Recensies in het algemeen en recensies van ‘Alya’ in het bijzonder

 

Recensies in het algemeen

Ik ben al wat jaartjes gewend om op recensies te wachten. ‘Alya’ is weliswaar mijn romandebuut, maar vanaf 2004 publiceerde ik al een jeugdboek, een eigen fantasybundel en een dertigtal ‘losse’ verhalen in diverse genres, al lag de nadruk daarbij  wel duidelijk op fantasy, jeugdverhalen en/of historische verhalen. Dat telt allemaal mee en ik was al die jaren dan ook blij met elke positieve recensie. Maar de eerlijkheid gebiedt me om te zeggen dat recensies qua promotie pas zoden aan de dijk zetten als je een eerste roman uitbrengt bij een professionele uitgeverij, in mijn geval ‘Alya’ bij uitgeverij Mozaïek.

Bij veel (gelukkig niet bij alle) recensies wordt de waardering uitgedrukt in minimaal een tot maximaal vijf sterren, waarbij vaak ook nog eens halve sterren worden gebruikt. Dat wekt een beetje de indruk van een objectief oordeel, zoals je ook een cijfer kunt geven voor een dictee of voor een wiskundeproefwerk. Niets is minder waar. Het oordeel over een verhaal of boek is per definitie subjectief, omdat er nu eenmaal (en gelukkig maar…) duizend-en-een smaken en voorkeuren bestaan. Ja, natuurlijk kun je redelijk objectief beoordelen of een verhaal qua spelling en/of taalgebruik goed in elkaar zit, maar niet of nauwelijks waar het om plot en verdere inhoud gaat. Zo zal ik het wel uit mijn hoofd laten om een recensie te schrijven over een horror- of misdaadverhaal. Ik ben geen groot liefhebber van horror en misdaadverhalen vind ik vrijwel altijd saai omdat de vraag ‘wie het deed’ me totaal niet boeit, al begrijp ik ook wel dat een goed misdaadverhaal meer is dan die vraag alleen. Mijn oordeel bij die twee genres zou nooit een eerlijk oordeel kunnen zijn, waar de auteur iets aan heeft.

Heb je dan niets aan zo’n ‘sterrenrecensie’? Meestal valt dat mee, omdat het gelukkig een goede gewoonte is om je waardering met argumenten en eventueel voorbeelden uit het verhaal te verduidelijken. Dat zegt altijd vele malen meer meer dan het blote aantal sterren, want bij dat laatste speelt naast dat subjectieve van ieder oordeel heel erg mee waar, hoe en waarom die sterren worden gegeven. In een landelijke krant (mocht je boek daar al besproken worden) moet je als debutant in je handjes knijpen met drie sterren, want daar wordt de lat (en terecht) erg hoog gelegd. Drie sterren is gewoonweg goed en vier sterren uitzonderlijk goed. Het maximum van vijf sterren wordt gereserveerd voor zeldzame meesterwerken die echt niet iedere week binnenkomen.
Heel anders gaat het er aan toe bij lezersrecensies op websites zoals Hebban of Goodreads. Daar zijn vijfsterrenbeoordelingen heel gewoon. Soms zie je wel tien boeken achter elkaar voorbijkomen met bijna uitsluitend vijfsterrenbeoordelingen. Allemaal meesterwerken? Nee, natuurlijk niet. Soms zit er zelfs regelrechte bagger tussen, tenminste naar mijn (natuurlijk ook subjectieve) oordeel. Begrijpelijk is het wel. Een echte recensent, of dat nu iemand van een krant is of bijvoorbeeld van een website als Hebban, weet ook wel dat 100% objectiviteit onmogelijk is, maar doet wel zijn of haar uiterste best om zich zo onafhankelijk mogelijk op te stellen. Bij lezersrecensies (die ik zelf daarom veel liever lezersreacties zou willen noemen) ligt het in de meeste gevallen heel anders. Uitzonderingen daargelaten worden die geschreven óf door uitgesproken fans van een auteur, die hem of haar met een jubelend commentaar een hart onder de riem willen steken óf in het tegenovergestelde geval juist door lezers die heel erg kritisch zijn en via een recensie duidelijk willen maken dat en waarom ze een boek maar helemaal niks vinden.
Het resultaat laat zich raden. De ‘echte’ recensenten zijn zuinig met extreme beoordelingen en geven meestal heel gewoontjes twee, drie of vier sterren. De fans van een auteur zijn heel wat royaler en geven soms vier, maar in de meeste gevallen gelijk het maximum van vijf sterren. En wie in het tegenovergestelde geval aan wil geven dat hij een boek echt niet ziet zitten, doet dat in de regel met een of met hooguit twee sterren.
Natuurlijk chargeer ik nu een beetje. Er zijn wel degelijk ook ‘gewone lezers’ (wat je daar dan ook onder mag verstaan) die voor ‘echte recensent’ spelen en hun uiterste best doen om een verhaal los van hun band met de auteur zo eerlijk en zo objectief mogelijk te beoordelen. Zijn dat er veel? Njet, denk ik dan heel oneerbiedig…

Recensies van ‘Alya’

Ik ga hier niet alle recensies van ‘Alya’ plaatsen, want intussen zijn dat er een stuk of twintig, als ik alle lezersrecensies op Hebban meetel zelfs meer. Ik begin met de bespreking in een landelijke krant, in dit geval het Nederlands Dagblad. Sterren geven die niet. De goede lezer zal intussen begrepen hebben waarom ik dat helemaal niet erg vind…

 

Tijdens het schrijven van deze blog trof ik op de Facebook-pagina van Mozaïek nog een erg leuke en kleurrijke ‘minirecensie’ van ‘Alya’ in zomerse sferen aan. Die heb ik meteen maar even tussengevoegd. 😉

 

 

Een andere bespreking (geschreven door Anya van der Gracht) stond afgelopen week in een blad voor Nederlanders in Spanje. Dat is extra leuk omdat het verhaal van Alya in Zuid-Spanje begint. Ook deel twee, ‘Alya’s keuze’, krijgt straks in september een bespreekplekje in hetzelfde blad.

Wel even een ‘spoileralert’… Wie de term niet kent, dat is een waarschuwing om een stukje niet te lezen als je helemaal blanco aan het verhaal wilt beginnen en nog niets over het verloop van Alya’s avonturen wilt weten. Hieronder wordt daar namelijk wel degelijk het een en ander over verteld. Wie dat geen probleem vindt, kan rustig verder lezen.

 

 

 

Wordt vervolgd!

De volgende keer wat minder toelichting, maar wel meer recensies en ook vast een voorproefje van ‘Alya’s keuze’, het slotdeel van mijn tweeluik, dat op 25 september uitkomt. Dan kan ik ook het uitgebreide artikel in de Limburger (onze provinciekrant) meenemen dat waarschijnlijk komende zaterdag, op 23 juni, verschijnt. Ik ben heel benieuwd wat dat oplevert, want het interview (vorige week) was bijzonder leuk en interessant met een verslaggever die zich goed had voorbereid en precies de vragen stelde die ik zelf ook gesteld zou hebben…

 

Naar het Walhalla, een novelle, Achterblijvers en hoe het Alya vergaat

Het is intussen weer hoog tijd voor een update van mijn website, want de meimaand werd voor mij de meest memorabele schrijfmaand ooit, kan ik zonder overdrijving stellen. Het begon met een onverwacht, maar bijzonder leuk bericht van Averbode, mijn Belgische uitgever van de Vlaamse Filmpjes, een al bijna 90 jaar bestaande serie jeugdboekjes voor 10-13 jaar, waarop Vlaamse kinderen zich via hun school kunnen abonneren.
Ik wist al eerder dat ik met mijn Vikingverhaal ‘Naar het Walhalla’ bij de finalisten van de Averbodeprijs 2017 zat en dat mijn verhaal in februari 2019 uit gaat komen, opnieuw met illustraties van Luc Vincent, die ook de prachtige zwartwittekeningen maakte voor ‘IJstijd’, mijn eerste Vlaams Filmpje uit 2010. Maar nu werd het nog veel mooier… Bij de Franse tegenhanger van de Vlaamse Filmpjes, de Récits Express, hadden ze voor het komende schooljaar nog een historisch verhaal nodig. Daarvoor ging de Franstalige redactie te rade bij hun Vlaamse collega’s en zo kwamen ze uit bij mijn Vikingverhaal, dat in de loop van dit jaar dus vertaald wordt in het Frans. Het komt uit in november, dus vóór de Vlaamse versie met als Franse titel ‘En route pour le Valhalla’. Daarom moet de illustrator dus een viertal maanden eerder dan oorspronkelijk gepland aan de slag…
Zie de link naar het jaarprogramma 2018-2029 van de Récits Express: http://www.averbode.be/Pub/recits-express/La-collection/2018-2019.html

Voor 2019 zit er voor mij nóg een nieuwigheid in het vat. Ik schreef en publiceerde al verhalen in de meest uiteenlopende lengtes, van ministukjes van exact 55 woorden tot en met mijn historisch tweeluik (‘Alya’ en het in september uitkomende ‘Alya’s keuze’) dat in totaal zo’n 150.000 woorden gaat tellen. Daar gaat in 2019 een eerste historische novelle bijkomen. Een sluitende definitie daarvan bestaat niet, maar meestal wordt een novelle omschreven als het midden houdend tussen een kort verhaal en een echte roman met een lengte van ongeveer 20.000 tot 30.000 woorden. Natuurlijk ligt die grens niet vast. Het duidelijkst is nog om te zeggen dat een novelle te lang is om het een kort verhaal te noemen en te kort om een roman te mogen heten. Waar ik dat aan te danken heb? Daarvoor moet ik iets over de voorgeschiedenis vertellen. Een andere uitgeverij waar ik in de afgelopen jaren vier korte historische verhalen in drie bundels publiceerde is Historische Verhalen. Die uitgeverij startte als digitaal uitgeefplatform, waarop elke twee weken een kort historisch verhaal werd gepubliceerd. Al snel besloten ze om de verhalen van elk kalenderjaar te gaan bundelen en daarnaast met regelmaat historische themabundels uit te gaan geven. Tot nu toe waren dat bundels over de oudheid, over de Gouden Eeuw en de middeleeuwen. Die laatste komt in juni uit.
Aan mijn resultaten in een deel van die bundels, met name mijn tweede plaats bij de Gouden-Eeuw-wedstrijd met het verhaal ‘Chan-mi’, dat in het 17e-eeuwse Korea speelt, heb ik de uitnodiging te danken om een novelle te schrijven die in de tijd van het kolonialisme speelt met als thema de botsing tussen verschillende culturen. Daar heb ik gelijk ja op gezegd, want het is een onderwerp dat mij op het lijf geschreven is. Het is de bedoeling dat drie auteurs elk een novelle van 15.000 tot 20.000 woorden, spelend in verschillende werelddelen, gaan schrijven, zodat die als een ‘novellenbundel’ uitgegeven kunnen worden.
Link naar de webwinkel van uitgeverij Historische Verhalen:
https://www.historischeverhalen.nl/winkel/

Dan is er ook nog eens nieuws van het fantasyfront. Al schrijf ik de laatste jaren vooral historische verhalen in allerlei lengtes, mijn tweede lievelingsgenre is en blijft fantasy. Daarom heb ik me voorgenomen om als het even kan minimaal een keer per kalenderjaar naast het historische werk ook iets in fantasysferen gepubliceerd te krijgen. Vorig jaar lukte me dat via mijn eerste verhalen in Ganymedes en het tijdschrift Fantastische Vertellingen. Dit jaar deed ik mee aan de wedstrijd ‘Achterblijvers’ van Godijn Publishing. En… vorige week bleek dat ik met ‘Naya’, een door de Griekse mythologie geïnspireerd verhaal over een verdwaalde naiade niet alleen de wedstrijdbundel haalde, maar zelfs de eerste plaats uit het vuur sleepte. Een leuke opsteker en zeker ook nuttig als een stukje promotie voor een schrijver als ik die maar moeilijk kan kiezen tussen het historische en fantastische genre. Gelukkig hoeft dat kiezen niet altijd en kan het soms ook en…en.. zijn…
Hier de link naar een van de eerste recensies:
https://ikhouvanhorrorfantasyenspanning.wordpress.com/2018/05/28/achterblijvers/

En ja, waar ik de hele maand mei natuurlijk allereerst naar uitkeek was de vuurdoop van Alya op donderdag 31 mei bij boekhandel Dekker van de Vegt in Nijmegen. De presentatie van je debuutroman is sowieso iets bijzonders en al helemaal als je dat als ‘pensionado’ nog mee mag maken. Het is gezien de stroom aan romans die elke week opnieuw uitkomen ook bepaald niet vanzelfsprekend dat je bij een grote boekhandel een plekje krijgt tussen een rij bekende namen. Ik heb de avond van 31 mei verteld over hoe ik tot lezen en later tot schrijven kwam en natuurlijk ook over het idee voor en de achtergrond van Alya’s verhaal. Uitweiden daarover doe ik niet. Ik laat het bij een paar foto’s en de volgende link naar Facebook:
https://www.facebook.com/hayvandenmunckhof?hc_ref=ARRUonNk_re8waqQNRRDF7cdAq3edyOX1Jc1YzmQgd7gAYoGCOzqxWULDjfntlkLAk0&fref=nf

 

Interview Qreative minds – 2 mei 2018

Even bijkomen…

 

Dinsdag 24 april is een dag die ik niet snel zal vergeten. De eerste exemplaren van ‘Alya’ had ik al wat daagjes in huis en de boekpresentatie is pas voor eind mei gepland, om precies te zijn op donderdag 31 mei van 19.00 tot 21.00 uur bij Dekker vd Vegt in Nijmegen. Zie daarvoor het evenement op mijn Facebook-pagina.
Ik dacht in al mijn onschuld dat de dag waarop ‘Alya’ (de papieren versie) uit ging komen redelijk rustig voorbij zou hobbelen. Niets bleek echter minder waar…  Ik had buiten al mijn schrijfvrienden(vriendinnen) gerekend, die deze dag op allerlei sites en in verschillende Facebook-groepen massaal aangrepen om recensies te plaatsen, een eerste winactie te houden, een interview aan te kondigen en al mijn berichten op de sociale media te delen. Dan heb ik het nog niet over alle felicitaties, vragen en opmerkingen die ik zo goed en zo kwaad mogelijk bij probeerde te houden.
Daarnaast arriveerde vanmiddag via het Centraal Boekhuis ook nog eens een eerste doos met twintig auteursexemplaren en zorgde de plaatselijke Panningse boekhandel gelijk voor een prominent plekje voor mijn eerste stapeltje van vijf Alya’s tussen de nieuw uitgekomen boeken.
Tot ’s avonds laat was ik in de weer om op alles te reageren, zodat er van iets nieuws schrijven (wat ik wel heel serieus gepland had) niets terecht kwam.

In de loop van deze of volgende week zorg ik voor een wat uitgebreider verslag van hoe het Alya op die eerste levensdagen verging en vergaat. Nu moet ik eerst even naar adem happen en bijkomen… 😉

‘Alya’ is er als ebook

Dat ebooks de strijd met het ‘echte’ papieren boek aan het verliezen zijn, had een paar jaar geleden niemand verwacht. Toen luidden de voorspellingen andersom. In dit digitale tijdperk zou een gewoon boek al snel net zo ouderwets worden als een cassettebandje of grammofoonplaat. Maar niets daarvan is gebeurd. Integendeel, steeds meer muziek wordt weer op vinyl uitgebracht en zelfs die rare cassettebandjes worden nog altijd verkocht. Laatst heb ik er zelf nog wat bijbesteld. ;-)
Het is dan ook niet meer dan logisch dat uitgeverijen bij het uitkomen van een boek nog altijd uit blijven gaan van de papieren versie. In het geval van ‘Alya’ is dat op 24 april, nu over twee weken dus.
Maar… het ebook van ‘Alya’is op alle bekende webshops vanaf vandaag (10 april dus) al verkrijgbaar. Dat wilde ik even melden voor de groep lezers die zweren bij hun ereader, tablet of soms zelfs smartphone om een boek te lezen.

Na morgen ben ik net zo benieuwd naar reacties van gewone lezers als naar de eerste recensies. Voor die laatste heb ik al een aantal toezeggingen, zowel op Hebban (waar ‘Alya’ bovendien een leesclubtitel wordt) als op een aantal veelgelezen boekenblogs.
Hoe je die recensies/reacties moet interpreteren is een heel andere vraag, zeker als de waardering wordt uitgedrukt in een tot vijf sterren. Dat lijkt een heel duidelijk systeem, maar in de praktijk ligt dat toch anders. Als je eerste roman in een van de grote kranten drie sterren krijgt, kun je dat rustig als een mooie opsteker beschouwen. Maar krijg je die drie sterren als de gemiddelde reactie van alle lezers, bijvoorbeeld op Hebban, dan is je reactie als schrijver toch meer iets van mwah… Ik vind het dan ook altijd fijn als mensen eerlijk en helder beschrijven wat ze goed of juist minder goed vinden aan een boek. Dat zegt mij meer dan al die sterren bij elkaar…

Wachten op Alya

 

Wie de titel van mijn nieuwe blog leest en weet dat ‘Alya’ (deel een van mijn historisch tweeluik) op 24 april uitkomt bij uitgeverij Mozaïek, zal misschien denken dat ik tot die datum mijn dagen in ledigheid slijt. Niets is minder waar, want het redactieproces is nog in volle gang. Op 1 december ging na twee maanden herschrijfwerk versie drie van ‘Alya’ de digitale snelweg op richting uitgeverij Mozaïek en daar zal het beslist niet bij blijven. Er gaat minimaal nog één herschrijfronde volgen.

Nu ik even een paar dagen wat (her)schrijfgas terug kan nemen, is dat een mooie gelegenheid om eens op een rijtje te zetten wat er zich allemaal afspeelde (of wat zich nog af gaat spelen) tussen het eerste vage verhaalidee dat in mijn hoofd begon te borrelen en het moment dat ik straks het eindproduct, een echt en tastbaar boek, in handen kan houden. Natuurlijk verloopt dat proces bij elke auteur en bij elk boek weer anders. De samenvatting hieronder is dan ook enkel een voorbeeld van hoe het kan gaan. Het is mogelijk (sterker, het is heel waarschijnlijk) dat een andere auteur daar weinig of niets van herkent.
Had ik dit verhaal eerder kunnen vertellen? Nee, dat denk ik niet. Pas als je in de fase komt dat er een contract getekend wordt, bevestig je als auteur en uitgever wederzijds dat je geesteskind levensvatbaar is en dus echt tot een boek gaat leiden. Dan komt er ook een duidelijk eindpunt in zicht. Dat moment was er een paar weken geleden. Nou ja, helemaal waar is dat niet. In mijn geval was de intentie van de uitgever om het verhaal van Alya in principe uit te gaan geven al veel eerder uitgesproken, namelijk ergens in het najaar van 2016. Maar een intentie is geen zekerheid. Als auteur moet je dat eerst nog maar eens waar zien te maken. Dat doe je door niet alleen te laten zien dat je een publicabel verhaal weet te bedenken, maar ook dat je in staat en bereid bent om het hele daarop volgende redactieproces met goed gevolg te doorstaan.

De weg van ‘Alya’ van het eerste idee tot de dag van uitkomen in april 2018:

  • Begin 2016:  Na een hele reeks verhalen in diverse bundels of tijdschriften (vanaf 2005) en de publicatie van een fantasybundel (‘Traisha en het Ei’) begon mijn voornemen om eindelijk eens iets langers te gaan schrijven steeds meer te kriebelen. De uiteindelijke trigger werd de maand maart, waarin mijn vaste schrijfgroep, ZinnigerZinnen, elk jaar een schrijfmarathon organiseert. Opdracht: schrijf en post elke dag 750 tot 1000 woorden van een nieuw verhaal, maar neem daarnaast ook de tijd om positieve feedback te geven op de schrijfsels van minimaal drie mededeelnemers. Mijn allereerste idee was een klassiek fantasyverhaal over een personage met een bijzondere gave, die zowel een zegen als een vloek kan zijn. Waarom ik daar op het laatste moment vanaf stapte? Als ik eerlijk ben, was daar geen diepere reden voor, maar gaf mijn gezonde boerenverstand de doorslag. Waarom, zo dacht ik, zou ik gaan proberen om het zoveelste fantasy-epos toe te voegen aan een eindeloze reeks gelijksoortige verhalen? De kans om in het fantastische genre een grote Nederlandse uitgever voor je boek te strikken is immers klein. Die kiezen meestal voor de bekende namen uit de Angelsaksische wereld.
    Daarna was mijn keuze pijlsnel gemaakt. Mijn tweede favoriete genre is namelijk het historische. Niet voor niets was in 2011 mijn eerste zelfstandige uitgave een prehistorisch jeugdverhaal, als ‘Vlaams Filmpje’ uitgegeven door Averbode. Maar… ik vond het eeuwig zonde om mijn eerste verhaalidee zomaar op te geven, omdat ik er al allerlei beelden bij had. Toen bedacht ik plotseling dat een gave zoals ik die voor ogen had bij fantasy gewoonlijk in de magische richting gaat, maar dat je er ook heel goed een draai in de echte wereld aan kunt geven. Diezelfde dag koos ik die gave, namelijk het talent om razendsnel een nieuwe taal te leren en had ik al een globaal beeld van het meisje dat mijn hoofdpersonage zou gaan worden. De rest zou je een kettingreactie kunnen noemen. Waar en wanneer leefde dat meisje en hoe zou ik een gave als haar buitengewone aanleg voor talen kunnen gebruiken om er een logische plot uit te destilleren? Zo kwam ik uit (over het waarom zal ik hier niet uitweiden, al had ik er wel degelijk mijn redenen voor) bij het islamitische Al Andalus van de negende eeuw en bij Alya als dochter van Omar, hofmeester van de emir, die zijn eigen talent in zijn dochter herkent en er alles aan doet om dat verder te stimuleren en ontwikkelen. Maar Omar rekent buiten emir Abd-al-Rahman, die van Alya’s gave hoort en besluit om haar als tolk met een gezantschap naar het verre Navarra te sturen. Dat stukje van het verhaal stond al heel snel vast. Dat het vervolgens van de geplande 30.000 à 40.000 woorden uit zou dijen tot iets van bijna 150.000 woorden (ongeveer 600 boekpagina’s) zodat Mozaïek nu een tweeluik van het verhaal gaat maken, had ik nooit voorzien…
  • Maart 2016. Toen ik op 1 maart 2016 aan die ZZ-schrijfmarathon begon, zat het verhaalbegin (en ook het eindpunt waar ik naartoe wilde schrijven) al zo vast in mijn hoofd dat het van het begin af aan bijna vanzelf leek te gaan. Al schrijvende ontdekte ik wel al snel dat mijn plot, waarin Alya heel wat afreist en in allerhande landen terechtkomt, om een hele stoet nevenpersonages vroeg. Een paar daarvan had ik voorzien, maar de meeste moest ik al schrijvende bedenken. Of dat bij elke schrijver zo werkt? Ik zou het niet kunnen zeggen…
  • April 2016. De schrijfmarathon zat erop en ik had de geplande 30.000 woorden ruimschoots gehaald. Alleen bleek toen dat Alya nog maar net op weg was en dat de novelle die me een maand eerder nog voor ogen stond op zijn minst een complete roman zou gaan worden. Ik besloot om maar gewoon verder te schrijven en de rest van het verhaal alle ruimte te geven die het nodig had.
  • Oktober 2016. Een halfjaar verder (tussendoor werkte ik aan een aantal kortere historische verhalen) zat ik al boven de 70.000 woorden. Ik wist dat er nog heel wat moest volgen, maar was intussen wel op een logisch keerpunt in het verhaal aanbeland (welk punt laat ik in verband met spoilers in het midden), een punt waar in april het eerste deel van mijn tweeluik ook gaat eindigen. Omdat de meeste uitgeverijen tegenwoordig vragen om een verhaalbegin plus synopsis, besloot ik begin oktober 2016 dat het moment was gekomen om het met mijn manuscript bij een paar uitgevers te gaan proberen. Toen, ergens halverwege de maand, nadat mijn manuscript bij de eerste van die twee uitgevers al op de ‘slushpile’ (de torenhoge stapel ongevraagd ingestuurde manuscripten) lag, gebeurde iets buitengewoons, waar ik tot op de dag van vandaag verbaasd over ben. Via messenger kreeg ik een bericht van een redactrice van Mozaïek. Ze had gelezen dat ik aan een manuscript werkte en op basis van de verhalen die ze op internet van mij lazen was de vraag of ik hen dat manuscript toe kon sturen, zodat de redactie kon bekijken of het binnen het fonds van Mozaïek paste. En geloof het of niet, op diezelfde dag was ik bezig met een begeleidende brief en had ik na het (aan helderziendheid grenzende) advies van een medeschrijfster het plan om ‘Alya’ daags daarop, ja juist, naar uitgeverij Mozaïek te sturen… Nadat ik van mijn verbazing over een dergelijk toeval was bekomen, reageerde ik uiteraard meteen en stuurde de eerste helft van ‘Alya’ plus een synopsis van het vervolg. Daarna werd al snel afgesproken dat ik begin 2017 het verhaal af zou ronden en ook de rest in zou sturen. Iedereen zal begrijpen dat die ontwikkeling als een soort doping op mij werkte. Ik liet andere schrijfsels tijdelijk voor wat ze waren, schreef ‘in no time’ de resterende 75.000 woorden van ‘Alya’ en stuurde die in.
  • Februari 2017. Een volgend mooi bericht volgde. Dezelfde redactrice liet weten dat mijn complete manuscript zo goed beviel dat Mozaïek in principe met mij verder wilde. Er volgde een eerste gesprek in Utrecht. Daarbij kreeg ik mijn eerste redactiehuiswerk. Dat werd dus vooral schrapwerk. Alle scènes die niet bijdroegen aan het verhaal, maar het enkel vertraagden, moesten eruit. Echt schrikken deed ik daar niet van. Ik had intussen genoeg van medeschrijvers gehoord om te weten dat zoiets bijna altijd gebeurt. ‘Kill your darlings’, heet dat in schrijversjargon. Iets van tussen de 5 en 10% van mijn verhaal sneuvelde…
  • Zomer 2017. Na die eerste redactiefase bleef het een hele tijd stil. Ook iets waar je als schrijver aan moet wennen. De planning van uitgevers verloopt nu eenmaal niet altijd zoals auteurs het zouden wensen. Maar logisch is dat wel. Je bent echt niet de enige auteur en elk jaar moet een uitgever weer puzzelen en keihard werken om alle nieuwe boeken voor de volgende aanbieding op tijd afgerond te hebben.
  • Herfst 2017. Er volgt een tweede gesprek met een volgende redacteur. Deze keer gaat het niet alleen over de volgende redactieronde, maar ook over heel praktische zaken zoals de cover, een korte tekst voor de boekhandels, het moment van uitkomen en de promotie. En ja, nu is ook het punt gekomen dat alles in een echt boekcontract vastgelegd zal worden.
  • December 2017. Het moment waarop ik nu zit te tikken dus. Versie drie van ‘Alya’ is intussen de deur uit, want de deadline daarvoor was ergens rond 1 december. In de tweede herschrijf heb ik inhoudelijk gelukkig niets aan hoeven te passen, maar ging het vooral om de stijl. Die moest directer en mijn woordgebruik en zinsbouw hier en daar wat minder plechtig. Nou ja, ik had nog wel wat meer huiswerk, maar dat ga ik hier niet allemaal tot in detail vermelden.
  • Begin 2018. In het nieuwe jaar volgt nog minimaal één redactieronde. Weer een andere redacteur of redactrice gaat dan ‘op microniveau’ elke zin en elk woord onder de loep nemen. Daarmee kan ik straks nog een keer aan de slag. Niet erg. Gelukkig heb ik nooit een hekel aan herschrijfwerk. Dat hoort er nu eenmaal bij om je boek zo goed mogelijk te maken. Als ik die laatste ronde naar tevredenheid afrond, komt er daarna ook nog eens een corrector aan te pas om de laatste puntjes op de i te zetten. Die loopt alle ‘kleine dingetjes’ als juiste interpunctie, komma’s, tikfoutjes, spaties, witregels enzovoort na. Ten slotte krijg je als auteur ter controle nog de drukproeven toegestuurd.
  • April 2018. Ja, dan is het eindelijk zo ver. Hoe het op en na 24 april, de dag waarop deel een van ‘Alya’ uitkomt, zal gaan, wordt iets voor een volgende blog. Deze is intussen lang genoeg geworden… 😉

 

Naar het Walhalla en hoe het met Alya gaat

‘Naar het Walhalla’ is de titel van mijn tweede Vlaams Filmpje, dat in het schooljaar 2018-2019 uit gaat komen. Voor wie nooit van Vlaamse Filmpjes heeft gehoord, het gaat om een serie jeugdboekjes (altijd tegen de 7000 woorden) waarop Vlaamse kinderen van 10-13 jaar zich al dan niet via hun school kunnen abonneren. Op de laatste dag van oktober kreeg ik het mooie bericht dat ik bij de vijf geselecteerden zat, waaruit een kinderjury de uiteindelijke winnaar koos van de Averbode Prijs 2017. Die eer viel te beurt aan Sarah Verhasselt met het spannende verhaal ‘Een miljoen voor middernacht’.

Voor wie nieuwsgierig is naar die Vlaamse filmpjes en graag een voorbeeld willen lezen, heb ik onder het kopje ‘Historische Boeken’ mijn eerste verhaal, ‘IJstijd’ in zijn geheel geplaatst, inclusief de prachtige originele illustraties van Luc Vincent. Het is voor de liefhebbers even stevig doorscrollen, want ik plaats het helemaal onderaan…

Hieronder vast de cover van ‘IJstijd’, het Vlaams Filmpje dat in 2010 uitkwam:

 

 

Voortgang Alya

Voor de mensen die het volgen (of die het vanaf nu gaan volgen 😉 ) vat ik hieronder ook samen hoe het er voor staat met ‘Alya’, mijn allereerste historische roman voor volwassenen bij uitgeverij Mozaïek.
Gelukkig kan ik melden dat alles mooi volgens het schema verloopt dat ik begin oktober met de redacteur van Mozaïek heb afgesproken. Daar lig ik zelfs een stuk op voor, wat prettig is omdat er nog minstens één redactieronde plus een correctieronde aan zit te komen. Dan is het mooi meegenomen als je wat speling hebt opgebouwd.
Intussen komt de definitieve versie van de cover er binnen enkele weken aan. Zo gauw ik groen licht krijg van uitgeverij Mozaïek, plaats ik die cover natuurlijk ook op deze plek.
Rond 1 december of vlak daarna wordt mijn roman vervolgens in de voorjaarsaanbieding van Mozaïek en op hun website officieel gepresenteerd. In april komt dan deel een uit met als titel ‘Alya’ en rond oktober deel twee, waarvoor ik nog een passende titel moet bedenken.

En ja, ik moet tot slot ook niet vergeten te melden dat ik deze week dan eindelijk mijn eerste contract voor een volwaardige roman ga tekenen. Ik weet het. Een contract is vooral een formeel iets en een bekrachtiging van iets dat al langer vaststond, maar het voelt wel degelijk als wéér een mooie mijlpaal!