvanhorrorfantasyenspanning.wordpress.com/2018/05/28/achterblijvers/

En ja, waar ik de hele maand mei natuurlijk allereerst naar uitkeek was de vuurdoop van Alya op donderdag 31 mei bij boekhandel Dekker van de Vegt in Nijmegen. De presentatie van je debuutroman is sowieso iets bijzonders en al helemaal als je dat als ‘pensionado’ nog mee mag maken. Het is gezien de stroom aan romans die elke week opnieuw uitkomen ook bepaald niet vanzelfsprekend dat je bij een grote boekhandel een plekje krijgt tussen een rij bekende namen. Ik heb de avond van 31 mei verteld over hoe ik tot lezen en later tot schrijven kwam en natuurlijk ook over het idee voor en de achtergrond van Alya’s verhaal. Uitweiden daarover doe ik niet. Ik laat het bij een paar foto’s en de volgende link naar Facebook:
https://www.facebook.com/hayvandenmunckhof?hc_ref=ARRUonNk_re8waqQNRRDF7cdAq3edyOX1Jc1YzmQgd7gAYoGCOzqxWULDjfntlkLAk0&fref=nf