Schrijf je fit

Laatst stuitte ik in de Volkskrant op een onrustbarend artikel, in het bijzonder onrustbarend voor eenieder die schrijft. Nu ja, mij maakte het tenminste best onrustig. Wat wil namelijk het geval? Ergens in de eerste maanden van 2013 kreeg ik van mijn specialist het dringende advies om iets aan mijn gewicht te gaan doen. Waarom precies? Daar laat ik de lezers naar raden, niet omdat het om iets sensationeels ging, maar omdat ik niet bij de groeiende groep mensen wens te horen die hun privéleven tot in alle details online zetten. Waar het om gaat is dat ik die boodschap serieus nam en vanaf dat moment fanatiek aan mijn gewicht, maar óók aan mij hele leefstijl ging werken. Niet dat ik dramatisch ongezond leefde, maar het bleek allemaal véél beter te kunnen. Drie stuks fruit per dag? Die haalde ik zelden. Extra zout bij het eten? Te vaak. Beweging? Ik wandelde regelmatig, maar minstens vier dagen in de week had ik weinig of geen beweging. Even op en neer naar de winkel fietsen telt niet echt.
Tot mijn eigen verbazing en meer nog die van mijn vrouw lukte het mij om binnen korte tijd het roer 180 graden om te gooien. Ik kwam dicht bij mijn ideale gewicht, at hoogst zelden nog iets met toegevoegde suikers, máár wel twee keer in de week vette vis en las in de winkel bij de minste twijfel het lijstje met de voedingsbestanddelen per 100 gram na. Verder ging ik drie tot vier keer per week anderhalve uur fitnessen. Kortom, ik was zeer goed bezig. Dacht ik …
Alles leuk en wel, zul je als lezer denken, maar, mijn beste Hay, welk artikel had je nu eigenlijk in de Volkskrant gelezen? Wel, dat zal ik je vertellen. Een groep wetenschappers is na diepgaand onderzoek tot de conclusie gekomen dat al die moeite vergeefs is als je elke dag uren achtereen op je krent zit. Dan leef je vele jaren korter, hoe hard je jezelf in die resterende uurtjes ook in de sportschool afbeult. Dat heeft allemaal alleen maar zin als je zorgt nooit langer dan hooguit een uurtje en liefst korter op een stoel te zitten. Drie keer raden welke mensen dat laatste het meest en het langst doen. Juist! Schrijvers natuurlijk. En de grootte van het risico dat ze op die manier lopen is ook nog eens recht evenredig aan de dikte van de pillen die ze produceren.
Heel even hield ik mijzelf nog voor de gek met de smoes dat ik toch vooral van die korte verhalen schrijf en dat het dus allemaal wel mee zou vallen. Helaas, die vlieger gaat niet op. Ik ben namelijk een notoir langzame schrijver, die het klaarspeelt om drie weken te doen over een verhaal van netaan duizend woorden. Toen de ernst van het probleem mij in volle omvang duidelijk werd, ging ik voor de afwisseling eens niet over de plot van een nieuw verhaal, maar over een blijvende oplossing nadenken. Het resultaat? Nou ja, oordeel zelf …

2014-05-09 staschrijfbureau

Sprokerijen

Ik liep al langer met het idee rond om een aantal van mijn 120w-stukjes (zie de link) en dan met name die in fantastische en/of sprookjesachetige sferen te bundelen. Ik heb intussen een dertigtal 120w-stukjes geschreven die volgens mij mooi in zo’n bundel zouden passen. Die overige zeventig of negentig krijg ik best bij elkaar geschreven, als ik er rustig de tijd voor neem. Ik denk namelijk aan 100 of 120 ‘Sprokerijen’.
Maar… er is één groot struikelblok. In mijn hoofd kan zo’n bundel niet zonder illustraties en dan liefst één op één, dus een illustratie bij élk verhaaltje. Tja, dat zouden dan 100 of 120 illustraties moeten worden. Nu ken ik wel een paar heel goede illustratoren die erg mooie tekeningen in die sfeer kunnen maken, maar die werken (zeer terecht) niet voor niets. Een enkele mooie coverillustratie zou mijn bruintje nog wel kunnen trekken, maar honderd of meer? Nee dus…
In zo’n geval zit er maar één ding op. Die illustraties bij elk verhaaltje zelf maken. In een grijs verleden heb ik (als onderdeel van een studie MO-Handvaardigheid) ooit een tekencurus gevolgd. Tekenen met houtskool en pentekenen hoorde daar ook bij. Dat is dan wel dik dertig jaar geleden, maar de boekjes over die onderwerpen had ik nog. Deze week trok ik de stoute schoenen aan en produceerde de eerste afbeeldingen. Ik ga ze uiteraard niet allemaal op mijn blog zetten, maar wél de allereerste pagina (in word en zowel tekst als afbeelding) die ik via mijn noeste huisvlijt gewrocht heb.
‘Sprokerijen’ is mijn voorlopige werktitel. Dat is iets om later nog eens over na te denken.

2013-12-18 Een hoge prijs 1 - scan

Update

Het is onderhand tijd voor een update, want de afgelopen maanden heb ik qua schrijven niet stilgezeten. Hieronder heb ik dus eerst maar eens mijn meest recente publicaties op een rijtje gezet. Een volgende keer komen mijn nieuwste schrijfplannen aan de beurt.

Op 3 november was ik in Driebergen aanwezig bij de feestelijke presentatie van “In de voetsporen van de meester”. Uit 238 inzendingen voor de wedstrijd “Tales of the unexpected” werden voor deze bundel de beste dertig verhalen geselecteerd. In de jurywaardering stond mijn verhaal “Handsfree” op plaats twee, een resultaat waar ik best trots op ben.

Bestellink via bol.com:
http://www.bol.com/nl/p/in-de-voetsporen-van-de-meester/9200000020096273/?Referrer=ADVNLPPce840a00000000000065bba51d000000507

Link ebook-versie:
http://www.bol.com/nl/p/in-de-voetsporen-van-de-meester/9200000020446273/
Of… via uitgeverij LetterRijn:
http://www.letterrijn.nl/Webshop/tabid/244/orderby/name/currentpage/2/Default.aspx

Een van de eerste recensies (op fantasywereld.nl):
http://www.fantasywereld.nl/recensies/in-de-voetsporen-van-de-meester/

Binnenkort volgt de recensie van Biblion. Of Biblion-recensies deskundiger en/of obectiever zijn dan die van sites als Fantasywereld moet ieder voor zichzelf maar uitmaken. Feit is wel dat de meeste bibliotheken ze als leidraad gebruiken voor het bestellen van nieuwe boeken. Logisch dus dat ik hoop op een mooie recensie…

CoverVoetsporenMeester

Herfstschoonmaak

Voordat ik een nieuwe blog ga plaatsen, wil ik eerst eens wat snoeiwerk in mijn weblog verrichten en waar nodig spinnenwebben verwijderen. Sommige onderdelen zijn al een hele tijd niet bijgewerkt. Die zien er nu behoorlijk stoffig uit. Van andere bevalt de vormgeving me niet meer.
Een voorbeeld: Onder het kopje ‘120W’ zijn een aantal verhaaltjes te vinden die ik de laatste jaren op de website 120w.nl geplaatst heb. Daarachter volgt een hele rij losse links naar andere verhaaltjes op die site. Dat is achteraf gezien een heel ‘domme’ manier. Iedereen die zich op de site van 120w.nl heeft laten registreren, heeft daar namelijk een perfect opgezette auteurspagina, die een snel overzicht geeft over alle stukjes die je geplaatst hebt. Simpelweg onder het kopje ‘120W’ de link naar die auteurspagina plaatsen is dus een honderd keer betere oplossing dan wat ik nu doe. Zo zijn er meer voorbeelden te geven, maar daar ga ik de lezers van deze blog niet mee lastigvallen.
Ik neem rustig de tijd voor mijn herfstschoonmaak. Alles op een enkele avond leidt maar tot haastwerk en nieuwe onvolkomenheden. Ik begin dus zodadelijk met die 120W-aanpassing.

Maar… ik plaats vanavond natuurlijk niet alleen een nieuw stuk om het over schoonmaakperikelen te hebben. Mijn hernieuwde ijver dient een duidelijk doel. Ik wil zeker gedurende de rest van de herfst en winter meer blogs gaan plaatsen en dat is gewoon prettiger in een schrijfhuis dat net een grondige opknapbeurt heeft gehad.

Wat ik me óók voorgenomen heb, is om meer van mijn ‘schrijverijen’, al dan niet vers van de pers, online te gaan plaatsen. Het vergt overigens enig denkwerk om te beslissen wat je wel en wat je zeker niét online moet plaatsen. Om met dat laatste te beginnen, een verhaal waarmee ik aan een wedstrijd mee wil doen of dat ik misschien (regulier) kan publiceren, ga ik niet op mijn blog plaatsen. Dat behoeft weinig uitleg. Zowel wedstrijdorganisatoren als uitgevers willen over het algemeen geen reeds gepubliceerd werk. Je snijdt dus als auteur in eigen vlees als je daar geen rekening mee houdt.

Vandaag begin ik met het plaatsen van mijn laatste stukje op 120W. Het thema van de afgelopen week was ‘Hersenschimmen’. In de eerste versie van mijn 120-woorden-stukje kwam dat woord ook voor. Dat is namelijk een eis om mee te kunnen doen aan de wekelijkse themawedstrijd. In tweede instantie werd ‘hersenschimmen’ toch ‘demonen’. Dat vond ik in het stukje én passender én mooier klinken. Wie het leest, moet zelf maar beoordelen of dat een wijze beslissing was.


RESET

‘s Morgens drink ik sterke koffie. Zo verdrijf ik de demonen, die achter mij aan, al wervelend en temerig fluisterend, de trap afgedaald zijn.
Halverwege de morgen worden de eerste bressen geslagen. Dan voel ik ze, zoals al die andere dagen, aan de randen van mijn ik knagen.
‘Ho,’ roep ik keihard. Niet dat het helpt, maar Reset, mijn twaalfjarige setter, schiet overeind en jankt als een afgekeurde brandweersirene. Dat helpt wel.
Ik lijn Reset aan en loop met hem naar het park. Ze volgen me niet. Waarom zouden ze ook? Vroeg of laat kom ik terug.
Als Reset ’s avonds in slaap valt, komen ze me halen. Ik verzet mij niet. Al mijn kracht heb ik nodig. Voor morgen.


Tales of the unexpected – Hommage aan Roald Dahl

Elk jaar schrijft uitgeverij LetterRijn een themawedstrijd uit, waarbij de beste verhalen gebundeld worden. Vorig jaar was het thema ‘Keerpunt’ en verschenen de 51 verhalen van de shortlist in een gelijknamige bundel.
In 2013 was het thema ‘Tales of the unexpected’. Deelnemers werd gevraagd een verhaal van rond 2000 woorden te schrijven in de geest van Roald Dahl. Dit jaar deed ik voor het eerst mee. Toen ik hoorde dat er 238 verhalen ingestuurd waren, stelde ik mijn verwachtingen voor de zekerheid maar gelijk bij. Ik wilde in elk geval de eerste schifting (in de vorm van een longlist van 64 verhalen) overleven. Toen dat lukte, hoopte ik natuurlijk op meer. De dertig verhalen van de shortlist zouden namelijk in de bundel van 2013 verschijnen.

Toen zaterdag de shortlist online verscheen, overtrof het resultaat mijn stoutste verwachtingen. Mijn verhaal ‘Handsfree’ was tweede geworden! Ooit won ik al eens een schrijfwedstrijd, maar de eerlijkheid gebiedt mij te zeggen (hoe dierbaar het betreffende verhaal mij ook is) dat er toen slechts een stuk of twaalf deelnemers waren. De topdrie van een wedstrijd met zo’n groot aantal deelnemers haalde ik nu dus voor het eerst. Reden genoeg om een korte blog ‘tussendoor’ te plaatsen. Ik heb zo net om het weekend af te sluiten én om dat resultaat te vieren een goede Calvados ingeschonken.

De link met de shortlist:
http://www.letterrijn.nl/Verhalenwedstrijden/Talesoftheunexpected.aspx

In mijn volgende blog ga ik eerst maar eens verder met mijn ‘beschouwingen’ rond de zoektocht naar een uitgever voor ‘Winterwende’, mijn prehistorisch jeugdboek. Natuurlijk heeft mijn succes bij ‘Tales of the unexpected’ daar objectief gezien weinig of niets mee uit te staan, maar toch voelt het wel een beetje zo.  Elk schrijfsucces geeft je  zelfvertrouwen als auteur weer even een boost. Tenminste, zo werkt dat bij mij als een van die eeuwige twijfelaars…

De eerste antwoorden

Wie A zegt, verplicht zich tot B. Dat geldt zeker als je schrijft. Het wordt dan ook tijd om die uitgeefvragen uit mijn vorige blog te beantwoorden.

Maar… daarbij loop ik gelijk tegen een probleem aan. Ook uitgevers en/of redacteuren kunnen je blog lezen. Niet dat ik de illusie koester dat ze dat snel zullen doen (ze hebben echt wel wat anders aan hun hoofd) maar het kan natuurlijk gebeuren dat de redacteur die je ingezonden manuscript doorneemt ook een blik op je blog werpt om te zien wat voor vlees hij/zij in de kuip heeft. Het lijkt me om die reden niet verstandig hier te gaan vertellen naar welke drie uitgevers ik mijn manuscript het eerst stuurde en welke uitgevers op mijn ‘reservelijst’ staan.

Ik wil één uitzondering maken. Na een week stuurde één van die drie uitgeverijen mij een keurige ontvangstbevestiging. Dat was Lemniscaat. Van de andere twee uitgeverijen heb ik (na ruim twee weken) nog niets vernomen, dus ga ik heel voorzichtig vermoeden dat die niet de moeite nemen elke auteur een ontvangstbevestiging te sturen. Natuurlijk zegt zoiets niet alles, maar wél iets. Het zegt mij dat ze bij Lemniscaat van het begin af aan elke auteur serieus nemen. Ja ik weet het. Het is crisis en ook uitgevers moeten op de kleintjes letten. Ik kan me dan ook voorstellen dat er uitgeverijen zijn die om portokosten te sparen een mailtje sturen. Dat zou sowieso moeten kunnen, want ik heb zo’n donkerbruin vermoeden dat het met die ‘slush pile’ heel erg meevalt als je het hebt over het aantal ingestuurde manuscripten per dag of per week. Stel dat je elke dag tien nieuwe manuscripten binnenkrijgt, dan wil ik graag geloven dat het een enorme klus is om die allemaal binnen een redelijke termijn op hun kwaliteit en ‘potentie voor de markt’ te beoordelen. Maar… iedereen die een emailadres kan lezen en een toetsenbord kan bedienen heeft makkelijk in een mum van tijd die tien auteurs een bevestigingsmailtje gestuurd. Dat hoeven geen kostbare uren te zijn. Zoiets kun je met een gerust hart aan een stagiaire toevertrouwen.

Zo… Op dat punt heb ik alvast mijn hart gelucht. Die overige vragen uit mijn vorige post moeten maar even wachten. Ik las toevallig vandaag nog dat je er voor moet waken om elke keer van die ellenlange blogs te plaatsen. Wat frequenter en korter schijnt beduidend effectiever te zijn. Die boodschap ga ik maar gelijk ter harte nemen..

Een blog reanimeren…

Waarom blaas ik uitgerekend vandaag mijn schrijfblog nieuw leven in?

  1. Tot mijn schrik zag ik dat ik mijn blog maar liefst vijf maanden had laten versloffen.
  2. Tot mijn verbazing zag ik dat mijn blog desondanks nog regelmatig bezoekers trekt. Daar had ik niet op gerekend, maar het schept wel verplichtingen, vind ik. Blijkbaar zijn er medeschrijvers (in die categorie zoek ik de bezoekers van mijn blog) die nieuwsgierig genoeg zijn om af en toe te kijken wat ik aan nieuws te melden heb. Als ik die bezoekers een halfjaar of langer teleurstel, kan ik mijn blog maar beter gelijk opdoeken. Maar… dat wil ik niet.
  3. Tot mijn tevredenheid gingen vrijdag dan eindelijk de eerste hoofdstukken van ‘Winterwende’ de deur uit,  inclusief begeleidende brief, schrijf-CV, synopsis en ja, zélfs een kaart om te laten zien hoe ons land (inclusief de aangrenzende gebieden)  er zo’n 10.000 jaar geleden uitzag. Dat alles is nu op weg naar drie welbekende uitgeverijen die al meer historische jeugdboeken in hun fonds hebben en hadden. Voor een beroepstwijfelaar als ik nu eenmaal ben, is zo’n stap vergelijkbaar met het oversteken van de Rubicon.

Die eerste twee verklaringen zijn om eerlijk te zijn vooral smoesjes, bedoeld om die veel te lange blogloze periode voor mezelf goed te praten. Ik zal maar gelijk toegeven dat het moment waarop ik mijn geesteskind rijp genoeg achtte om het de wijde wereld in te sturen voor 90% de aanleiding was om mijn blog te reanimeren.
Toch is het ook weer niet helemaal uit onachtzaamheid of gemakzucht dat ik tussen december 2012 en nu geen blog meer plaatste. In die periode heb ik wel degelijk met regelmaat nagedacht over de vraag waarover ik een nieuw stukje zou kunnen schrijven. Elke keer kwam ik uit op hetzelfde punt. Ik wil iets te vertellen hebben dat medeschrijvers de moeite waard vinden om te lezen en waar misschien deze of gene ook nog iets aan heeft.  En… voor mijn gevoel was dat de laatste maanden gewoon niet het geval.

Maar nu ligt dat anders. Ongetwijfeld zijn er heel wat auteurs die worstelen met precies dezelfde vragen als die van mij, ook als ze geen prehistorisch boek geschreven hebben, maar chicklit, fantasy, een thriller, een kookboek, een biografie, ‘echte’ literatuur of wat dies meer zij.

Hoe goed is mijn manuscript nu eigenlijk? Naar welke uitgevers moet ik het sturen? Stuur ik het naar één uitgever of naar meer? Naar hoeveel dan? Hoe lang zal ik wachten voordat ik besluit mijn manuscript ook naar andere uitgevers te sturen? Welke dan?
Het zijn  te veel vragen om ze allemaal tegelijk aan de orde te stellen. In mijn volgende blog ga ik pas vertellen hoe ik die vragen voor mij zelf beantwoord heb en waarom. Als een enkele medeschrijver er zijn/haar voordeel mee kan doen, ben ik al tevreden…

Online-verhalen

Ik gooi er vanmorgen even een miniblogje tussendoor. Gisteravond laat vatte ik namelijk het plan op om eindelijk eens een paar van mijn eerder gepubliceerde korte verhalen (van 1500 woorden of minder) online te plaatsen. Vanmorgen heb ik maar meteen de daad bij het woord gevoegd.

Onder het kopje ‘Online-verhalen’ heb ik drie verhalen integraal geplaatst. Verder heb ik van twee verhalen de links gegeven naar de website ikvertel.nl. Onder het kopje  ‘120W’ plaatste ik al eerder de links naar een aantal van mijn microverhaaltjes op 120W.nl.

Ik ben benieuwd of er reacties volgen. Er zijn denk ik best veel mensen die al dat gefilosofeer over je schrijven maar liever overslaan en gewoon een verhaal willen lezen, zodat ze weten waar je het nu eigenlijk over hebt. 😉

Winterwende

Nu we gisteren eventjes na twaalf uur ’s middags de winterwende (het moment waarop de dagen weer gaan lengen) achter ons lieten, is het voor mij om meerdere redenen een uitgelezen moment voor een persoonlijke schrijfevaluatie.
De eerste reden is er een die voor iedereen geldt. Niet alleen begint vanaf vandaag een nieuwe jaarcyclus, maar ook de nieuwe cyclus van de Mayakalender. Daar zou waarschijnlijk geen hond bij stilgestaan hebben als niet wat geschifte figuren die kalender aangegrepen hadden om voor de zoveelste keer ons aller ondergang te voorspellen. Vanzelfsprekend is zo’n voorspelling een sappige kluif voor de media. Vreemd is het dan ook niet dat er vooral pers aanwezig was bij de Franse berg van waaruit een UFO met de enige overlevenden van de apocalyps zou opstijgen. Geef de Maya’s asjeblieft niet de schuld van die poppenkast. De Maya’s legden niet de nadruk op dat einde, maar juist op het begin van iets nieuws.
De tweede reden om juist nu deze blog te plaatsen is puur persoonlijk. Het moment van de winterwende speelt een grote rol (deels concreet en deels symbolisch) in het prehistorisch jeugdboek (nu ja, misschien moet ik het wel ‘young adult’ noemen) waaraan ik vanaf maart 2012 werk, zozeer zelfs dat ik het voorlopig ook ‘Winterwende’ als titel meegeef. Ik begon in maart 2012 aan dat  verhaal via de jaarlijkse schrijfmarathon van de website ‘Zinnigerzinnen’. De grote lijn zat al wat langer in mijn hoofd, maar soms heb je gewoon een zetje nodig om er echt mee aan de slag te gaan. De schrijfmarathon verplichtte mij om elke dag zo’n duizend nieuwe woorden te produceren. Zo’n stok achter de deur werkt bij mij goed. Ik haalde dat redelijk moeiteloos. Daarnaast kreeg ik van de medeschrijvers zo veel nuttige feedback dat ik al snel besloot het niet te laten bij de eerste 30.000 woorden die ik in maart produceerde, maar gelijk door te schrijven. In de loop van de zomer besloot ik even pas op de plaats te maken en eerst maar eens een paar proeflezers in te schakelen. Hun commentaar was bemoedigend genoeg om mij te doen besluiten dit project hoe dan ook tot het einde toe af te maken. Een proeflezeres met meerdere uitgaven bij een van de bekendste uitgevers van historische jeugdboeken (ik ga hier geen namen noemen) meende dat ik met ‘Winterwende’ een reële kans had om regulier (‘in eigen beheer’ hoeft voor mij dus écht niet) uitgegeven te worden.  Ik besef heel goed dat zoiets zeker in deze crisistijd geen enkele garantie biedt, maar het is voor mij wél het duwtje in de rug dat ik nodig had om van ‘Winterwende’ mijn hoofdproject voor het begin van 2013 te maken.
Waarom deze uitweiding? Dat is nogal eenvoudig. Ik denk (sterker, ik weet het wel bijna zeker) dat mijn blog vooral en misschien wel uitsluitend wordt gelezen door mensen die zelf ook schrijven en mij daardoor persoonlijk of indirect kennen. Die bloglezers vinden het wellicht wel interessant om te weten waar ik mee bezig ben en waarom, én waar ik nu veel minder dan voorheen mee bezig ben, namelijk het schrijven van korte verhalen in diverse genres en voor diverse leeftijdsgroepen.
Nu heb ik al heel wat verteld, maar niét wat voor jeugdboek ‘Winterwende’ eigenlijk moet gaan worden. In een volgende blog ga ik daar iets meer over vertellen en ga ik onder meer op de vraag in waarom ik zo graag over de prehistorie schrijf. Voor deze keer wil ik het laten bij de (voorlopige) eerste alinea’s van ‘Winterwende’, die het begin van de proloog vormen. Meer dan dit ga ik in mijn blogs ook niet plaatsen. Dat heeft weinig zin als je nog niet weet hoe een definitieve versie er uit komt te zien. Wie weet is die hele proloog dan wel gesneuveld …

Norh rochelde en hoestte bloed op.
                De vrouw die naast de slaapvacht van de geestenman zat, stak voorzichtig een hand onder het hoofd van de oude man om hem te laten drinken. Met een zwak handgebaar weerde hij haar af.
               ‘Zuster, ’ zei hij, ‘roep Thulan en Thark. Laat hen zo dicht bij mij zitten dat zij al mijn woorden kunnen horen. Al zijn zij nog jong en onervaren, de toekomst van de stam ligt straks in hun handen’
              De stammoeder knikte en verdween. Het leek of de twee jagers Norhs oproep in hun geest  al gehoord hadden. Binnen weinige ademtochten hurkten ze aan weerszijden van de stervende geestenman neer.

Oeps!

Van mijn voornemen om minimaal elke twee weken een nieuwe blog te schrijven is weer eens niets terechtgekomen. Ik had onder andere aangekondigd om een stukje te schrijven over het nut van al die schrijfboeken. Dat doe ik nu alsnog. Belofte maakt immers schuld. Bovendien herinner ik mij nog exact de aanleiding.

Die aanleiding was het commentaar van een proeflezeres op de eerste hoofdstukken van mijn jeugdmanuscript. Zij stipte een paar tekortkomingen in de uitwerking van de karakters aan waar ik wel iets mee móest doen, want in deze proeflezeres heb ik bij dit soort kritiek een (bijna) blind vertrouwen. Ik besloot er ook nog eens mijn schrijfboeken op na te slaan. Dat leidde tot een echt ‘aha-erlebnis’. Wat bleek? In bijna elk schrijfboek stond wel een hoofdstuk of passage die op de een of andere manier de vinger op de zere plek in mijn verhaal legde en mij bij het herschrijven van dienst kon zijn. Maar wat mij vooral trof was het feit dat ik dat vrijwel allemaal al eens gelezen had, maar dat het blijkbaar niet bij mij was gaan leven …
Waarom nu dan ineens wel? Na enig nadenken werd me dat snel duidelijk, want het antwoord is verbijsterend eenvoudig. Omdat ik tegen iets concreets aanliep, iets dat ik wilde verbeteren en waar ik hulp bij kon gebruiken.
Ik heb bij een totaal andere schrijfvraag (die met perspectief te maken had) nog eens opnieuw de proef op de som genomen en ja hoor, precies dezelfde uitkomst. Weer vond ik een massa nuttige informatie en weer moest ik concluderen dat ik dit allemaal al eens gelezen had.

Zoiets lijkt gewoon te simpel om waar te zijn. Die eye-opener was voor mij een van een nuttigste schrijflessen van het afgelopen jaar. Gebruik al die schrijfboeken gericht! Pak ze er bij een schrijfprobleem meteen bij, zoek het onderwerp op dat je bezighoudt, markeer de passages die je helpen, streep er in, maak er aantekeningen en desnoods ezelsoren in. Kortom gebruik die schrijfboeken als een stuk gereedschap. Ze een keer gelezen hebben en ze daarna mooi op een rijtje in de boekenkast zetten, helpt je geen zier bij je schrijven, tenzij je natuurlijk over een fotografisch geheugen beschikt …

Er zullen heel wat medeschrijvers zijn die zich verbazen over mijn blog, omdat ze dit al veel eerder zo deden en mijn advies zo vanzelfsprekend vinden dat het in feite overbodig is. Van de andere kant, als ook maar één medeschrijver iets aan bovenstaande ‘schrijfboekervaringen’ heeft, heb ik deze blog al niet voor niets geschreven …