Wachten op Alya

 

Wie de titel van mijn nieuwe blog leest en weet dat ‘Alya’ (deel een van mijn historisch tweeluik) op 24 april uitkomt bij uitgeverij Mozaïek, zal misschien denken dat ik tot die datum mijn dagen in ledigheid slijt. Niets is minder waar, want het redactieproces is nog in volle gang. Op 1 december ging na twee maanden herschrijfwerk versie drie van ‘Alya’ de digitale snelweg op richting uitgeverij Mozaïek en daar zal het beslist niet bij blijven. Er gaat minimaal nog één herschrijfronde volgen.

Nu ik even een paar dagen wat (her)schrijfgas terug kan nemen, is dat een mooie gelegenheid om eens op een rijtje te zetten wat er zich allemaal afspeelde (of wat zich nog af gaat spelen) tussen het eerste vage verhaalidee dat in mijn hoofd begon te borrelen en het moment dat ik straks het eindproduct, een echt en tastbaar boek, in handen kan houden. Natuurlijk verloopt dat proces bij elke auteur en bij elk boek weer anders. De samenvatting hieronder is dan ook enkel een voorbeeld van hoe het kan gaan. Het is mogelijk (sterker, het is heel waarschijnlijk) dat een andere auteur daar weinig of niets van herkent.
Had ik dit verhaal eerder kunnen vertellen? Nee, dat denk ik niet. Pas als je in de fase komt dat er een contract getekend wordt, bevestig je als auteur en uitgever wederzijds dat je geesteskind levensvatbaar is en dus echt tot een boek gaat leiden. Dan komt er ook een duidelijk eindpunt in zicht. Dat moment was er een paar weken geleden. Nou ja, helemaal waar is dat niet. In mijn geval was de intentie van de uitgever om het verhaal van Alya in principe uit te gaan geven al veel eerder uitgesproken, namelijk ergens in het najaar van 2016. Maar een intentie is geen zekerheid. Als auteur moet je dat eerst nog maar eens waar zien te maken. Dat doe je door niet alleen te laten zien dat je een publicabel verhaal weet te bedenken, maar ook dat je in staat en bereid bent om het hele daarop volgende redactieproces met goed gevolg te doorstaan.

De weg van ‘Alya’ van het eerste idee tot de dag van uitkomen in april 2018:

  • Begin 2016:  Na een hele reeks verhalen in diverse bundels of tijdschriften (vanaf 2005) en de publicatie van een fantasybundel (‘Traisha en het Ei’) begon mijn voornemen om eindelijk eens iets langers te gaan schrijven steeds meer te kriebelen. De uiteindelijke trigger werd de maand maart, waarin mijn vaste schrijfgroep, ZinnigerZinnen, elk jaar een schrijfmarathon organiseert. Opdracht: schrijf en post elke dag 750 tot 1000 woorden van een nieuw verhaal, maar neem daarnaast ook de tijd om positieve feedback te geven op de schrijfsels van minimaal drie mededeelnemers. Mijn allereerste idee was een klassiek fantasyverhaal over een personage met een bijzondere gave, die zowel een zegen als een vloek kan zijn. Waarom ik daar op het laatste moment vanaf stapte? Als ik eerlijk ben, was daar geen diepere reden voor, maar gaf mijn gezonde boerenverstand de doorslag. Waarom, zo dacht ik, zou ik gaan proberen om het zoveelste fantasy-epos toe te voegen aan een eindeloze reeks gelijksoortige verhalen? De kans om in het fantastische genre een grote Nederlandse uitgever voor je boek te strikken is immers klein. Die kiezen meestal voor de bekende namen uit de Angelsaksische wereld.
    Daarna was mijn keuze pijlsnel gemaakt. Mijn tweede favoriete genre is namelijk het historische. Niet voor niets was in 2011 mijn eerste zelfstandige uitgave een prehistorisch jeugdverhaal, als ‘Vlaams Filmpje’ uitgegeven door Averbode. Maar… ik vond het eeuwig zonde om mijn eerste verhaalidee zomaar op te geven, omdat ik er al allerlei beelden bij had. Toen bedacht ik plotseling dat een gave zoals ik die voor ogen had bij fantasy gewoonlijk in de magische richting gaat, maar dat je er ook heel goed een draai in de echte wereld aan kunt geven. Diezelfde dag koos ik die gave, namelijk het talent om razendsnel een nieuwe taal te leren en had ik al een globaal beeld van het meisje dat mijn hoofdpersonage zou gaan worden. De rest zou je een kettingreactie kunnen noemen. Waar en wanneer leefde dat meisje en hoe zou ik een gave als haar buitengewone aanleg voor talen kunnen gebruiken om er een logische plot uit te destilleren? Zo kwam ik uit (over het waarom zal ik hier niet uitweiden, al had ik er wel degelijk mijn redenen voor) bij het islamitische Al Andalus van de negende eeuw en bij Alya als dochter van Omar, hofmeester van de emir, die zijn eigen talent in zijn dochter herkent en er alles aan doet om dat verder te stimuleren en ontwikkelen. Maar Omar rekent buiten emir Abd-al-Rahman, die van Alya’s gave hoort en besluit om haar als tolk met een gezantschap naar het verre Navarra te sturen. Dat stukje van het verhaal stond al heel snel vast. Dat het vervolgens van de geplande 30.000 à 40.000 woorden uit zou dijen tot iets van bijna 150.000 woorden (ongeveer 600 boekpagina’s) zodat Mozaïek nu een tweeluik van het verhaal gaat maken, had ik nooit voorzien…
  • Maart 2016. Toen ik op 1 maart 2016 aan die ZZ-schrijfmarathon begon, zat het verhaalbegin (en ook het eindpunt waar ik naartoe wilde schrijven) al zo vast in mijn hoofd dat het van het begin af aan bijna vanzelf leek te gaan. Al schrijvende ontdekte ik wel al snel dat mijn plot, waarin Alya heel wat afreist en in allerhande landen terechtkomt, om een hele stoet nevenpersonages vroeg. Een paar daarvan had ik voorzien, maar de meeste moest ik al schrijvende bedenken. Of dat bij elke schrijver zo werkt? Ik zou het niet kunnen zeggen…
  • April 2016. De schrijfmarathon zat erop en ik had de geplande 30.000 woorden ruimschoots gehaald. Alleen bleek toen dat Alya nog maar net op weg was en dat de novelle die me een maand eerder nog voor ogen stond op zijn minst een complete roman zou gaan worden. Ik besloot om maar gewoon verder te schrijven en de rest van het verhaal alle ruimte te geven die het nodig had.
  • Oktober 2016. Een halfjaar verder (tussendoor werkte ik aan een aantal kortere historische verhalen) zat ik al boven de 70.000 woorden. Ik wist dat er nog heel wat moest volgen, maar was intussen wel op een logisch keerpunt in het verhaal aanbeland (welk punt laat ik in verband met spoilers in het midden), een punt waar in april het eerste deel van mijn tweeluik ook gaat eindigen. Omdat de meeste uitgeverijen tegenwoordig vragen om een verhaalbegin plus synopsis, besloot ik begin oktober 2016 dat het moment was gekomen om het met mijn manuscript bij een paar uitgevers te gaan proberen. Toen, ergens halverwege de maand, nadat mijn manuscript bij de eerste van die twee uitgevers al op de ‘slushpile’ (de torenhoge stapel ongevraagd ingestuurde manuscripten) lag, gebeurde iets buitengewoons, waar ik tot op de dag van vandaag verbaasd over ben. Via messenger kreeg ik een bericht van een redactrice van Mozaïek. Ze had gelezen dat ik aan een manuscript werkte en op basis van de verhalen die ze op internet van mij lazen was de vraag of ik hen dat manuscript toe kon sturen, zodat de redactie kon bekijken of het binnen het fonds van Mozaïek paste. En geloof het of niet, op diezelfde dag was ik bezig met een begeleidende brief en had ik na het (aan helderziendheid grenzende) advies van een medeschrijfster het plan om ‘Alya’ daags daarop, ja juist, naar uitgeverij Mozaïek te sturen… Nadat ik van mijn verbazing over een dergelijk toeval was bekomen, reageerde ik uiteraard meteen en stuurde de eerste helft van ‘Alya’ plus een synopsis van het vervolg. Daarna werd al snel afgesproken dat ik begin 2017 het verhaal af zou ronden en ook de rest in zou sturen. Iedereen zal begrijpen dat die ontwikkeling als een soort doping op mij werkte. Ik liet andere schrijfsels tijdelijk voor wat ze waren, schreef ‘in no time’ de resterende 75.000 woorden van ‘Alya’ en stuurde die in.
  • Februari 2017. Een volgend mooi bericht volgde. Dezelfde redactrice liet weten dat mijn complete manuscript zo goed beviel dat Mozaïek in principe met mij verder wilde. Er volgde een eerste gesprek in Utrecht. Daarbij kreeg ik mijn eerste redactiehuiswerk. Dat werd dus vooral schrapwerk. Alle scènes die niet bijdroegen aan het verhaal, maar het enkel vertraagden, moesten eruit. Echt schrikken deed ik daar niet van. Ik had intussen genoeg van medeschrijvers gehoord om te weten dat zoiets bijna altijd gebeurt. ‘Kill your darlings’, heet dat in schrijversjargon. Iets van tussen de 5 en 10% van mijn verhaal sneuvelde…
  • Zomer 2017. Na die eerste redactiefase bleef het een hele tijd stil. Ook iets waar je als schrijver aan moet wennen. De planning van uitgevers verloopt nu eenmaal niet altijd zoals auteurs het zouden wensen. Maar logisch is dat wel. Je bent echt niet de enige auteur en elk jaar moet een uitgever weer puzzelen en keihard werken om alle nieuwe boeken voor de volgende aanbieding op tijd afgerond te hebben.
  • Herfst 2017. Er volgt een tweede gesprek met een volgende redacteur. Deze keer gaat het niet alleen over de volgende redactieronde, maar ook over heel praktische zaken zoals de cover, een korte tekst voor de boekhandels, het moment van uitkomen en de promotie. En ja, nu is ook het punt gekomen dat alles in een echt boekcontract vastgelegd zal worden.
  • December 2017. Het moment waarop ik nu zit te tikken dus. Versie drie van ‘Alya’ is intussen de deur uit, want de deadline daarvoor was ergens rond 1 december. In de tweede herschrijf heb ik inhoudelijk gelukkig niets aan hoeven te passen, maar ging het vooral om de stijl. Die moest directer en mijn woordgebruik en zinsbouw hier en daar wat minder plechtig. Nou ja, ik had nog wel wat meer huiswerk, maar dat ga ik hier niet allemaal tot in detail vermelden.
  • Begin 2018. In het nieuwe jaar volgt nog minimaal één redactieronde. Weer een andere redacteur of redactrice gaat dan ‘op microniveau’ elke zin en elk woord onder de loep nemen. Daarmee kan ik straks nog een keer aan de slag. Niet erg. Gelukkig heb ik nooit een hekel aan herschrijfwerk. Dat hoort er nu eenmaal bij om je boek zo goed mogelijk te maken. Als ik die laatste ronde naar tevredenheid afrond, komt er daarna ook nog eens een corrector aan te pas om de laatste puntjes op de i te zetten. Die loopt alle ‘kleine dingetjes’ als juiste interpunctie, komma’s, tikfoutjes, spaties, witregels enzovoort na. Ten slotte krijg je als auteur ter controle nog de drukproeven toegestuurd.
  • April 2018. Ja, dan is het eindelijk zo ver. Hoe het op en na 24 april, de dag waarop deel een van ‘Alya’ uitkomt, zal gaan, wordt iets voor een volgende blog. Deze is intussen lang genoeg geworden… 😉

 

Naar het Walhalla en hoe het met Alya gaat

‘Naar het Walhalla’ is de titel van mijn tweede Vlaams Filmpje, dat in het schooljaar 2018-2019 uit gaat komen. Voor wie nooit van Vlaamse Filmpjes heeft gehoord, het gaat om een serie jeugdboekjes (altijd tegen de 7000 woorden) waarop Vlaamse kinderen van 10-13 jaar zich al dan niet via hun school kunnen abonneren. Op de laatste dag van oktober kreeg ik het mooie bericht dat ik bij de vijf geselecteerden zat, waaruit een kinderjury de uiteindelijke winnaar koos van de Averbode Prijs 2017. Die eer viel te beurt aan Sarah Verhasselt met het spannende verhaal ‘Een miljoen voor middernacht’.

Voor wie nieuwsgierig is naar die Vlaamse filmpjes en graag een voorbeeld willen lezen, heb ik onder het kopje ‘Historische Boeken’ mijn eerste verhaal, ‘IJstijd’ in zijn geheel geplaatst, inclusief de prachtige originele illustraties van Luc Vincent. Het is voor de liefhebbers even stevig doorscrollen, want ik plaats het helemaal onderaan…

Hieronder vast de cover van ‘IJstijd’, het Vlaams Filmpje dat in 2010 uitkwam:

 

 

Voortgang Alya

Voor de mensen die het volgen (of die het vanaf nu gaan volgen 😉 ) vat ik hieronder ook samen hoe het er voor staat met ‘Alya’, mijn allereerste historische roman voor volwassenen bij uitgeverij Mozaïek.
Gelukkig kan ik melden dat alles mooi volgens het schema verloopt dat ik begin oktober met de redacteur van Mozaïek heb afgesproken. Daar lig ik zelfs een stuk op voor, wat prettig is omdat er nog minstens één redactieronde plus een correctieronde aan zit te komen. Dan is het mooi meegenomen als je wat speling hebt opgebouwd.
Intussen komt de definitieve versie van de cover er binnen enkele weken aan. Zo gauw ik groen licht krijg van uitgeverij Mozaïek, plaats ik die cover natuurlijk ook op deze plek.
Rond 1 december of vlak daarna wordt mijn roman vervolgens in de voorjaarsaanbieding van Mozaïek en op hun website officieel gepresenteerd. In april komt dan deel een uit met als titel ‘Alya’ en rond oktober deel twee, waarvoor ik nog een passende titel moet bedenken.

En ja, ik moet tot slot ook niet vergeten te melden dat ik deze week dan eindelijk mijn eerste contract voor een volwaardige roman ga tekenen. Ik weet het. Een contract is vooral een formeel iets en een bekrachtiging van iets dat al langer vaststond, maar het voelt wel degelijk als wéér een mooie mijlpaal!

Fotoverslag Gouden-Eeuw-wedstrijd – Historische verhalen – 25 oktober 2017

Op woensdag 25 oktober toog ik naar de Leidse boekhandel Van Stockum voor de uitslag van een door uitgeverij Historische Verhalen georganiseerde schrijfwedstrijd.
Opdracht: schrijf een kort historisch verhaal van maximaal 2500 woorden dat speelt in de Gouden Eeuw. Er werden in totaal 98 verhalen ingezonden, waarvan er 21 geselecteerd werden voor de wedstrijdbundel. Een paar weken voor 25 oktober hadden de gepubliceerden een bericht ontvangen met daarbij een kort juryrapport. En ja, ik hoorde ook bij die 21…
Ik had deze keer erg mijn best gedaan om een origineel onderwerp te kiezen. Daarom liet ik mijn eerste idee, een verhaal rond de slavenhandel, al snel varen. Gelukkig, want daarmee zou ik inderdaad niet de enige geweest zijn, ontdekte ik in de loop van de avond.
Bij toeval stuitte ik daarna op een tweedehands exemplaar van ‘Het journaal van Hendrick Hamel’ met als ondertitel `De verbazingwekkende lotgevallen van Hendrick Hamel en andere schipbreukelingen van het voc-schip De Sperwer in Korea 1653-1666′. Toen ik dat verslag van het verblijf in Korea (en na dertien jaar de vlucht van een aantal zeelieden naar Japan) las, had ik meteen inspiratie genoeg voor méér dan een verhaal. Maar je weet nooit of iemand alsnog hetzelfde idee had. Daarom koos ik niet voor een voor de hand liggend perspectief, namelijk vanuit een van die schipbreukelingen, maar draaide ik de zaken om en vertelde een verhaal over een Koreaans meisje, dat door allerhande verwikkelingen in contact komt met een van de jongste zeelieden. Dat is het verhaal ‘Chan-mi’ geworden, waarmee ik de top drie van de wedstrijd wist te halen, namelijk de tweede plaats. Hieronder volgt een fotoverslag in de vorm van een collage. Dat is wat handzamer dan de enorme foto’s uit mijn vorige post.

Het zal duidelijk zijn dat ik woensdagavond als een tevreden mens naar Limburg terugkeerde. Voorlopig is het rustig aan het ‘korte-verhalen-front’ en dat is hard nodig ook, want ik ben volop bezig met het redactiewerk aan ‘Alya’, waarvan deel een in april en deel twee waarschijnlijk in oktober uit gaat komen. Aan de cover wordt intussen gewerkt. Zo gauw die definitief is en ik het fiat van uitgeverij Mozaïek krijg om die te laten zien, komt er uiteraard een vervolgpost…

 

Hieronder volgt het begin (anderhalve pagina) van ‘Chan-mi’, mijn verhaal zoals het in de kersverse bundel staat. Het gedicht van Hwang-yi waarmee het begint (en eindigt) is oorspronkelijk in de zestiende eeuw in het Koreaans geschreven. Die taal beheers ik niet. Ik heb het gedicht dus uit het Engels vertaald, want een Nederlandse versie kon ik nergens ontdekken, wat natuurlijk niet wil zeggen dat die niet bestaat. 

 

Chan-mi

Hanyang (Seoul), voorjaar 1658


O blauwgroene stroom die zich van de heuvels haast,
Beroem je niet op je snelle vaart:
Eenmaal deel van de wereldzee,
Is er geen weg terug.
Waarom blijf je niet en rust hier uit,
Waar verlaten heuvels baden in het licht van de maan?

‘Chan-mi, waarom antwoord je niet?’
Bijna laat ik mijn penseel vallen.
‘Vergeving, zuster. Ik hoorde je niet binnenkomen,’ zeg ik met de eerbied die ik een echte dochter verschuldigd ben. ‘Van mijn lerares moet ik een gedicht van Hwang-yi kopiëren.’
‘Een gedicht?’ smaalt Chae-yong. ‘Laten ze jou in die kisaengschool dan nooit eens iets nuttigs doen?’
Mijn antwoord wacht ze niet af. ‘Vader wil je spreken. Hij is in de anbang.’
Het hart klopt in mijn keel. De anbang? Moet ik echt naar de mannenruimte? De laatste dagen heb ik daar alleen generaals en hoge ambtenaren van het koninklijk hof naar binnen zien gaan. Vrouwen mogen de anbang normaal niet betreden, zeker niet als ze, zoals ik, geboren zijn uit een concubine
‘Schiet op,’ zegt Chae-yong, ‘als je treuzelt, maak je het alleen maar erger.’

In de mannenruimte schemert het, zodat vader niet meer is dan een vaag silhouet. Ik zink op mijn knieën en druk mijn voorhoofd tegen de bodem van glad oliepapier.‘Chan-mi, heb ook jij gehoord van de bleke mannen uit een ver land, die vijf jaar geleden strandden op het eiland Cheju?’
‘Ja, vader,’ antwoord ik, ‘iedereen in Hanyang kent dat verhaal. Ik heb ook gehoord dat die mannen landgenoten zijn van Pak Yŏn, uw aangenomen zoon.’
Vader kijkt mij zwijgend aan. ‘Wil je graag een kisaeng worden, Chan-mi?’ vraagt hij dan ineens.
Mijn hoofd tolt van die onverwachte wending.
‘Ik ben geen echte dochter zoals Chae-yong,’ reageer ik voorzichtig. ‘De kisaengschool is voor mij de enig mogelijke weg om de oude verhalen en gedichten te leren en er misschien ooit zelf een te schrijven. Pas als ik echt een kisaeng ben, weet ik wat het precies inhoudt.’
Vader glimlacht. ‘Je bent slim, Chan-mi. Het antwoord luidt dus nee.’
Ik zwijg en laat het bij een kort knikje.
‘Ik heb met je lerares gesproken,’ gaat vader onverstoorbaar verder. ‘Bo-hui vertelde mij dat jij haar meest getalenteerde leerling bent, net zo goed in muziek en dans als in literatuur en dichtkunst. Ze beweert dat je ooit Hwang-yi zelf zult evenaren.’

Een bijzondere maand van de geschiedenis

Oktober is (onder andere) de maand van de geschiedenis. Als ik heel eerlijk ben, heb ik daar tot een paar jaar geleden nooit zo bij stilgestaan. Dat begon pas toen ik ergens begin 2016 de keuze maakte om me in mijn schrijven vooral te gaan richten op historische verhalen. Een van de aanleidingen was de in januari 2016 van start gaande website Historische Verhalen, waaruit al snel een gelijknamige uitgeverij voortkwam, die naast themabundels ook papieren jaarbundels van de digitaal verschenen verhalen uitgeeft.
In het jaar daarvoor was uitgeverij Godijn Publishing al begonnen met een jaarlijkse wedstrijd voor in de middeleeuwen spelende korte verhalen. Zo waren er plotseling twee platforms waar auteurs met hun historische schrijfsels terecht konden. Daar maakte ik als liefhebber van het genre dankbaar gebruik van. In 2015 haalde mijn verhaal ‘Zeilen’ de wedstrijdbundel ‘Zwaarden van knoflook’ van Godijn Publishing, begin 2016 gevolgd door ‘De laatste dagen van een god’ op de website Historische Verhalen. Daar was ik uiteraard al erg blij mee, maar de maand oktober van 2017, uitgerekend die maand van de geschiedenis dus, verloopt voor mij nog veel mooier. In mijn vorige blog vertelde ik al dat ‘Alya’, mijn eerste historische roman in de loop van 2018 in twee delen uit gaat komen bij uitgeverij Mozaïek. De eerste versie van de cover ligt er intussen, maar die kan ik op mijn website pas laten zien als hij helemaal definitief is.

Op 7 oktober was in het koetshuis van kasteel Zuylen de uitslag van ‘Anno Domini 892′, door Godijn Publishing georganiseerd, met meteen daarop de presentatie van de gelijknamige bundel. Daarvan volgt hieronder een kort fotoverslag. De eerlijkheid gebiedt mij te vermelden dat ik een paar van die foto’s zorgvuldig bijgesneden heb. De reden? Ik was zo slim om met een kop koffie in de hand de trap op te lopen naar de ruimte waar het zich allemaal af zou spelen. Dat liep halverwege hopeloos mis, zodat de helft van de koffie op mijn overhemd belandde… Wie goed oplet ziet op enkele foto’s nog de sporen. ;-(

 

De twee organisatoren (Gerti te Koeijer en Elly Godijn) presenteren de cover van de nieuwe bundel.

 

Het gezellige duo dat samen de derde prijs won en daar zielsgelukkig mee was.

 

Zuiderbuur Marc Kerkhofs, winnaar van de tweede prijs, leest een fragment uit zijn verhaal voor.

 

En jawel, tot mijn vreugde en verrassing werd ik eerste. Net onder die pen begint de koffievlek…

 

 

Samen met de medeschrijvers die de bundel haalden. Wie oplet, ziet nu de plek des onheils. 😉

En daarmee was de koek van de oktobermaand nog niet op. Eergisteren, toe ik net teruggekeerd was van een wandelweek in de Alpen, volgde de uitslag van de jaarlijkse wedstrijd van mijn vaste schrijfgroep, ZinnigerZinnen genaamd. Dat ging deze keer om een echt kortje. Het ingezonden verhaal mocht namelijk slechts 200 woorden (een gedicht of prozastukje) tellen. Na een week mocht elke deelnemer op basis van de op het forum geplaatste feedback een tweede versie aanleveren, een mogelijkheid waar ik dankbaar gebruik van maakte. En weer eindigde ik als eerste…, wat me een tweede trofee opleverde, want in 2015 had ik dezelfde wedstrijd ook al een keer gewonnen, toen met een SF-verhaal. Dit jaar had ik het in stijl gehouden door in die maand van de geschiedenis voor een historisch onderwerp te kiezen. Binnenkort kan ik voor het tweede exemplaar van onderstaand kleinood een plekje op de schoorsteenmantel gaan zoeken. 😉

 

 

… En dan reis ik volgende week naar Leiden voor de uitslag en presentatie van een volgende wedstrijd, namelijk de Gouden-Eeuw-wedstrijd van Historische Verhalen. Daarvoor schreef ik ‘Chan-mi’, een verhaal dat zich afspeelt in het 17e-eeuwse Korea.  Het is gebaseerd op het verhaal van een VOC-schip dat in 1653 op weg van Formosa naar Japan schipbreuk leed bij een Koreaans eiland. Die publicatie in weer een nieuwe bundel (zie de cover hieronder) vind ik al een prijs waar ik heel tevreden mee ben. Na mijn successen van de lopende oktobermaand mag ik hopen, maar natuurlijk niet rekenen op meer…

 

 

´Alya´ gaat in twee delen verschijnen

Botanische tuin in Al Andalus (het huidige Andalusië)

 

In overleg met Uitgeverij Mozaïek is deze week besloten om ‘Alya’ niet als één boek, maar in twee delen uit te geven. Waarom? Ook na de eerste redactieronde, waarbij ongeveer 10% van de oorspronkelijke tekst sneuvelde (dat is bepaald niet ongewoon…) zou het boek 600 of meer pagina’s gaan tellen. Dat vond men wat veel van het goede. Het worden nu twee delen van elk rond de 300 pagina’s, een wat meer gangbare omvang.
Deel een, dat voor april 2018 is gepland, blijft gewoon ‘Alya’ heten. Deel twee komt dan een halfjaar later uit, rond oktober 2018 dus. Dat geeft mij ruim de tijd om over een passende titel na te denken.
Gelukkig is het goed mogelijk om het verhaal in twee delen op te splitsen. Ergens halverwege zit een ‘kantelpunt’ dat zich daar heel goed voor leent. In verband met mogelijke spoilers ga ik daar verder natuurlijk niets over zeggen…
Ik ben erg blij met het vertrouwen dat Mozaïek in mij stelt, want het is absoluut niet vanzelfsprekend dat ze van een debutant (niet wat korte verhalen betreft, maar wel als het over romans gaat) meteen twee boeken binnen één kalenderjaar uitgeven. Op deze manier zou het trouwens zomaar tot een serie van drie of meer boeken kunnen leiden. Een volgend deel zit namelijk in grote lijnen al in mijn hoofd, een titel is er intussen en de eerste hoofdstukken zijn uitgeschreven. Maar dat zeg ik met een paar fikse maren… Om te beginnen heb ik vanaf nu tot diep in 2018 het grootste deel van mijn schrijftijd nodig voor de redactie van de eerste twee delen, zodat er van verder schrijven even niet zo veel gaat komen. En ook als ik dat derde verhaal wel afgerond heb, ben ik natuurlijk nog lang niet zeker van een volgende uitgave. Mozaïek zal het goed moeten keuren. Zelfs als ze vinden dat het kwaliteit genoeg heeft, zal ongetwijfeld meewegen hoe de twee delen van Alya ontvangen worden. Zo gaat dat en zo hoort het ook te gaan. Met elk boek moet je jezelf bewijzen. Ik zie het dan ook als een uitdaging en bepaald niet als iets dat ik wel eventjes ga doen…

Wordt vervolgd dus. Wie weet kan ik in een volgende blog al iets meer over cover, achterflap en al dat soort bijkomende (maar wel degelijk belangrijke) zaken vertellen. In elk geval zal de cover met een kernachtige omschrijving rond 1 december klaar moeten zijn, want dan komt de voorjaarsaanbieding van Mozaïek uit, waarin de nieuwe uitgaven voor de periode februari tot en met juni 2018 aangekondigd worden.

PS:
Ik dacht er eventjes over om hier als afsluiter nog een stukje uit het begin van deel een te plaatsen, maar dat zou dubbelop zijn. Wie het geduld opbrengt om terug te scrollen naar mijn blog van 12 april 2016 (dat gaat een stuk sneller als je eerst rechts op ‘april 2016’ klikt) kan daar als voorproefje vast twee fragmenten uit de eerste hoofdstukken lezen. De werktitel van mijn verhaal luidde toen nog ‘Schaduwlanden’. Die titel sneuvelde al snel omdat die niet uniek bleek te zijn, wat een nadeel is als iemand online naar je uitgaven wil zoeken. In de loop van 2017 is het dan ook simpelweg ‘Alya’ geworden naar het hoofdpersonage van mijn verhaal , de (in het verhaalbegin) veertienjarige dochter van de hofmeester.

 

Witte rook voor Alya

De witte rook waarop ik bijna een jaar zat te wachten is een paar dagen geleden dan eindelijk gekomen. Uitgeverij Mozaïek gaat ‘Alya’ opnemen in de voorjaarsaanbieding, wat inhoudt dat het ergens in de periode februari t/m juni 2018 uit zal komen.

Natuurlijk sprong ik bij dat nieuws een gat in de lucht. Al gebeurt het bij een reguliere uitgeverij zoals Mozaïek zelden dat een manuscript waarin al tijd (en dus geld) gestoken is op de route naar publicatie alsnog sneuvelt, mogelijk is het wel degelijk. Er kunnen altijd onvoorziene omstandigheden roet in het eten gooien. Daarbij moet je als auteur het in je gestelde vertrouwen tijdens de diverse redactierondes waar blijven maken. Geen enkel manuscript is meteen perfect en al helemaal niet als het, zoals in mijn geval, het allereerste manuscript van romanlengte is. In theorie zou ik het tijdens de volgende redactierondes (een heb ik er al achter de rug) dus alsnog kunnen verknallen, maar dat laat ik natuurlijk niet gebeuren…

Ik kreeg ook nog ander nieuws, namelijk dat Mozaïek definitief besloten heeft om ‘Alya’ niet als young adult, maar als een historische roman voor volwassenen uit te gaan geven. Op de redenen daarvoor ga ik hier nu verder niet in. Dat is misschien iets voor een van de volgende blogs, als ik daar meer over gehoord heb. Nu gaat het mij even om de gevolgen, niet enkel voor de komende redactieronde(s), maar ook voor de promotie, de cover, de flaptekst en nog wel wat zaken meer.
Ik moest echt wel even nadenken over de vraag of ik wel of niet blij moest zijn met de keuze van de uitgever. Daar ben ik intussen wel uit. Als ik alles op een rijtje zet, denk ik dat het bij een historische roman heel goed uit kan pakken. Heel wat volwassen lezers zullen boeken met een ‘YA-stempel’ aan zich voorbij laten gaan. Andersom speelt dat volgens mij veel minder. In cultuur en geschiedenis geïnteresseerde jongeren die graag en veel lezen zullen ook wel voor een ‘volwassen’ boek kiezen als het onderwerp hen interesseert en de recensies (hopelijk…) meehelpen.

Hoe gaat het nu verder? Dat is snel verteld. Volgende week heb ik een gesprek met de redacteur, waarbij het vooral over de volgende redactieronde zal gaan. Met wat ik dan hoor, ga ik weer met frisse moed aan de slag. Gelukkig heb ik bepaald geen hekel aan herschrijfwerk. Integendeel. Ik weet waarvoor ik het doe en ik realiseer me dat het boek er altijd beter door zal worden.
Wordt vervolgd… 😉

Remake van mijn website – Hoe en waarom?

Mijn website draait nu een paar jaar en tot nu toe voelde ik nooit de behoefte om die drastisch op de schop te nemen. Ik kan er mijn blogs (over mijn eigen schrijven en af en toe ‘schrijfgerelateerde zaken’) op kwijt en houd nog vier kopjes over om de lezers van andere zaken op de hoogte te brengen/houden, met name over mijn publicaties.
Die indeling en ook de layout van de website bevalt me nog altijd goed. Wie weet ga ik die al dan niet met professionele hulp in een later stadium aanpassen en verfraaien, maar voorlopig gaat het mij niet in de eerste plaats om de vormgeving, maar vooral om de inhoud. Het oude menu boven de homepagina met mijn blog sloot niet langer aan bij wat ik de laatste paar jaar vooral schrijf, namelijk historische verhalen en (de eerste zit nu bij uitgeverij Mozaïek in de pijplijn) historische romans.
Omdat het mijn ambitie is om dat te blijven doen en me dus duidelijk te gaan profileren als auteur van historische verhalen en romans, moet dat voortaan in één oogopslag uit mijn website blijken. Dat is met de kopjes die ik tot vandaag gebruikte (Jeugdverhalen – Andere publicaties – Historische verhalen) bepaald niet het geval. Met de nieuwe koppen (Historische boeken – Historische verhalen – Fantasyverhalen) hoop ik dat op te lossen.
Ook ontbreekt een informatief stuk over mijzelf op een logische plek. Een biografie is een groot woord, dat hoeft nu ook weer niet, maar de meeste lezers vinden het wel degelijk fijn als ze over een auteur net iets meer kunnen lezen dan hoe oud hij is en waar hij woont. Daar ga ik dus onder het simpele kopje ‘Over Hay’ voor zorgen.
Natuurlijk pak ik die kopjes een voor een aan, want ik wil goed nadenken over de vraag hoe ik de inhoud per onderdeel het snelst en handigst kan actualiseren. In de loop van de week hoop ik de remake afgerond te hebben.