Illustreren is een vak apart

Illustreren is helaas een vak apart. Waarom helaas? Nou ja. Heel gewoon. Ik zou zielsgraag willen dat ik niet alleen kon schrijven (nu ben ik een tikkeltje onbescheiden…), maar ook zelf illustraties kon produceren die voor mijn gevoel in beelden vangen wat ik in mijn schrijfsels uit probeer te drukken.
Hoe kom ik daar ineens op? Eigenlijk toevallig. Via de ‘sociale media’ en met name Facebook (dat ik vrijwel uitsluitend gebruik voor alles wat met met boeken, schrijven en lezen te maken heeft) komen er met regelmaat voorbeelden voorbij van illustraties die mij jaloers maken op het talent van de maker. In dit geval was dat:
http://droomoog.nl/pas-op-trollen-2/
Een dergelijk niveau ga ik niet meer bereiken, zelfs niet als ik het schrijven opgeef en twaalf uur per dag ga schetsen, zwoegen en tekenen tot ik er bij neerval. Ieder heeft nu eenmaal een andere aanleg meegekregen, op die zeldzame geluksvogels na die bij hun geboorte op de een of andere manier met alle mogelijke talenten tegelijk bedeeld zijn en een kei worden in alles dat ze aanpakken. Tot die categorie behoor ik niet. Helemaal berusten doe ik daar niet in. Een paar keer heb ik manmoedige pogingen gedaan om toch iets te produceren dat bij het een of ander kort verhaaltje zou kunnen passen. Bij een enkele tekening lukt dat, zoals het onderstaande voorbeeld dat in maart 2015 in een van de ‘Gentasiabundels’ als uitvloeisel van de gelijknamige schrijfwedstrijd bij een ‘fantastisch sprookje’ van mijn hand gaat verschijnen.

2013-12-18 Een hoge prijs 2

Ik denk dat dit de uitzondering gaat worden die de regel bevestigt. Tenzij… ik de komende jaren de tijd weet te vinden om naast mijn schrijven te blijven werken aan de kwaliteit van mijn tekeningen. Maar ik denk eerlijk gezegd dat dit een illusie zal blijven. Illustreren is en blijft een vak apart.

Maar vooruit… Nog eentje dan die naar ik hoop een beetje in de sfeer is van de drie 120w-stukjes hieronder. Die passen in mijn plan om na de ‘gewone’ bundel die zaterdag bij EigenZinnig uitkomt (zie vorige twee posts) ook een bundel uit te brengen met uitsluitend korte stukjes van exact 120 woorden zoals hieronder.

HONGER(1)

Na vele ontberingen bereikte ik de drakenklip. Weken later zag ik een stipje aan de horizon uitgroeien tot een groengeschubd monster, dat voor mij op de klip landde.
‘Sterveling,’ siste Chalyssa, ‘weet je niet dat ik van mensenvlees houd? Je hebt geluk dat ik niet hongerig ben.’
‘Daar hoopte ik op,’ zei ik. ‘Mag ik op je rug mee naar het Drakeneiland zonder dat je me daar alsnog opeet? Ik weet dat draken nooit liegen.’
‘Akkoord,’ antwoordde ze.
We schoten zo snel omhoog dat de loeiende wind mij bijna van haar rug blies. Spoedig zag ik het Drakeneiland opdoemen. Chalyssa koerste op een bergtop af.
‘Waar landen we?’ schreeuwde ik.
‘Op mijn horst natuurlijk,’ riep Chalyssa. ‘Mijn kinderen hebben honger.’

2013-12-20 Dochter 0 - bijgewerkt in Paint 2

HONGER(2)

Waarom lag ik hier op mijn buik? En wat was het gruwelijk koud…
Ik wist mijn hoofd net ver genoeg op te tillen om over de rand van ruwe keien te kijken. Het uitzicht benam mij de adem. Diep beneden mij golfde een oerwoud van smaragd, omzoomd door een gouden strand en een azuurblauwe oceaan.

Hees gesis klonk achter mij. Iets sleepte mij aan mijn voet naar achteren.
‘Geduld!’ Ik hoorde een rasperige stem. ‘Jullie hebben net twee herten op.’
Chalyssa’s horst! Nu wist ik wat de naar zwavel stinkende smurrie was waarin ik lag. Verse drakenstront…

‘Chalyssa,’ smeekte ik, ‘waaraan heb ik dit verdiend?’
‘Dat weet je best. Het is een grote eer om drakenjongen tot voedsel te dienen.’

HONGER(3)

Daar lag ik dan. Een hemels uitzicht in een uitzichtloze positie…
Moeizaam werkte ik me op mijn knieën en draaide mij om. Ik moest en zou weten door wie of wat ik zo dadelijk verscheurd zou worden.
Chalyssa leek een schoonheid in vergelijking met de kale, ruftende creaturen die mij hongerig aanstaarden. Zonder hun brandende blik en flitsende, gifgroene tongen zou ik er nooit drakenjongen in herkend hebben.

Ik wierp een blik op Chalyssa. Die had alle belangstelling voor mij verloren. Ze strekte haar massieve poten en verduisterde de zon met haar geschubde vleugels. Luttele tellen later was ze enkel een stipje aan de horizon.

De drie jongen waggelden op mij af.
Ik kwam overeind en sprong in het diepe…

Herfstschoonmaak

Voordat ik een nieuwe blog ga plaatsen, wil ik eerst eens wat snoeiwerk in mijn weblog verrichten en waar nodig spinnenwebben verwijderen. Sommige onderdelen zijn al een hele tijd niet bijgewerkt. Die zien er nu behoorlijk stoffig uit. Van andere bevalt de vormgeving me niet meer.
Een voorbeeld: Onder het kopje ‘120W’ zijn een aantal verhaaltjes te vinden die ik de laatste jaren op de website 120w.nl geplaatst heb. Daarachter volgt een hele rij losse links naar andere verhaaltjes op die site. Dat is achteraf gezien een heel ‘domme’ manier. Iedereen die zich op de site van 120w.nl heeft laten registreren, heeft daar namelijk een perfect opgezette auteurspagina, die een snel overzicht geeft over alle stukjes die je geplaatst hebt. Simpelweg onder het kopje ‘120W’ de link naar die auteurspagina plaatsen is dus een honderd keer betere oplossing dan wat ik nu doe. Zo zijn er meer voorbeelden te geven, maar daar ga ik de lezers van deze blog niet mee lastigvallen.
Ik neem rustig de tijd voor mijn herfstschoonmaak. Alles op een enkele avond leidt maar tot haastwerk en nieuwe onvolkomenheden. Ik begin dus zodadelijk met die 120W-aanpassing.

Maar… ik plaats vanavond natuurlijk niet alleen een nieuw stuk om het over schoonmaakperikelen te hebben. Mijn hernieuwde ijver dient een duidelijk doel. Ik wil zeker gedurende de rest van de herfst en winter meer blogs gaan plaatsen en dat is gewoon prettiger in een schrijfhuis dat net een grondige opknapbeurt heeft gehad.

Wat ik me óók voorgenomen heb, is om meer van mijn ‘schrijverijen’, al dan niet vers van de pers, online te gaan plaatsen. Het vergt overigens enig denkwerk om te beslissen wat je wel en wat je zeker niét online moet plaatsen. Om met dat laatste te beginnen, een verhaal waarmee ik aan een wedstrijd mee wil doen of dat ik misschien (regulier) kan publiceren, ga ik niet op mijn blog plaatsen. Dat behoeft weinig uitleg. Zowel wedstrijdorganisatoren als uitgevers willen over het algemeen geen reeds gepubliceerd werk. Je snijdt dus als auteur in eigen vlees als je daar geen rekening mee houdt.

Vandaag begin ik met het plaatsen van mijn laatste stukje op 120W. Het thema van de afgelopen week was ‘Hersenschimmen’. In de eerste versie van mijn 120-woorden-stukje kwam dat woord ook voor. Dat is namelijk een eis om mee te kunnen doen aan de wekelijkse themawedstrijd. In tweede instantie werd ‘hersenschimmen’ toch ‘demonen’. Dat vond ik in het stukje én passender én mooier klinken. Wie het leest, moet zelf maar beoordelen of dat een wijze beslissing was.


RESET

‘s Morgens drink ik sterke koffie. Zo verdrijf ik de demonen, die achter mij aan, al wervelend en temerig fluisterend, de trap afgedaald zijn.
Halverwege de morgen worden de eerste bressen geslagen. Dan voel ik ze, zoals al die andere dagen, aan de randen van mijn ik knagen.
‘Ho,’ roep ik keihard. Niet dat het helpt, maar Reset, mijn twaalfjarige setter, schiet overeind en jankt als een afgekeurde brandweersirene. Dat helpt wel.
Ik lijn Reset aan en loop met hem naar het park. Ze volgen me niet. Waarom zouden ze ook? Vroeg of laat kom ik terug.
Als Reset ’s avonds in slaap valt, komen ze me halen. Ik verzet mij niet. Al mijn kracht heb ik nodig. Voor morgen.