Keuzes

Wat een vage titel, zullen heel wat lezers denken. Ons leven bestaat nu eenmaal elke dag opnieuw uit een eindeloze reeks keuzes. Hoe meer vrijheid je hebt, hoe langer de rij beslissingen wordt die je na het opstaan vroeg of laat zult moeten nemen. Dat is al helemaal zo als je zoals ik pensionado bent en elke morgen opnieuw geheel zelf kunt beslissen wat je met die zoveelste nieuwe dag van je leven zult gaan doen. Welke sokken trek ik aan? Ga ik eerst douchen of lees ik eerst de krant? Is het weer goed genoeg voor een fikse ochtendwandeling of regent het en kies ik voor een droog plekje in de sportschool?

Wees gerust, lezers. Ik ga niemand vermoeien met dit soort belangwekkende afwegingen. Ik schrijf op deze plek over schrijven, schrijvers en schrijfsels. Heb ik het hier dus over keuzes, dan doel ik op keuzes waar het schrijven mij voor stelt en niets anders dan dat.
Natuurlijk is er een aanleiding om het daar nu juist vanavond over te hebben. Die aanleiding bestaat uit een heel bijzonder moment. Hoe bijzonder? Dat begrijpen zeker weten alle medeschrijvers die ooit hetzelfde meemaakten. Een uurtje geleden begon ‘Winterwende’, mijn eerste manuscript van romanlengte aan de (in dit geval digitale) weg naar een (mogelijke) uitgever. Een mijlpaal? Jawel, maar niet de eerste en hopelijk ook niet de laatste. Voor mij (en ik zal daarin wel niet de enige zijn) was misschien wel de mooiste mijlpaal in mijn schrijvende leven toen voor de allereerste keer iets dat ik bedacht en opschreef door iemand de moeite waard werd geacht om het in gedrukte vorm de wereld in te sturen; mijn allereerste gepubliceerde verhaal dus. Ach ja, wat later concludeerde ik dat die prestatie niet echt wereldschokkend was, omdat het ging om een schrijfwedstrijd waarin de kans op publicatie de 50% naderde. En toch… dat moment was, hoe onterecht misschien, mooier dan al het volgende, mooier zelfs dan die keer, een paar jaar later, dat ik tweede werd in een wedstrijd met rond de 350 deelnemers.

Ik dwaal af. Het ging dus over keuzes. En nu ga ik concreet worden. De vraag die mij met regelmaat bezighoudt is of het wel slim is om datgene wat je schrijft enkel en alleen af te laten hangen van wat er toevallig in je opkomt. Jazeker, zullen velen zeggen. In schrijven moet je je gevoel volgen en dus gewoon schrijven wat je wilt schrijven. In mijn geval gaat dat dan al snel de min of meer fantastische kant op. Ik houd gewoon van alles wat exotisch, ver weg of onbekend is. Niet voor niets bestaat mijn eerste langere publicatie uit een bundel pure fantasyverhalen. Spijt heb ik daar absoluut niet van. Die bundel (Traisha en het Ei) kreeg mooie recensies. Maar er is een keerzijde. Om te beginnen lopen verhalenbundels qua verkoop voor geen meter, vergeleken met ‘gewone’ romans. En verder is het in Nederland ongelofelijk lastig om een fantasyboek uit te brengen dat de concurrentie aankan met de stortvloed aan vertaalde Engelstalige titels. Zonder anderen tekort te doen, denk ik dat zoiets de laatste paar jaar alleen Thomas Olde Heuvelt en Natalie Koch een beetje gelukt is.

Om met de deur in huis te vallen, dat alles bracht mij nog niet zo lang geleden tot een duidelijke keuze. Ik laat die fantasy absoluut niet vallen. Daarvoor vind ik het simpelweg een veel te leuk genre. Ik blijf dus zeker weten met regelmaat meedoen aan schrijfwedstrijden in het fantastische genre en zal mijn best doen om daar de komende jaren nog een keer een mooie bundel van uit te brengen.
Maar wél geef ik bij deze voorgoed de illusie op om tussen de stortvloed van lijvige fantasy-trilogieën, al dan niet Engelstalig, iets uit te brengen dat past in het rijtje Hobb-Jordan-Martin-Williams-Goodkind en ga zo maar door.
Gelukkig heb ik een alternatief. Exotisch en ver weg past ook bij een ander genre en wel een dat ik net zo mooi vind als die fantasy. Als ik ‘ver weg’ even vertaal als ‘lang geleden’ kom ik uit bij het genre van de historische roman. Dat is dus bijvoorbeeld ‘Winterwende’, een prehistorische roman, die speelt in de tijd van de rendierjagers. Dat is ook mijn volgende project, een verhaal dat speelt in de negende eeuw en van start gaat in het Emiraat van Cordoba. Meer kan ik daar voorlopig niets over zeggen. Ook dat wordt weer een kwestie van keuzes….

Deadlineschuiverij

Dat ik verschillende maanden op rij niets op dit blog heb laten horen, is absoluut geen toeval. Het was heel bewust. De oorzaak heeft twee verschillende namen. De eerste heet Winterwende, de tweede heet ‘schuivende deadlines’.
Dat vraagt natuurlijk om uitleg. Goed, ik zal mijn best doen…

Zo’n vijf jaar geleden schreef ik tijdens de jaarlijkse schrijfmarathon van de website Zinniger Zinnen de eerste versie van mijn prehistorische YA-roman Winterwende, althans het eerste deel daarvan. Tot nog toe niets aan de hand. Verhalen zijn er nu eenmaal om af te maken, waar of niet. Nu is er niets mis met het een tijdje laten liggen van een verhaal. Dat wordt in schrijfboeken of op sites als Schrijven Online met regelmaat gepropageerd als een probaat middel om afstand van je schrijfsel te nemen en er dan na een maand of wat met een frisse blik weer mee aan de slag te gaan. Oké, zo ga ik dat dus ook doen, dacht ik dus. Er zijn immers zo veel andere schrijfuitdagingen, een schrijfwedstrijd hier, een 120W-verhaaltje daar, een verhalenbundel die je ‘even’ voorrang geeft en ga zo maar door. Het duurde een tijd voordat ik doorhad dat ik mezelf voor de gek hield. Wat is mijn probleem? Ik ben een onverbeterlijke deadlinevoormijuitschuiver. Ik weet elke dag en elke week opnieuw een rechtvaardiging te vinden voor het laten liggen van het verhaal dat ik in mijn eerste plannen al lang voltooid zou hebben. Niet dat ik lui of improductief ben, verre van dat. Het digitaal archief op mijn computer dijt gestaag uit, zo zeer dat ik regelmatig moeite heb om een verhaalaanzet of ander schrijfsel nog terug te vinden. Ook de stapel volgeschreven notitieboekjes groeit en groeit. Het probleem is ook niet echt dat ik nooit iets afrond. Jawel, dat doe ik heus met enige regelmaat en gelukkig ook af en toe succesvol. Alleen… het is zelden datgene wat ik me voorgenomen had, maar net weer iets anders, waar ik in een plotselinge opwelling aan begon.

Er is een sprankje hoop aan de horizon wat mijn probleem betreft. Vandaag tikte ik dan eindelijk de slotzin van Winterwende in. Niet dat het meteen naar uitgeverijen kan. De herschrijf voor ‘al die kleine dingetjes’, zoals dubbele spaties, vergeten aanhalingstekens, onnodige stopwoordjes enzovoort moet er nog overheen. Daarnaast heb ik de slothoofdstukken herschreven en wacht ik zeker weten eerst af wat mijn proeflezers daarvan vinden.
Toch had die allerlaatste punt effect op mij. Ik heb namelijk nog een andere eigenaardigheid. Ik ben beter en hardnekkiger in afronden dan in afmaken. Zo gauw ik een verhaal eenmaal voltooid heb, blijf ik zoeken naar dingen die beter zouden kunnen en of moeten. Dan heb ik niet langer de neiging dat voor mij uit te schuiven. Integendeel, dan bijt ik mij er in vast.
Daarom twee mededelingen. De eerste is dat Winterwende nu echt binnenkort naar een paar uitgevers gaat. De tweede is dat ik dat feit ga vieren door weer minimaal elke maand een blog te schrijven. Zo gauw ik dat laat versloffen, weten jullie hoe laat het is. Dan ben ik bezig aan een nieuw manuscript en ben ik opnieuw aan het schuiven geslagen. ;-(

 

Promotie en hoe maak je een eigen promo-CD?

Tot aan het verschijnen van mijn eerste verhalenbundel (‘Traisha en het Ei’) heb ik me nooit zo verdiept in de vraag waarom en hoe je je schrijfsels moet promoten. Dat vond ik verspilde moeite. Eerst moet er iets zijn om promotie voor te maken, was mijn standpunt. Zo lang ik enkel korte verhalen in uiteenlopende bundels publiceerde, vond ik dat nog niet aan de orde. Met het uitkomen van die bundel kon ik er echter niet meer onderuit. Mooie recensies (en die waren er gelukkig genoeg) strelen natuurlijk je ego, maar de ervaring leert dat je er zonder enige naamsbekendheid verder weinig aan hebt, tenminste als je het over de verkoop van je boek of bundel gaat. Concreet gesteld; een lovende recensie, bijvoorbeeld op Hebban, levert je hooguit een paar extra verkochte exemplaren op. Naast recensies blijft een stuk promotie voor een beginnend schrijver (zo zie ik mijzelf nog altijd) onmisbaar.

Nu is en blijft de beste promotie natuurlijk het schrijven van goede verhalen en boeken. Het kan iemand incidenteel lukken om met een intensieve promotiecampagne (denk aan interviews, krantenartikelen, boektrailers enzovoort) ook als relatief onbekende schrijver meteen een redelijk aantal boeken af te zetten. Maar als de lezers na het lezen in meerderheid teleurgesteld zijn, kun je dat kunstje denk ik maar één keer uithalen.
Toch ontkomt geen schrijver die de ambitie heeft om bekender te worden aan enige promotie. Je moet al over een uitzonderlijk talent beschikken en/of heel veel geluk hebben om ‘zo maar’ door te breken. Ik heb in deze blog niet de pretentie om alle mogelijkheden de revue te laten passeren, maar houd het heel concreet. Komende zondag (ik schrijf dit op 25 november, dus gaat het om zondag 29 november) ben ik vanaf 12.00 uur aanwezig op de door Quasis georganiseerde schrijversmarkt bij boekhandel de Klerk in Leidersdorp en krijg daar met een hele rits medeschrijvers de gelegenheid mijn boeken aan de man of vrouw te brengen. Zie de volgende link:

http://www.facebook.com/events/1680188712196330/

Quasis schrijversmarkt

 

Natuurlijk ga ik zondag mijn twee tot nu toe gepubliceerde boeken verkopen. Naast mijn fantasyverhalenbundel is dat ‘IJstijd’, een prehistorisch jeugdverhaal voor 10-13 jaar, eind 2010 als ‘Vlaams Filmpje’ uitgegeven bij het Vlaamse Averbode. De oplage was ongeveer 7000 exemplaren. Dat is in in het Nederlands taalgebied erg veel. De verklaring is simpel. De serie ‘Vlaamse Filmpjes’ bestaat al 85 jaar en de kinderen uit bovenbouw van de Vlaamse lagere scholen kunnen er een jaarabonnement op nemen, vergelijkbaar met Nederlandse jeugdtijdschriften als de vroegere taptoe. Het aantal abonnementen schijnt elk jaar terug te lopen, maar het zijn er ook nu nog altijd duizenden.

Afgelopen week ben ik druk bezig geweest om voor zondag (en uiteraard ook voor latere gelegenheden) een extraatje te fabriceren voor de kopers van ‘IJstijd’ of ‘Traisha en het ei’. Wat heb ik gedaan? Omdat ik thuis nog een hele stapel lege DVD-hoesjes en een flinke voorraad onbeschreven ceedeetjes had liggen, kwam ik op het idee om daar een promo-CD met een aantal oude en nieuwe verhalen in epub-formaat van te brouwen. Voor het resultaat zie de foto hieronder. De kopers van ‘Traisha en het Ei’ (die bundel kost € 14,50) krijgen alléén op de schrijversmarkt het boek plus de bonus-CD met twaalf epubs voor € 15,- Dan leg ik op die CD een kleinigheid toe, maar daarvoor is het dan ook een promo-CD. Bijkomend voordeel, zowel voor koper als verkoper, is dat een ronde prijs altijd een hoop gedoe met kleingeld voorkomt. 😉
Welke verhalen staan er als epub (leesbaar op PC, laptop, tablet, smartphone of ereader) op? Dat verraad ik hier niet, maar het staat wel op de achterzijde …

 

IMG_20151125_164456

 

Als afsluiter wat praktische tips voor mensen die willen weten wat ik in welke volgorde gedaan heb. Een kleine waarschuwing is op zijn plaats. Er gaan alles bij elkaar best wat uren in zitten, tijd die ikzelf als pensionado gelukkig voldoende heb. Reken er op dat je gauw drie tot vier avonden bezig bent met de achtereenvolgende stappen, afhankelijk natuurlijk van je handigheid in dit soort karweitjes en welke programma’s je kent en eventueel al eerder gebruikt heb. Nog een kanttekening: ik heb enkel epubs van korte verhalen gemaakt. Als je weet hoe, kan dat vrij snel en eenvoudig. Wil je een boek in epub-vorm uitgeven, dan wordt het een stuk ingewikkelder. Bovendien moet je je afvragen of je wel een volledig boek in epubvorm als gratis (of bijna gratis) promotiemateriaal wilt gebruiken.

Dan nu mijn stappenplan (een iets andere volgorde is natuurlijk ook mogelijk):

  1. Selecteren van geschikte verhalen en een volgorde vaststellen.
  2. De verhalen (simpelweg vanuit Word) omzetten naar epubformaat. Dat kun je gewoon online doen via           http://ebook.online-convert.com/convert-to-epub
  3. Vis ze na het converteren uit je downloadmap en verzamel ze in een nieuwe map met een duidelijke naam als Promo-CD.
  4. Zoek een passende afbeelding (gewoon jpg is prima) of maak een mooie beginpagina. Dat laatste heb ik met Publisher gedaan, maar het kan op vele manieren, desnoods ook gewoon in word (dan wel opslaan als jpg/jpeg…).
  5. Download het gratis programma Sigil, waarmee je epubs kunt bewerken. Open een epub in de map die je bij stap 3 gemaakt hebt. Kies in Sigil voor ‘Boekweergave’ om de normale layout te zien.
  6. Plak je beginafbeelding of cover voor het begin van je verhaal.
  7. Controleer op een paar verschillende apparaten (bijvoorbeeld tablet en een ereader die epubs herkent) of je cover of afbeelding (liefst jpg) ongeveer paginavullend is. Vaak is de afbeelding te groot. De snelste manier om die te verkleinen is met Paint, een programma waarover normaal iedereen beschikt. Kies daar voor ‘Formaat wijzigen’ en vergroot of verklein het percentage tot je tevreden bent. Na een paar keer doen word je daar steeds handiger in.
  8. Als je wilt, kun je ook snel een ‘echte’ cover in Sigil invoegen. Dat is niet erg ingewikkeld als je de handleiding leest. Je kunt het resultaat snel beoordelen met Adobe Digital Editions, als je de epub tenminste opnieuw in de juiste map opslaat, zodat je het met Adobe Digital Editions snel kunt vinden. Dat is sowieso de handigste ebook-epub-reader voor op de PC. Hoofdstukken maken, een inhoudsopgave enzovoort in Sigil maken is voor de echte volhouders, maar voor een ‘los’ verhaal onnodig.
  9. Als je bij alle verhalen tevreden bent over het resultaat, kun je de epubs (nummer ze met 01 – … , 02 – … enz.) meteen op een leeg ceedeetje branden. Een DVD- schijf kan natuurlijk ook, maar al die MB’s heb je niet nodig voor kleine bestanden als epubs. Ik heb Nero gebruikt, maar dat hoeft natuurlijk niet.
  10. Natuurlijk wil je ook een leuke CD/DVD-hoes voor je versgebrande epubschijfje. Zie mijn voorbeeld bij de tweede foto van dit blog. Op de achterzijde kun je dan de overige info kwijt. Ik heb de hoes via Publisher gemaakt, maar er zijn programma’s te over waarmee zoiets kan. Omdat ik geen kleurenprinter heb, ben ik met mijn usb-stick naar de printshop gegaan. Wie het ook zo doet, kan het Publisherbestand het beste eerst omzetten naar PDF. Dan weet je dat normaal gesproken het resultaat moet kloppen.
  11. De perfectionist maakt digitaal ook nog een mooi etiket. Dat kan ook in (bijvoorbeeld) Nero. Ik heb best een aardig handschrift als ik mijn best doe, dus ik heb de tekst op de schijfjes gewoon met een fijne marker geschreven.

Succes! Ik ben benieuwd of iemand iets aan mijn ervaringen op het epub-front heeft …

 

 

Mijn boek is af! Wat nu?

De titel van mijn blog zal voor iedereen die ooit een ‘echt boek’ voltooide wel herkenbaar zijn. Maanden of in veel gevallen jaren heb je, al dan niet met tussenpozen, heel je ziel en zaligheid in dat ene verhaal gestoken. Dan komt zo maar ineens het moment uit de lucht vallen dat je daar heel letterlijk een punt achter zet. Had ik daar zelf voor dat moment al eens bij stilgestaan? O ja, zeker had ik dat. Maar dat is heel iets anders dan het echt ervaren.

Hoe gaat dat dan? Beter gezegd, hoe ging dat bij mij op 13 september 2015? Het eerste wat ik op die dag om tien uur ‘s avonds voelde was regelrechte euforie. Hoe het verder ook zou gaan, mijn geesteskindje was vanaf het allereerste vage idee (ergens begin 2011) uitgegroeid tot een stevige, op het eerste gezicht kerngezonde knaap van 70.000 woorden. De voldoening die dat geeft, is met geen pen of toetsenbord te beschrijven. Nu, een paar dagen later, begrijp ik dan ook beter dat ik na mijn facebookbericht om het heugelijke nieuws te melden werkelijk overstelpt werd met likes en aanmoedigingen van zo ongeveer alle mensen die ik de afgelopen jaren via het schrijven heb leren kennen. De meesten van hen herkennen immers dat bijzondere moment óf zijn er naar toe aan het werken.

Hoe lang duurde mijn euforie? Hooguit vijf minuten, schat ik. Toen landde ik met een doffe dreun weer op aarde. Hoezo prestatie? Zijn niet zo ongeveer een miljoen Nederlanders bezig een boek te schrijven of hebben dat intussen gedaan? Niks mijlpaal! Wat ik zo net ‘gepresteerd’ had, was hooguit een tussenstapje, dat misschien ooit ergens toe zou leiden, maar misschien ook niet. En wat in mijn hoofd allemaal zo spannend en logisch opgebouwd lijkt, komt in het hoofd van een lezer misschien wel vooral warrig of, erger nog, saai over.

Is zo’n bijna tegengestelde reactie positief? Achteraf denk ik van wel, tenzij je in die fase blijft steken en zo ontmoedigd raakt dat je het manuscript terzijde schuift om het ergens in een la of uithoek van je digitaal archief een stille dood te laten sterven. Dat is natuurlijk doodzonde, maar wat mij betreft nog altijd minder erg dan die fase simpelweg overslaan. Dan heb ik het over schrijvers die zich na die laatste punt absoluut niet voor kunnen stellen dat er meer dan een enkele verdwaalde tikfout in hun manuscript zit en die hun ‘meesterwerk’ liefst dezelfde week nog via een POD-drukker op de wereld loslaten.
Om verontwaardigde reacties te voorkomen, nee, ik vind uitgeven in eigen beheer beslist niet minderwaardig. Integendeel, ik heb diepe bewondering voor auteurs (en ik ken daar minstens twee treffende voorbeelden van) die er in slagen via die weg een goed en succesvol boek te publiceren. Maar dan gaat het niet om mensen zonder enige vorm van zelfkritiek, maar juist om mensen die superkritisch op zichzelf zijn en ook nog eens van alle markten thuis. Ja, Jasper en Sophia, ik heb het nu in de eerste plaats over jullie …

De goede lezer heeft al geraden dat die fase van overdreven relativering bij mij best snel overdreef.  Nou ja, niet binnen vijf minuten, maar gelukkig wel binnen een dag. Op de avond van 14 september was ik al weer bezig met het sturen van mails naar mijn proeflezers, met nadenken over de ‘herschrijf’ en de vraag hoeveel tijd ik daarvoor uit zal moeten trekken. Helemaal blanco hoef ik daar niet aan te beginnen, want ergens halverwege het verhaal had ik al de eerste dertigduizend woorden naar mijn proeflezers gestuurd. Dat leverde zo veel nuttig commentaar op, dat ik al heel snel met het herschrijven van de eerste hoofdstukken kan beginnen, sterker, dat ik daar intussen al mee bezig ben. Hoe ik dat aan wil gaan pakken en vooral waarom is een verhaal op zichzelf. Dat bewaar ik liever voor mijn volgende blog …

 

bigstock-Mammoth-Dawn-6138025

Bibliotheekperikelen

Toen ik vanmorgen uit het raam keek en het druilerige weer zag, besloot ik meteen aan een karweitje te beginnen dat ik me al langer voorgenomen had. Ik ging in de catalogus van onze bibliotheek (Panningen) eens kijken hoe het stond met de uitgaven die ik daar de afgelopen jaren (de eerste een jaar of vijf geleden) had afgeleverd om ze in de collectie op te nemen. Wat bleek? Alleen mijn prehistorisch jeugdverhaal (‘IJstijd’) en één enkele bundel waren nog aanwezig. De rest (een stuk of vijf andere bundels) lag intussen bij een andere vestiging. Hoe dat kan? Daar was ik na een telefoontje snel achter. Tot voor kort hanteerden de bibliotheken hier in de regio (Noord-Limburg) het systeem om veel van hun boeken van vestiging naar vestiging te laten rouleren.
Echt leuk vond ik die ontdekking niet. Ik denk dat bijna elke auteur het wel fijn vindt als zijn of haar schrijfsels in de plaatselijke bibliotheek liggen en daar bekeken en/of geleend kunnen worden. En blij word je er dan niet van als blijkt dat na een maand of wat de meeste exemplaren verdwenen zijn naar een vestiging aan de andere kant van de Maas.
Gelukkig hoorde ik dat onlangs het systeem zo veranderd is dat alle boeken (tot ze afgeschreven worden) nu wel in de vestiging blijven waar ze besteld of afgeleverd zijn. Dan hoef je dus geen vijf of zes exemplaren meer te investeren om er zeker van te zijn dat je boek of bundel niet snel verhuist. Met die wetenschap ging ik aan de slag, selecteerde negen bundels plus natuurlijk mijn eigen uitgave (‘Traïsha en het Ei’) en toog daar mee naar de bibliotheek. Zie het rijtje hieronder.

IMG_20150804_182808

In dit geval heb ik het bij het fantastische genre gehouden, vooral om praktische redenen. De bibliothecaresse die mij hielp, heeft het in de vakantieperiode behoorlijk druk. En elke bundel moet wel in het systeem opgenomen worden en ‘uitleenklaar’ gemaakt worden. Daarom doe ik het in etappes. Hieronder het rijtje dat nog in aanmerking komt. Daar zijn ook bundels met ‘gewone verhalen’ bij. Ik moet nog even nadenken wat ik daarvan graag in de bibliotheek zou zien. Een paar laat ik er zeker uit, zoals de laatste twee rechtsonder (zie foto hier beneden). Dat zijn namelijk de jaarbundels van de Schrijfwebsite Zinniger Zinnen. Die zijn voor een kleine kring bedoeld en niet voor de online-verkoop en zo. En de twee jeugdbundels uit de ‘Gentasia-reeks’ rechtsboven op dezelfde foto moet ik eerst bijbestellen. Ik ga natuurlijk niet mijn enige exemplaar naar de bieb brengen.

IMG_20150804_1944401

Nu vragen lezers van dit stukje zich misschien af of bibliotheken dan zelf geen boeken bestellen? Ja, natuurlijk doen ze dat, maar dat zijn slechts zelden in een bescheiden oplage uitgekomen bundels en ook maar een klein deel van de alle zelfstandige publicaties, zoals ‘Traïsha en het Ei’. Het toeval wil dat in verschillende omliggende regio’s mijn  bundel wél op basis van de (gelukkig heel positieve) Biblionrecensie door bibliotheken besteld werd, maar helaas niet in mijn eigen woonplaats. Overigens vermoed ik geen boze opzet. Ik ben gewoon nog niet bekend genoeg om bij het lezen van mijn naam allerlei belletjes te laten rinkelen … Natuurlijk had ik gelijk bij het uitkomen van de bundel een mailtje naar de bibliotheek kunnen sturen met de mededeling dat er een uitgave van een plaatsgenoot aan zat te komen en of ze die heel alsjeblieft wilden bestellen. Maar ergens wil ik dat niet. Ze bestellen het uit eigen beweging of anders maar niet, is daarbij mijn gedachte. Niet slim misschien, maar ja, zo werkt dat bij nu eenmaal bij mij. Het is voor medeschrijvers wél een punt om te overwegen. Er zullen er genoeg zijn die daar assertiever en minder principieel in zijn en gelijk naar de bieb stappen.

Daarmee heb ik meteen aangegeven waarom ik deze blog plaatste. Ik weet dat die (tot nu toe) voornamelijk door medeschrijvers gelezen wordt. Misschien zit er iets nuttigs tussen, waar anderen in ongeveer dezelfde situatie hun voordeel mee kunnen doen.

Titels die in bibliotheken liggen, brengen ook leengeld op. Dat wordt geregeld via de stichting Lira, waar je je dan wel als schrijver moet registereren. Niet dat dat je er rijk van wordt trouwens. Van mijn laatste uitbetaling had ik net een frietje met plus een snack kunnen bekostigen. 😉 De boodschap is dus dat je het daarvoor niet hoeft te doen, tenzij je er natuurlijk in slaagt een van die overbekende namen te worden. Er zijn zeker wat Nederlandse schrijvers die via dat leengeld een behoorlijk bedrag per jaar bijverdienen. Maar als percentage van alle auteurs met publicaties in bibliotheken is dat een heel klein groepje. Ik heb de cijfers eens ergens gelezen, maar heb die niet meer paraat.

Tot slot: Toevallig was er vandaag in onze bibliotheek uitverkoop van afgeschreven boeken. Daar zit altijd wel iets van mijn gading tussen, ook nu dus. De bibliothecaresse was zo aardig om mij de uitgezochte stapel  boeken als tegenprestatie gratis mee te geven. Hieronder een deel van de ‘buit’ …

IMG_20150804_165949
Mijn eerstvolgende blog ga ik dan eindelijk weer eens aan het schrijven zelf wijden. Dan ga ik in op mijn laatste publicaties, hoe het staat met ‘Winterwende’, mijn prehistorisch manuscript en mijn verdere schrijfplannen voor 2015 en 2016. Om daar vast een stukje op vooruit te lopen, in elk geval ga ik mijn prioriteiten van al die losse verhalen in allerhande wedstrijdbundels verleggen naar zelfstandige publicaties. Binnen een week meer daarover!

FentasiaFest Meppel – 25 en 26 juli

Met een tiental medeschrijvers was ik in het weekend van 25 en 26 juli present bij Fentasiafest in Meppel, een jaarlijks fantasyfestijn in de trant van Castlefest of Elfia, maar dan kleinschaliger. FentasiaFest steunt vrijwel 100% op vrijwilligerswerk en daarom zijn de prijzen (entree, horeca) heel wat bescheidener dan op die grotere festivals. Daarom was het extra sneu dat uitgerekend dit evenement op de zaterdag te maken kreeg met de ergste zomerstorm in vijf jaar. Eerst leek het nog een beetje mee te gaan vallen, maar tegen het einde van de middag sloeg het noodlot, in de vorm van een reeks heftige stormvlagen, alsnog toe. Drie van de grotere tenten hielden het niet meer, waaronder de ‘auteurstent’ waar wij onze boeken uitgestald hadden. Gelukkig zagen we de rampspoed aankomen  en wisten we allemaal onze boeken tijdig in te pakken om ze naar een droge plek te versjouwen. Hieronder een foto van het laatste uurtje waarin de verkoop nog (provisorisch) doorging. Nou ja, verkoop? Weinig mensen vonden in deze storm, wind en regen de ‘boekentent’ nog. Maar de stemming leed er gelukkig geen moment onder.

FentasiaFest 25 juli 2015

 

 

De stralende zondag maakte gelukkig veel goed. Zie de eveneens stralende Christien Boomsma hieronder. 😉

 

FentasiaFest 26 juli 2015 - Christien

 

Op rustige momenten, als er even geen (fantasy)boekenliefhebbers in het vizier waren, was er ook gelegenheid om vast een blik te werpen in de eigen aankopen, in dit geval ‘Hoe schrijf ik Fantasy en Sciencefiction’ van de (ook aanwezige) Martijn Lindeboom en Debbie van der Zande.

FentasiaFest 26 juli 2015

 

Na deze sfeerschets van FentasiaFest wordt het weer eens tijd een meer persoonlijke blog te plaatsen om mijn nieuwste publicaties te melden en te vertellen hoe de stand van zaken is bij ‘Winterwende’, mijn prehistorisch manuscript.

Die blog volgt binnen een week … Beloofd!

Gala fantastische boek Den Bosch

Op zaterdag 7 februari toog ik met een koffer vol boeken naar Den Bosch, waar in Hotel Golden Tulip Central de middag en avond gevuld werd met paneldiscussies, workshops, de uitreiking van de jaarlijkse Paul Harlandprijs en een heuse gala-avond als afsluiting. Zelf had ik deze keer geen wedstrijdverhaal ingestuurd. Bij de uitslag kon ik dan ook heel ontspannen toekijken.

Ik ga hier geen compleet verslag plaatsen, want alles staat al uitgebreid op de websites van:

Hebban: http://www.hebban.nl/fantasy

en http://www.paulharlandprijs.eu/wp/?page_id=4031

Het leukste onderdeel voor mij persoonlijk was het ‘mass-signing’ op het eind van de middag, waarbij in een drietal zaaltjes meer dan dertig auteurs in het fantastische genre, waaronder Thomas Olde Heuvelt, Peter Schaap, Adrian Stone en Alex de Jong hun boeken uit konden stallen en verkopen. Ik laat het bij een enkele foto. Via de twee links hierboven zijn er veel meer te bekijken.

Gala-van-het-Fantastische-Boek-6

Zoals op bovenstaande foto te zien is, heette het niet voor niets ‘mass-signing’. Niet dat ik echt een massa exemplaren van ‘Traisha en het Ei’ verkocht heb, maar gezien de krappe tijd en ruimte voor dit onderdeel was ik toch heel tevreden, niet enkel met de verkoop, maar ook met de belangstelling. Wat zeker ook geholpen heeft is dat net twee dagen tevoren de recensie van mijn bundel op Hebban verscheen. En ja, de meeste kopers meldden dat ze die gelezen hadden en dat daardoor hun interesse gewekt was. Na de eerdere twee recensies (op Craving Pages en Fantasyboeken) was dit de derde mooie viersterrenrecensie op rij, dus was ik recensente Tanja Krone (die zelf ook nog even een praatje kwam maken) dankbaar voor die perfecte timing …

Voor de recensie geldt hetzelfde als voor de dag als geheel. Ik plaats hieronder enkel de link. Wie het op mijn site wil nalezen, kan gewoon ‘recensies’ aanklikken.

Link naar de recensie van ‘Traisha en het Ei’ op Hebban: http://www.hebban.nl/recensies/tanja-krone-over-traisha-en-het-ei

 

Traisha en het Ei - boekenlegger - horizontaal

 

 

Twee fragmenten uit ‘Winterwende’

Nu de eerste (gelukkig heel mooie) recensies van mijn fantasybundel binnen zijn, wordt het hoog tijd om me weer wat meer op mijn nieuwe schrijfsels te concentreren en wel in de allereerste plaats op ‘Winterwende’, mijn prehistorisch YA-verhaal.

Dat speelt zich af op het einde van de allerlaatste ijstijd in onze streken, toen rendierjagers in de loop van lente en zomer de rendieren volgden op hun trek naar de eindeloze toendra. Die strekte zich  toen van de heuvels in het zuiden (de huidige Eifel en Ardennen) uit tot aan de rand van de ijskap in het noorden en het Grote Meer in het westen, het enige stukje van onze huidige Noordzee, dat toentertijd uit (zoet) water bestond. Als het straks tot een uitgave komt, ga ik uiteraard ook voor een paar kaarten zorgen om dat te illustreren.

Meer dan dat vertel ik niet over het verhaal. Ik laat het voorlopig bij de twee onderstaande fragmenten. Natuurlijk zijn die voorlopig en kan er in de herschrijf en/of redactie nog van alles aan gewijzigd worden. Toch geven ze denk wel een indruk van sfeer en inhoud. Ik heb bewust de echte actiefragmenten overgeslagen. Die zouden als ‘spoilers’ te veel van de plot kunnen verraden en dat is uiteraard niet mijn bedoeling.
Als de twee volgende fragmenten een beetje nieuwsgierig maken naar de rest, ben ik voorlopig al dik tevreden …

 

bigstock-Mammoth-Dawn-6138025

 

Fragment 1

Als de oude Thuk ‘s morgens hoort dat Thark en Thulan samen met Shami gaan jagen, sluit hij zich meteen bij hen aan. Normaal doet hij dat alleen als hij bij de jacht echt nodig is.
‘Het is lang geleden dat iemand uit die verre streken zich bij onze groep voegde,’ legt hij onderweg uit. ‘Ik ben benieuwd naar wat Shami er onderweg over te vertellen heeft. De vader van mijn vader kwam daar ook vandaan. Hij schijnt tijdens een reis tot vlak bij het Grote IJs nog ooit op mammoeten gejaagd te hebben. Ken jij die verhalen, Shami?’
Thuks vraag haalt Thark voor even uit zijn sombere stemming. Hij is al blij dat geen van de mannen op Marruks schandelijke optreden tijdens de stambijeenkomst van de vorige avond terugkomt. Dat is wel het allerlaatste waar hij nu aan herinnerd wil worden.
De oude Thuk heeft nooit eerder over zijn afkomst gesproken. Vooral zijn verhaal over mammoeten intrigeert Thark. Zouden die mammoeten dan toch meer zijn dan geesten uit de verhalen van Norh? Zouden ze hier ooit in levende lijve over de toendra rondgelopen hebben?
‘Ja,’ antwoordt Shami. ‘Natuurlijk ken ik die verhalen. De onze gaan trouwens niet alleen over mammoeten. Ik heb ook gehoord over dieren die zwaarder waren dan tien rendieren en die een puntig stuk gewei op hun kop droegen waarmee ze dwars door het lichaam een man konden steken.’
‘Dan moet de jacht in die tijd wel erg gevaarlijk geweest zijn,’ merkt Thark op.
‘Zeker,’ zegt Shami. ‘Het kwam soms voor dat een woedende mammoetstier een man zo vertrapte dat zijn lichaam na afloop onherkenbaar was.’
‘Waar zijn de mammoeten en die andere vreemde dieren naar toe gegaan?’ vraagt Thulan. Thuk noch Shami kan daar een precies antwoord op geven.
‘Het enige wat ik weet, is dat de laatste mammoet vlak bij het Grote IJs gezien is,’ zegt Shami. ‘Zelf denk ik dat ze vertrokken zijn in de richting waar de zon opkomt, maar misschien had onze geestenman gelijk. Die dacht dat het Grote IJs hen opgeslokt heeft.’
‘Voordat de oude Norh stierf, vertelde hij ons ook zo’n verhaal,’ herinnert Thark zich. ‘In het verdwijnen van de mammoeten zag hij een voorteken en een soort boodschap van de geesten. Norh dacht zelfs dat de rendieren ooit de weg van de mammoet zullen volgen.’
‘Dat doen ze al,’ zegt Shami. De drie overige jagers kijken hem verschrikt aan.
‘Wat bedoel je met die woorden?’ wil Thulan weten.
‘Jullie zouden dat ook kunnen weten,’ gaat Shami verder. ‘Het is geen toeval dat jullie het zomerkamp dit jaar niet meer vlak bij de rivier hebben kunnen houden. Mijn volk leeft verder van de rivier en dichter bij het Grote IJs dan welk ander ook. Dat geldt ook voor ons zomerkamp. Dat houden wij ergens bij de uiterste punt van het Grote Meer. Daar zijn de laatste zomers veel meer rendieren dan hier, terwijl dat volgens mijn vader vroeger precies andersom was.’

 

Fragment 2

Op een dag voelt Thark dat hij eindelijk zijn oude kracht hervonden heeft. Hoeveel tijd heeft hem dat vanaf hun vertrek uit het zomerkamp gekost? Een halve maan? Een hele maan? Of zelfs nog langer? Thark moet zichzelf tot zijn schande bekennen dat hij het niet weet. Ligt zijn leiderschap dan al zo ver achter hem dat hij nergens acht op slaat en in alles op Shami vertrouwt? Op zich is dat laatste geen probleem, zeker niet in deze streken, die Shami kent en waar hij zich volkomen thuis voelt, maar nu Thark eenmaal over die vraag nadenkt, kan hij hem niet uit zijn gedachten zetten.
‘Shami,’ vraagt hij op een avond, als ze al een tijdje zwijgend bij het vuur zitten, ‘weet jij  hoelang we al onderweg zijn?’
‘Het werd tijd dat je eens zo’n heel gewone vraag stelde,’ antwoordt Shami. Hij lacht hardop. ‘Ik begon me al af te vragen of ik soms met een geest in plaats van een mens op reis ben gegaan. Wat denk je zelf?’
Thark aarzelt. Wat zal Shami van hem denken als hij een dwaas antwoord geeft?
‘Ik heb de dagen niet geteld,’ zegt hij ten slotte, ‘maar ik schat dat er intussen bijna een maan verstreken is.’
Tot zijn opluchting knikt Shami. ‘Je geeft vanzelf het juiste antwoord,’ zegt hij. ‘Je bent immers een jager. Die hoeft de dagen niet te tellen om te voelen dat de herfst in aantocht is. Maar nu wil ik jou iets vragen, Thark. Wat houdt je al die dagen sinds ons vertrek zo bezig dat je onderweg voortdurend  in de verte staart? Soms moet ik je wel drie keer iets vragen voordat je eindelijk eens antwoord geeft?’
Die vraag overvalt Thark en hij schaamt zich. Hoe heeft Shami het zo lang op kunnen brengen om met een onnozele dromer op reis te gaan naar de jachtgronden bij het Grote IJs, met iemand die hem tot nu toe enkel tot last is geweest? En waar haalt Shami het geduld vandaan om al die tijd niet  boos te worden en hem nu pas deze zo voor de hand liggende vraag te stellen?
Dan beseft hij met een schok dat hij op Shami’s eenvoudige vraag niet zo maar een antwoord kan geven. Ja, waar liep hij al die dagen eigenlijk over te denken? Hij schudt even met zijn hoofd, alsof dat helpt om zijn gedachten te ordenen. Hij is Shami een antwoord schuldig. Maar welk antwoord?
‘Ik geloof niet dat ik echt aan iets speciaals dacht,’ begint hij aarzelend. ‘Volgens mij probeerde ik mij vooral iets te herinneren. Ik kon maar niet bedenken wat dat zou kunnen zijn en dat gaf mij elke dag opnieuw een onrustig gevoel. Misschien was ik nog altijd bezig met de vraag hoe ik zo stom kon zijn om bij die jacht zo maar in de baan van jouw pijl te lopen.’
‘Ja, zoiets vermoedde ik al,’ zegt Shami. ‘Het was absoluut niets voor jou om zo’n fout te maken. Denk eens na. Weet je nog  waar je aan dacht voordat mijn pijl je trof?’
‘O ja.’ Tharks gezicht betrekt, want daar wil hij liever niet aan terugdenken. ‘Ik was woedend op mezelf omdat ik te laat door had wat Marruk van plan was.’
‘Aha,’ zegt Shami. ‘Nu wordt het wat duidelijker. Maar helemaal begrijp ik het nog altijd niet. Waarom richtte die woede zich op jezelf en niet op Marruk? Volgens mij wilde hij Ashki enkel als vrouw opeisen om zijn leiderschap te bevestigen en om jou nog verder te vernederen. Zoiets is een echte leider onwaardig.’
‘Je hebt gelijk,’ reageert Thark, ‘wat Murrak tijdens die bijeenkomst deed was ontoelaatbaar en slecht voor de stam, maar mij valt ook veel te verwijten. Ik kende Marruk goed genoeg om te weten hoe eerzuchtig en onbetrouwbaar is. Toch was ik zo onbezonnen om mijn leiderschap uit misplaatste trots aan hem over te dragen. Dat was verkeerd, niet enkel jegens Ashki, maar ook voor de stammoeder, voor onze geestenman en alle anderen van onze groep. Marruk heeft met graagte de kans gegrepen die hij nooit had mogen krijgen. Daarom was het voor iedereen, in de eerste plaats Ashki, de beste oplossing dat ik in het zomerkamp achterbleef.’
Deze keer is het Shami die niet meteen antwoordt.
‘Je bent te streng voor jezelf,’ zegt hij ten slotte. ‘Ik ben er vrij zeker van dat behalve Marruk bijna iedereen van je groep jou en je leiderschap zal missen.’
‘Hoe lang zullen ze dat doen?’ vraagt Thark bitter. ‘Nog voor de winterwende zullen ze me aan mij denken als aan een geest uit het verleden, iemand als de oude Norh.’
‘Daar geloof ik niets van,’ meent Shami. ‘Trouwens, als de verhalen die ik over Norh hoorde ook maar half waar zijn, is het een eer als ze jou met hem vergelijken. ‘

 

Nog één recensieblog …

Dan nog maar een keertje een blog die gewoon uit een recensie bestaat. Ik had het eigenlijk bij een willen laten, maar deze vond ik zo mooi dat ik hem alsnog hier plaats. Bij een volgende gelegenheid verwijs ik de lezers naar de recensiepagina en schrijf hier weer een ‘echte’ blog …

 

Recensie 23-01-2014 op  www.fantasyboeken.org  Taffy van Doorn

Kronath vertelt zijn kleinkinderen, waaronder Traisha, een spannend verhaal voor het slapen gaan. Hij vertelt hoe hij zijn voet verloor tijdens het vissen. Wanneer hij klaar is en de rest van de kinderen naar bed zijn gebracht, vertelt Kronath nog een tweede verhaal, speciaal voor Traisha. Het verhaal gaat over een ei met magische krachten.

Zo begint het titelverhaal van deze mooie bundel die een negental verhalen bevat. Ze zijn geschreven door Hay van den Munckhof, een eigenzinnig schrijver. Hij trekt zich niets aan van de mening dat korte verhalen niet verkopen.
In het voorwoord van deze bundel zegt hij het als volgt: “Fantasyliefhebbers zouden alleen maar trilogieën of eindeloze series […] willen lezen. Ik geloof daar weinig van. De liefhebbers die ik ken, en dat zijn er heel wat, kunnen over het algemeen een goed verhaal van werkelijk elke lengte waarderen.” En met deze verhalenbundel laat hij zien hoe krachtig korte verhalen kunnen zijn. Van den Munckhof weet in een paar pennenstreken de sfeer op een dusdanige manier neer te zetten dat je blijft doorlezen. Ook schuwt hij niet om elementen uit andere genres zoals horror en sciencefiction te gebruiken. Ondanks dat het negen op zichzelf staande verhalen zijn, lijkt het door de verteltrant dat ze wél in het zelfde regio spelen. Dit geeft de bundel een absolute meerwaarde. Van den Munckhof weet de lezer in deze bundel keer op keer te verleiden om door te lezen.

Het mooiste verhaal is Hellevaart waarin van den Munckhof niet onderdoet voor spookverhalengrootmeester MR James. De wending die dit verhaal aan het einde neemt, geeft een prettige schrikreactie. Andere verhalen met een fijne plotwending aan het eind zijn Tar en Amura’s Val. De bundel bevat een tweetal langere verhalen. In deze verhalen geeft van den Munckhof een originele invulling aan klassieke verhalen. Ervaren fantasylezers zullen in het titelverhaal een compacte en originele samenvatting herkennen van de Lord of the Rings-trilogie. Wie bekend is met de Griekse mythologie zal in Shogi elementen ontdekken uit de Orpheus-mythe. De vorm van De Laatste Proef is bijzonder omdat je je als lezer blijft afvragen wat er nou eigenlijk gebeurt tijdens het verhaal en op het eind vallen de puzzelstukjes op hun plaats. De andere verhalen zijn ‘klassieke’ fantasyverhalen waarin magie en geweld een hoofdrol spelen, maar waar je je als lezer regelmatig afvraagt wat er op de volgende bladzijde staat te gebeuren.

Traisha en het Ei is een fijne bundel fantasyverhalen om te koesteren en te herlezen.
(Taffy van Doorn)

Natuurlijk ben ik ook met deze recensie erg blij, onder andere omdat het bevestigt wat ik ook in de vorige recensie van Joany de Vries op Craving Pages al las, namelijk dat ik blijkbaar in mijn opzet ben geslaagd om die negen verhalen zo te selecteren en op volgorde te plaatsen dat ze qua sfeer op elkaar aansluiten. Als dat in twee opeenvolgende recensies bevestigd wordt, stemt dat tevreden. Met interesse wacht ik de drie of vier recensies af die de komende weken/maanden nog volgen. Natuurlijk (al vind ik het ergens ook weer jammer dat één enkele recensie zo belangrijk is) kijk ik vooral uit naar de recensie van Biblion. Die bepaalt nu eenmaal goeddeels de kans dat je boek, in dit geval bundel, door een flink aantal bibliotheken aangeschaft wordt.

Recensiestuiteringen

Nog niet zo lang geleden plaatste ik een blog onder de titel ‘Recensieperikelen’. Daarin beschreef ik onder andere het ongeduld en de twijfels waardoor iedereen af en toe overvallen wordt die op een goede dag besluit om zijn of haar geesteskind eindelijk voor de leeuwen te gooien. Dan wacht je in angstige spanning af of die ‘leeuwen’ je hersenspinsel met huid en haar verslinden of het gelijk weer uitspuwen, plus natuurlijk alles daartussenin, want helemaal zwart-wit is een recensie hoogstzelden.

Vanwaar nu ineens die stuiteringen? De goede lezer heeft het waarschijnlijk al begrepen. En inderdaad, vandaag kreeg ik dan eindelijk de eerste ‘echte’ recensie binnen en wel van Joany de Vries die de boekenwebsite Craving Pages oprichtte en ook recensies schrijft voor boekencommunity hebban.nl. Onderstaande recensie verscheen vandaag op Craving pages.

Voor recensies heb ik eigenlijk een aparte pagina gemaakt, maar van die allereerste hieronder maak ik toch eerst een ‘gewone’ blog.
Waarom? Ten eerste natuurlijk omdat zo’n eerste recensie van mijn eerste zelfstandige fantasy-uitgave voor mij een heel bijzonder moment is. Ten tweede omdat het meteen zo’n fantastische recensie geworden is, waar ik vanmiddag na het lezen gelijk een wijntje op gedronken heb …


Craving Pages 16-01-2015

http://www.cravingpages.nl/2015/01/16/traisha-en-het-ei-hay-van-den-munckhof/

óf via het Goodreads-blog van Joany:
https://www.goodreads.com/author/show/7164830.Joany_de_Vries/blog

Ik ben niet iemand die regelmatig bundels met korte verhalen leest, maar toen ik de samenvatting las voor deze fantasy bundel van Hay van den Munckhof was ik toch wel geïntrigeerd. De auteur heeft diverse schrijfwedstrijden gewonnen met zijn verhalen en een aantal van zijn succesvolste verhalen zijn nu gebundeld in dit boek.
Het is best lastig om een boek samen te vatten wat zo veel diverse verhalen bevat, maar één ding kan ik je garanderen: liefhebbers van het genre mogen dit boek niet missen. Het titelverhaal – Traisha en het ei – begint met een vertelling van een oude man die jaren geleden een bijzonder, machtig ei heeft gevonden. Het ei heeft hem een missie gegeven die hij niet tijdig heeft vervuld en nu hij te oud is om zelf zijn queeste af te ronden is het aan zijn kleindochter Traisha om het van hem over te nemen. Naast dit bijzondere verhaal bevat het boek nog een handvol andere verhalen die allemaal heel divers zijn. Zo zit er voor iedereen wel een verhaal tussen wat aanspreekt.

Een van de gedachten die maar door mijn hoofd bleven spoken tijdens het lezen van dit boek was dat het me heel sterk deed denken aan de verhalen van Duizend en een Nacht – niet zozeer qua inhoud, maar qua sfeer. De verhalen zijn heel verschillend, maar passen op een bepaalde manier heel goed bij elkaar. Bijna alsof ze zich in dezelfde magische wereld afspelen.

Mijn favoriete verhaal uit de bundel was het vrij duistere verhaal over een man die een gevaarlijke opdracht moest uitvoeren in de huid van een kleine woestijnrat. De plotwending aan het einde van dit verhaal vond ik zo heerlijk duister dat ik nog lang na het lezen droomde over het verhaal.

Hay van den Munckhof is een van de zeldzame auteurs die mij met zijn korte verhalen genoeg heeft weten te boeien om zijn hele bundel in één keer uit te lezen. Meestal lees ik korte verhalen bundels in delen – een verhaal per keer -, maar ieder verhaal in dit boek smaakte gewoon naar meer. Ik kon geen genoeg krijgen van de bijzondere vertellingen en de unieke sfeer in het boek. Ik vind het dan ook niet vreemd dat de verhalen van Hay zijn bekroond in diverse schrijfwedstrijden.

Een leuke bonus in dit boek is het voor- en nawoord van de auteur. Hij beschrijft het ontstaan van ieder verhaal en vertelt iets over de totstandkoming van de bundel. Hierdoor kreeg je een bijzonder kijkje achter de schermen van Hay’s schrijfproces. Met deze korte toelichting inspireert en motiveert zijn boek je om zelf ook in de pen te klimmen.

Ik ben fan van Hay en kijk nu al uit naar zijn volgende verhaal.