Een goede raad…

Pas toen ik nog eens twee keer keek, besefte ik dat bovenstaande kop ook een boektitel is. Mijn eerste ingeving was om iets anders te bedenken, mijn tweede ingeving om het maar gewoon te laten zoals het er staat. Waarom? Omdat de vlag in dit geval wel degelijk de lading dekt en boektitels (de spreekwoordelijke uitzonderingen daargelaten) gelukkig niet auteursrechtelijk beschermd zijn.

In een Facebook-discussie in de loop van deze dag (4 januari) ging het om de vraag wat de meest effectieve manieren zijn om een nieuw boek te promoten. Je kunt van alles bedenken, zoals een artikel in de plaatselijke pers, je best doen om op de bekende sites recensies los te peuteren, op zo veel mogelijk plekken je cover plaatsen, actief zijn op de sociale media, je boek op beurzen persoonlijk aan de man (of vrouw) brengen, boekenleggers uitdelen en ga zo maar door. Toch kwam naar voren dat het meest effectieve middel vaak vergeten wordt.
Jurgen Snoeren (die zijn sporen in de uitgeefwereld al verdiend heeft) kwam met de goede raad om allereerst je schrijven voor zichzelf te laten spreken en er dus voor te zorgen dat potentiële lezers op zo veel mogelijk plaatsen meer dan een kort beginfragment kunnen lezen, liefst een compleet hoofdstuk. Want… wat wil een lezer nu eigenlijk allereerst weten? Niet wie je bent, niet waar je woont en ook niet wat je nog meer geschreven hebt, maar wél hoe je schrijft en waarover je schrijft. Die waarheid als een koe wordt maar al te vaak over het hoofd gezien, vandaar dat die goede raad af en toe nodig blijkt, ook in mijn geval.

Ik heb maar gelijk de koe bij de horens gevat en van één verhaal uit ‘Traisha en het Ei’, mijn fantasybundel, het eerste deel  hieronder geplaatst. Morgen ga ik maar eens nadenken over alternatieve plekken om hetzelfde te doen.

Voor wie na onderstaand fragment meer wil lezen, volgt hieronder de link naar EigenZinnig, mijn uitgeverij, waar een nog wat langer beginfragment uit het titelverhaal online staat:

Klik om toegang te krijgen tot TraishaInkijkexemplaar.pdf

 

castle' entrance gate - picture in retro style

 

Djebel Ghûl

Ik sta voor de hoofdpoort van Djebel Ghûl en staar naar het silhouet op de zwarte rots die boven de stad uitrijst. Ondanks de hitte huiver ik. Het monster daar boven is niet zo maar een ghoul. Die wroet in graven en bij gebrek aan beter vermaalt hij oude botten tussen zijn kaken. Ghûlla is niet enkel honderd maal groter, maar ook heel wat kieskeuriger dan zo’n gewone ghoul. Ook is zijn macht oneindig groter. Sinds mensenheugenis eist hij ‘s avonds, als de zonneschijf onder de woestijnhorizon verdwijnt, zijn tol van de stadsbewoners.
Asiya, die geketend achter mij in de kar zit, houdt zich dapper. Als ik omkijk, zie ik hoe ook zij met moeite haar blik losscheurt van het rotsplateau, waar Ghûlla onbeweeglijk zetelt, ongevoelig voor wind, kou of regen en vol minachting voor het menselijk gekrioel op het plein aan zijn voeten.
‘Waar wacht je op?’ vraagt Asiya. Haar stem trilt niet eens. Zou zij de angst voorbij zijn?
Ik knik enkel en breng de merrie in beweging. Onder de boog van het poortgebouw laat ik haar halthouden. Een luikje gaat open. ‘Oké, ik zie het al,’ klinkt het onverschillig. ‘De markt is rechtdoor. Die kun je niet missen.’
Al voor we bij het stadsplein zijn, hoor ik de stemmen van de marktkooplui. Langs de buitenrand van het plein staan kramen waar snuisterijen, stoffen en rariteiten uit alle windstreken aan de man gebracht worden. Eén kraam is tot barstens toe volgestouwd met beelden, amuletten en hangers in de vorm van een zittende Ghûlla. Aan de drukte te zien vindt alles gretig aftrek.
Ik men mijn paard naar een reusachtige tent midden op het plein en schreeuw naar Asiya dat ze van de kar af moet komen. Ze is zichtbaar stijf en vermoeid en wordt gehinderd door de ketens rond haar enkels. Ik laat haar voor mij uit naar binnen lopen. Even staat Asiya stil, blijkbaar omdat ze de kooi in het oog krijgt die in de tent op een houten podium staat. Ik por met mijn zwaard in haar rug om haar weer in beweging te krijgen. Dat ontlokt een luid gejoel aan de toeschouwers die aan lange tafels rond het podium zitten. Diensters lopen af en aan met kannen wijn. Bij het podium draait Asiya zich om en kijkt recht in het publiek. Als bij toverslag verstomt het geroezemoes.
‘Ha, eindelijk weer eens een lekker brutaal ding,’ roept een dikke, zwetende man. Hij staat op en loopt keurend om Asiya heen. Met een grijns kletst hij op haar billen.
‘Meisje, jij mag eerst een paar avonden mijn publiek amuseren,’ zegt hij. ‘Het zou zonde zijn om zo’n juweeltje gelijk al naar Ghûlla te brengen. Als je de mannen hier een beetje op weet te warmen, schenkt Hasjim je een paar extra dagen.’
Ik zie Asiya’s ogen vuur spuwen. Vóórdat haar woede het kookpunt bereikt, moet ik het heft in handen zien te nemen.
‘Pit heeft ze meer dan genoeg,’ zeg ik, ‘en dansen kan ze als de beste. Dit meisje zal je heel wat extra klandizie opleveren. Daarom verlang ik meer dan de standaardprijs voor haar.
Hasjim knijpt zijn varkensoogjes samen en kijkt me vorsend aan. Ik zie hem terloops een blik werpen op een paar zwaarbewapende reuzen bij de kooi. Waarschijnlijk denkt hij een hoop geld te kunnen besparen als hij mij ter plekke af laat maken. Gelukkig hebben heel wat mensen ons gesprek gevolgd. Zelfs hier heeft een handelaar een bepaald minimum aan vertrouwen nodig.
Hasjim lijkt dat tijdig te beseffen. ‘Goed,’ zegt hij kortaf. ‘Noem je prijs.
‘Bovenop de vaste prijs verlang ik het recht om de laatste maaltijd met haar te gebruiken en bij de ceremonie toe te kijken. Ik wil die ten minste een keer in mijn leven meegemaakt hebben.’
Iets dat op een glimlach lijkt, splijt Hasjims pokdalig gezicht. ‘Je lijkt me anders niet het type om te genieten van Ghûlla’s slechte tafelmanieren,’ zegt hij. ‘Waarom vraag je niet gewoon een paar goudstukken extra?’
‘Je hebt gelijk,’ antwoord ik. ‘Normaal zou ik dat schouwspel aan mij voorbij laten gaan. Maar nu ligt het anders. Vannacht heeft deze feeks geprobeerd mijn keel door te snijden. Het was haar bijna gelukt. Daarom wil ik hoe dan ook toekijken als zij sterft.’
Ik sla de boord van mijn kleed bij de hals terug, zodat Hasjim de verse snee kan zien.
‘Ik begrijp het,’ zegt Hasjim. ‘Ik zal er persoonlijk op toezien dat ze deugdelijk aan de kooi geketend wordt.’
Nadat Hasjim de goudstukken voor mij uitgeteld heeft, draai ik me om en verdwijn. Geen tel langer durf ik het risico te nemen dat hij mijn ware emoties opmerkt. Om dezelfde reden vermijd ik de dag erna de tent, hoe zwaar me dat ook valt.

 



Recensieperikelen

Tot voor kort maakte ik mij nooit druk over recensies. Erg vreemd is dat niet, want op een enkele uitzondering na (een jeugdboek in de serie ‘Vlaamse Filmpjes’) publiceerde ik tot op heden enkel losse verhalen. Ja, verhalenbundels van diverse auteurs worden ook wel eens gerecenseerd, maar toch is dat anders. Dan kun je jezelf bij een matige recensie altijd nog wijsmaken dat het echt niet aan jou gelegen heeft, maar aan die ‘andere’ zwakke verhalen.

Nu is alles anders. Nu ligt mijn verhalenbundel (‘Traisha en het Ei’) ter recensie bij een aantal bekende websites en boekenblogs die voornamelijk of in elk geval met regelmaat fantasyboeken recenseren. Dat betekent dat ik straks met de billen bloot moet. Spannend is dat best wel, maar wat mij betreft is het een gezonde spanning. Niet dat ik denk dat recensies ooit 100% objectief kunnen of zullen zijn. Dat zijn recensies per definitie nooit, maar ik denk wél dat je eerlijke recensies van mensen die je niet persoonlijk kennen (anders kan het voor beide zijden lastig en pijnlijk worden) heel serieus moet nemen.

Tja, wat is een recensie eigenlijk? Met name op de grootste en bekendste webwinkel van Nederland zie ik met regelmaat boeken met een hele rits lezersreviews. Niet dat meningen van ‘gewone’ individuele lezers niet tellen, integendeel zelfs, maar soms frons ik toch mijn wenkbrauwen als ik een lange rij reviews met in meerderheid vijf sterren voorbij zie komen. Dat kan helemaal te goeder trouw en volkomen terecht zijn, maar af en toe kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat iemands hele netwerk in de strijd geworpen wordt om een auteur met een fiks aantal positieve ‘recensies’ een duwtje in de juiste richting te geven.
Om die reden zou ik eigenlijk nooit willen dat een bekende een boek of verhaal van mij recenseert. Dan kom je van beide zijden in een spagaat terecht. Bij een lovende recensie zal ieder die weet dat je elkaar kent vraagtekens plaatsen. Bij een negatieve recensie lijkt het me heel lastig om elkaar daarna ooit nog aardig te vinden. Niet doen, zou ik zeggen…

Maar… hoe je het ook wendt of keert, recensies hebben wel degelijk een grote invloed op de verkoop van je boek of bundel en daar is elke auteur gevoelig voor, ik dus ook. Dat heeft niets met geld te maken. Wie dollartekens in de ogen heeft, kan beter nooit gaan schrijven. Nee, het gaat om iets anders. Wat mij betreft schrijf je om gelezen te worden. Zo gauw ik weet dat mijn schrijfsels niet of nauwelijks gelezen worden, is het met mijn drive om te schrijven dan ook meteen en helemaal gedaan.
Wordt vervolgd…

Unplugged

Wie mijn blogs van de afgelopen weken gevolgd heeft, kan daaruit makkelijk de indruk krijgen dat ik enkel fantasy schrijf. Niet dat ik mij daar voor schaam (zoals ik het zie bestaan er geen goede of slechte genres, maar alleen goede en slechte verhalen), maar het is gewoon niet waar…
In de tien jaar dat ik schrijf, was fantasy (maar meestal zónder al die draken, heksen, tovenaars, trollen, elfen enz.) slechts een deel van wat ik schreef. Ik haalde ook met regelmaat de shortlist en/of bundel bij een ‘gewone’ schrijfwedstrijd.
Vandaag kwam daar een leuk vervolg op, namelijk bij de ‘Unplugged-wedstrijd’ van Schrijven Online. De opdracht was als volgt:

unplug

Verwerk deze zin in je inzending: ‘De telefoon, internet, televisie – alles gaat uit. Je slaakt een zucht.’ Alle genres zijn mogelijk en jouw verhaal mag maximaal uit 500 woorden bestaan. De deadline van de inzendingen is op 10 december om 18:00 uur. De winnaar wordt op 6 januari tijdens de Nieuwjaarsborrel van de Schrijversacademie en op Schrijven Online bekend gemaakt. Jouw bijdrage kun je opsturen door het volgende wedstrijdformulier in te vullen.
Jury en prijzen
De jury bestaat uit René Appel (schrijver) Frank Noë (hoofdredacteur Schrijven Online) en Lies Aris (schrijfster en docent Schrijversacademie). De winnaar krijgt een opleiding ter waarde van €1950 van de Schrijversacademie naar keuze, die 1,5 jaar duurt. De tweede prijs bestaat uit een Kobo e-reader.

Voor de op 18 december bekend gemaakte longlist zie de link hieronder:

http://schrijvenonline.org/nieuws/longlist-schrijfwedstrijd-unplugged-bekend

@edit
De shortlist met drie finalisten haalde ik dus niet. Teleurgesteld kon ik daarover nauwelijks zijn. Ik vond het al erg mooi dat ik met een SF-stukje de beste 5% van de wedstrijd (de longlist telde 23 namen op meer dan 400 inzendingen) haalde. En het schrijven van dit soort korte verhaaltjes blijft hoe dan ook een prima schrijfoefening…

Boekpresentatie Traisha en het Ei

De presentatie (zaterdag 13 december bij boekhandel Derijks in Oss) was een mooie ervaring. Van mijn uitgeefster en ook van medeschrijvers met een vergelijkbare publicatie wist ik dat je zo’n presentatie niet voor de verkoop hoeft te organiseren. De meeste potentiële kopers kijken eerst de kat uit de boom en wachten op de eerste recensie(s). Logisch, zo doe ik dat zelf ook.
Toch werd het druk genoeg om er met wat familie en schrijfgenoten een gezellige boel van te maken, waar ik na afloop met veel plezier op terugkeek. Toen ik met mijn vrouw arriveerde, bleken de mensen van de boekhandel bijzonder vriendelijk en hulpvaardig. Ze hadden een mooi hoekje met een grote tafel gereserveerd en zorgden ondanks de zaterdagdrukte met regelmaat voor verse koffie en thee. Als echte Limburgers hadden we uiteraard zelf een paar vlaaien meegenomen.
Een lang verhaal ga ik er niet van maken. Ik laat het bij een minifotoreportage.

IMG_20141213_130328

De eerste foto doet een beetje aan pakjesavond denken. Het ‘pakje’ op de voorgrond bleek een bijzondere verrassing te bevatten, namelijk een kersverse fantastische tekening van Gidion Van der Swaluw, een illustrator die samenwerkt met medeschrijfster Nienke Pool. Nienke bood dit cadeau ook namens Gidion aan. Zie hieronder.

IMG_20141213_130718

Wie meer van Gidions fantastische werk wil zien; hier volgt de link naar zijn facebookpagina: https://www.facebook.com/gidion.vandeswaluw?fref=ts

Dan nog de (uiteraard verplichte) signeerfoto:

IMG-20141213-WA0000

Tot slot leg ik voor mensen uit Panningen en omgeving die via een publicatie in ‘Ut Bledje’ op mijn website belanden uit waarom ik die presentatie in Oss hield, terwijl ik toch mijn hele leven in of rond Panningen gewoond en gewerkt heb. Dat is logischer dan het lijkt. Toen ik namelijk via de sociale media en het forum waar ik vaak actief ben (Schrijven Online) ging turven wie naar die presentatie wilde komen, bleken dat vooral over het hele land (plus Vlaanderen) verspreid wonende medeschrijvers en familieleden uit Nijmegen en omstreken te zijn. Daar zaten ook nog eens mensen tussen die bij voorkeur met de trein reizen. Oss, met een vanuit het westen vlot bereikbaar treinstation leek mij alles bij elkaar een goede keus.

Illustreren is een vak apart

Illustreren is helaas een vak apart. Waarom helaas? Nou ja. Heel gewoon. Ik zou zielsgraag willen dat ik niet alleen kon schrijven (nu ben ik een tikkeltje onbescheiden…), maar ook zelf illustraties kon produceren die voor mijn gevoel in beelden vangen wat ik in mijn schrijfsels uit probeer te drukken.
Hoe kom ik daar ineens op? Eigenlijk toevallig. Via de ‘sociale media’ en met name Facebook (dat ik vrijwel uitsluitend gebruik voor alles wat met met boeken, schrijven en lezen te maken heeft) komen er met regelmaat voorbeelden voorbij van illustraties die mij jaloers maken op het talent van de maker. In dit geval was dat:
http://droomoog.nl/pas-op-trollen-2/
Een dergelijk niveau ga ik niet meer bereiken, zelfs niet als ik het schrijven opgeef en twaalf uur per dag ga schetsen, zwoegen en tekenen tot ik er bij neerval. Ieder heeft nu eenmaal een andere aanleg meegekregen, op die zeldzame geluksvogels na die bij hun geboorte op de een of andere manier met alle mogelijke talenten tegelijk bedeeld zijn en een kei worden in alles dat ze aanpakken. Tot die categorie behoor ik niet. Helemaal berusten doe ik daar niet in. Een paar keer heb ik manmoedige pogingen gedaan om toch iets te produceren dat bij het een of ander kort verhaaltje zou kunnen passen. Bij een enkele tekening lukt dat, zoals het onderstaande voorbeeld dat in maart 2015 in een van de ‘Gentasiabundels’ als uitvloeisel van de gelijknamige schrijfwedstrijd bij een ‘fantastisch sprookje’ van mijn hand gaat verschijnen.

2013-12-18 Een hoge prijs 2

Ik denk dat dit de uitzondering gaat worden die de regel bevestigt. Tenzij… ik de komende jaren de tijd weet te vinden om naast mijn schrijven te blijven werken aan de kwaliteit van mijn tekeningen. Maar ik denk eerlijk gezegd dat dit een illusie zal blijven. Illustreren is en blijft een vak apart.

Maar vooruit… Nog eentje dan die naar ik hoop een beetje in de sfeer is van de drie 120w-stukjes hieronder. Die passen in mijn plan om na de ‘gewone’ bundel die zaterdag bij EigenZinnig uitkomt (zie vorige twee posts) ook een bundel uit te brengen met uitsluitend korte stukjes van exact 120 woorden zoals hieronder.

HONGER(1)

Na vele ontberingen bereikte ik de drakenklip. Weken later zag ik een stipje aan de horizon uitgroeien tot een groengeschubd monster, dat voor mij op de klip landde.
‘Sterveling,’ siste Chalyssa, ‘weet je niet dat ik van mensenvlees houd? Je hebt geluk dat ik niet hongerig ben.’
‘Daar hoopte ik op,’ zei ik. ‘Mag ik op je rug mee naar het Drakeneiland zonder dat je me daar alsnog opeet? Ik weet dat draken nooit liegen.’
‘Akkoord,’ antwoordde ze.
We schoten zo snel omhoog dat de loeiende wind mij bijna van haar rug blies. Spoedig zag ik het Drakeneiland opdoemen. Chalyssa koerste op een bergtop af.
‘Waar landen we?’ schreeuwde ik.
‘Op mijn horst natuurlijk,’ riep Chalyssa. ‘Mijn kinderen hebben honger.’

2013-12-20 Dochter 0 - bijgewerkt in Paint 2

HONGER(2)

Waarom lag ik hier op mijn buik? En wat was het gruwelijk koud…
Ik wist mijn hoofd net ver genoeg op te tillen om over de rand van ruwe keien te kijken. Het uitzicht benam mij de adem. Diep beneden mij golfde een oerwoud van smaragd, omzoomd door een gouden strand en een azuurblauwe oceaan.

Hees gesis klonk achter mij. Iets sleepte mij aan mijn voet naar achteren.
‘Geduld!’ Ik hoorde een rasperige stem. ‘Jullie hebben net twee herten op.’
Chalyssa’s horst! Nu wist ik wat de naar zwavel stinkende smurrie was waarin ik lag. Verse drakenstront…

‘Chalyssa,’ smeekte ik, ‘waaraan heb ik dit verdiend?’
‘Dat weet je best. Het is een grote eer om drakenjongen tot voedsel te dienen.’

HONGER(3)

Daar lag ik dan. Een hemels uitzicht in een uitzichtloze positie…
Moeizaam werkte ik me op mijn knieën en draaide mij om. Ik moest en zou weten door wie of wat ik zo dadelijk verscheurd zou worden.
Chalyssa leek een schoonheid in vergelijking met de kale, ruftende creaturen die mij hongerig aanstaarden. Zonder hun brandende blik en flitsende, gifgroene tongen zou ik er nooit drakenjongen in herkend hebben.

Ik wierp een blik op Chalyssa. Die had alle belangstelling voor mij verloren. Ze strekte haar massieve poten en verduisterde de zon met haar geschubde vleugels. Luttele tellen later was ze enkel een stipje aan de horizon.

De drie jongen waggelden op mij af.
Ik kwam overeind en sprong in het diepe…

Boekpresentatie zaterdag 13 december

Dan kan ik nu definitief bevestigen dat de presentatie van ‘Traisha en het Ei’ op zaterdagmiddag 13 december doorgaat. Het was nog even spannend of dat er in zat, maar het manuscript kon gelukkig op tijd in definitieve vorm naar de drukker. Toen ik dat zeker wist, heb ik meteen gebeld met de boekhandel die ik al eerder benaderd had. Binnen een paar minuten waren de afspraken toen gemaakt.

Wanneer?

Zaterdag 13 december 13.00 uur tot ergens rond 14.30 uur

Waar?

Boekhandel Derijks, Walstraat 8 in Oss (een paar minuten lopen van het station)

Waarom daar?

Dat is een soort compromis geworden. Geïnteresseerde vrienden en familieleden wonen vooral in Noord-Limburg of Gelderland. Daar ligt Oss mooi tussenin. Ik heb overwogen om voor mijn eigen dorp te kiezen, maar omdat Panningen geen station heeft, was dat voor mensen die met de trein willen komen een wel erg lange reis geworden, zeker vanuit de Randstad. Maar er was nog een reden. Boekhandel Derijks is een van de zeven Nederlandse boekhandels die meededen aan een ‘pilot’ om het fantasygenre beter en overzichtelijker in hun winkel te presenteren.

Hoe?

Ik wil de opzet graag bescheiden houden omdat ik de eerste keer dat ik zo’n presentatie houd geen flauw idee heb hoeveel mensen er op komen dagen. En het is natuurlijk niet leuk om een toespraak te houden met je vrouw, drie familieleden, vier medeschrijvers en vierendertig lege stoelen als publiek…
Geen speeches of zo dus en eigenlijk vind ik dat ook wel prima. Liever maak ik er gewoon een gezellige ‘aangeklede signeersessie’ van. Zijn er minder mensen dan ik misschien verwacht had, dan geeft dat met zo’n opzet niks. Dan is er nog meer gelegenheid om bij te praten met mensen waarmee je meestal alleen digitaal contact hebt.

Om enig idee te hebben van het aantal mensen die 13 december naar Oss komen, zou ik het prettig vinden als je dat via SOL, Facebook of mail eventjes laten weten. Maar dat hoeft natuurlijk niet. Er zullen altijd mensen zijn die wel willen, maar niet weten of ze er in de drukke weken voor kerst aan toe komen. Die zijn uiteraard even welkom!

Bonus!

Zolang de voorraad strekt, krijgen mensen die de bundel vóór 13 december bij mij bestellen óf hem bij de presentatie kopen als bonus een exemplaar van ‘IJstijd’, mijn prehistorisch jeugdverhaal dat als Vlaams Filmpje bij Averbode uitkwam. Tijdens de presentatie wil ik voor de kopers van de bundel nog een ander extraatje in de strijd werpen, maar ik verraad niet wat… Logisch, want zelf weet ik het ook nog niet. Bovendien wil ik dat eerst nog even met de mensen van de boekhandel overleggen.

Mochten er op de presentatie onverhoopt te weinig exemplaren van de bundel liggen, dan zorg ik uiteraard voor een intekenlijst. Wie die invult, krijgt de bundel dan zonder portokosten thuisgestuurd. Ik verwacht niet dat het nodig zal zijn, maar je weet maar nooit.
Wie niet naar Oss komt, maar wél een exemplaar (ook zonder portokosten) bij mij wil bestellen, kan dat op elke gewenste manier doen, als ik maar een adres plus postcode krijg om het naar toe te sturen. Veel mensen die ik in het schrijfwereldje ken, hebben mijn mailadres. Maar een PB via Schrijvenonline, Twitter of Facebook werkt natuurlijk ook.

IMG_20140621_175958 - verkleind

@edit

De makkelijkste en met afstand de snelste manier om de bundel rechtstreeks bij mij te bestellen is om € 14,50 over te maken op IBAN-nummer NL63RABO0141920300 t.n.v. H.M. van den Munckhof en bij de omschrijving naam en adres plus postcode in te vullen. De twaalf eerste bestellers krijgen mijn Vlaams Filmpje ‘IJstijd’ als bonus meegestuurd. De andere 12 ‘Filmpjes’ bewaar ik voor de presentatie, uiteraard ook weer voor de eerste mensen die de bundel kopen.
Verzenden kan ik de bundels natuurlijk pas vlak voor of op 13 december, als ik zelf de eerste lading thuisgestuurd krijg.

PS: Wie op de link hieronder klikt, krijgt de volledige omslag van ‘Traisha en het Ei’ te zien.

Omslag Traisha gecomprimeerd (1)

Je boek naar de drukker en overwegingen bij het kiezen van illustraties

Ja, ‘Traisha en het Ei’ is er natuurlijk nog niet, maar voor mijn gevoel ook weer een beetje wel. Als de laatste schoonheidsfoutjes er uit gehaald zijn en het resultaat op weg is naar de drukker, heb je het eerste traject van een uitgave afgesloten en weet je vrij exact hoe je geesteskind er van binnen en van buiten uit komt te zien.
Maar de lezers van mijn website en mijn digitale presentatie op Schrijven Online of de mensen die mij af en toe op Twitter en/of Facebook volgen hebben (op dat achterflapfragment na) nog niets van de inhoud gezien, tenzij ze ooit bundels met een van mijn verhalen kochten, zoals de vier wedstrijdbundels van de Fantasy Strijd Brugge. Ik ben (nog) niet zo ver dat ik zelf een digitaal inkijkexemplaar weet te produceren, daarom los ik het hieronder maar gewoon handmatig op door een paar beginfragmenten en de bijbehorende afbeeldingen te plaatsen.

In totaal telt de bundel twintig zwart-wit afbeeldingen voor of in de verhalen, maar voor de aardigheid gebruik ik hieronder de originelen, die deels wel in kleur zijn. Ik heb ze goeddeels via bigstockphoto.com gevonden. Toen ik begon met zoeken naar in mijn ogen geschikte afbeeldingen dacht ik zo klaar te zijn. Niets was minder waar. Al snel besefte ik dat een afbeelding niet enkel bij het thema, maar vooral óók bij de sfeer van een verhaal moet passen. En dat is nog niet alles. Ook moeten de twintig afbeeldingen qua stijl niet te overdreven veel van elkaar verschillen. Als je daar niet op let, wordt een bundel nog geen eenheid. En dat laatste is uiteraard wél de bedoeling.
Ook bij de selectie van de negen verhalen heb ik dat soort afwegingen gemaakt, waardoor bijvoorbeeld een verhaal dat ooit hoog bij De Paul Harland Prijs eindigde toch afviel, omdat het op de keper beschouwd meer een prehistorisch dan een echt fantastisch verhaal was.

Goed, dat was ruimschoots genoeg als inleiding. Nu volgen de beloofde illustraties plus beginfragmenten.

Castle In 3D.

Tar

Tar wachtte op zijn beurt om voor Al-Ar-Kah, Heer van de Vlakte, geleid te worden.
De man voor hem, een hevig zwetende paleisdienaar, jammerde als een klein kind toen de wachten hem wegsleurden. Tar voelde geen spoor van mededogen. Waarom zou hij ook? Wie zou straks een traan om hém laten bij zijn onvermijdelijke gang naar het hakblok?
Een dreunende gongslag gaf aan dat de volgende beklaagde aan de beurt was. Terwijl de aanklager zijn naam oplas, was Tar al onderweg naar de rode tegels voor de trappen die naar Al-Ar-Kah’s kolossale troon voerden. Hij knielde rustig neer, boog en drukte zijn voorhoofd tegen de koude steen.
Al-Ar-Kah sprak. Zijn stem klonk zacht en zalvend. Toch was elk woord, door de perfecte akoestiek van het gewelf achter hem, duidelijk verstaanbaar.
‘Aha, ik zie hier een van mijn eigen lijfwachten. Dat gebeurt bepaald niet elke dag. Marukh, fris mijn geheugen op en vertel ons wat deze man misdaan heeft.’

Enchantress

Amura’s val

Orriks Piek reikte tot hoog boven de burcht. De zwarte toren bezat een enkel balkon, dat als een pokdalige wrat uit haar stenen huid groeide.
Amura staarde over de borstwering naar de kronkelige straatjes van Ombar diep beneden haar. Voorbij de verweerde stadsmuren kon ze tegen een achtergrond van gele stofwolken nog net de lange staken onderscheiden waarop, naar eeuwenoude traditie, de hoofden van Ombars vijanden gespietst werden.
Het waren geen verse hoofden meer, maar enkel een paar kaalgevreten, vergeelde schedels, bedacht Amura bitter. Niet dat ze zo dol was op de zwermen vleesvliegen of op de stank die na een geslaagde rooftocht buiten de poorten hing. Maar als Orrik, heerser van Ombar en de omliggende landstreken, op pad was, had hij geen tijd haar te storen bij haar favoriete bezigheden…

Falcon Silhouette - Retro Clip Art

De laatste proef

Een
De kleuren van de steppe losten langzaam op in een onbestemd grijs. Donkere bergketens staken scherp af tegen een indigoblauwe hemel, waar de eerste sterren al verschenen.
De stofwolk, die snel in de verte verdween, betekende iets, iets belangrijks dat met hem te maken had. Verder kwam hij voor-lopig niet. Hij wilde zuchten en probeerde met zijn hoofd te schudden. Maar er kwam geen zucht en er was niets dat kon schudden.
Hij dwong zichzelf de pijn van zijn geest te negeren. Meteen kwam er een vage herinnering boven. Ooit was hij iemand met een naam geweest! Maar wat was dat, iemand? En wat was een naam eigenlijk? Niets gaf ook maar het minste houvast. En hoe vreemd was het dat hij wel de namen kende van alles om hem heen; van de grond beneden hem, van de stenen, de planten, van de diepzwarte hemel daarboven en van het gras op de lege steppe, dat onder een kille wind heen en weer golfde.
Hij gaf zich over aan het ritme en het gevoel van die beweging, want het bood hem troost en de illusie dat hij toch nog ergens deel van uitmaakte. Hij zou gewoonweg een minuscuul deeltje van deze vlakte worden, een korrel zand op de dorre bodem of een stofje op een van de taaie stengels.

dark scene with man silhouette in forest at night

Hellevaart

De zee tussen mij en het eiland lijkt een plas gesmolten lood, waarin mijn roeiriemen bij iedere haal dreigen te blijven ste-ken. Zweet prikt in mijn ogen en loopt in straaltjes over mijn rug. Ik vervloek de bijgelovige kapitein, die weigerde bij het eiland voor anker te gaan. Kilometers uit de kust liet hij de roeiboot neer. Zelfs mijn dreigement om hem wegens contractbreuk geen cent te betalen maakte geen enkele indruk op hem. In plaats van te antwoorden sloeg hij een kruis en beduidde mij om snel de touwladder naar de sloep af te dalen.
Ik zet de gedachte aan zijn ergerlijk gedrag van me af en richt me op het eiland voor mij. Op die ene koppige pater na, waar ik nu naar op zoek ga, is het uitgestorven. Maanden geleden vluchtten de laatste vissers in hun prauwen om op het grotere buureiland een goed heenkomen te zoeken.

 

Vague silhouette of a beautiful naked woman.

Matinee

Zwetend worstelt de jongen zich door de zuigende modder. Aan de overzijde van het stroompje staat hij hijgend stil. Vertwijfeld vraagt hij zich af wie of wat hem op de hielen zit, terwijl de morgen toch zo vredig en alledaags begon.
´Lars, breng deze bijl naar de boerderij van de oude Bas-sing,´ zei vader na het ontbijt. ´Hij heeft me er al drie keer naar gevraagd en zelf heb ik vandaag geen tijd.´
Ongeveer halverwege, vlak bij het grote moeras, ving hij de geluiden op van de spookjagers waarover hij de vrouwen bij de waterput soms hoorde fluisteren, de stemmen van de dood… of erger. Hij had geen flauw idee hoe hij die herkende, maar hij wist wél zeker dat hij de zware bijl meteen moest laten vallen om te kunnen rennen voor zijn leven.
Lars schudt heftig met zijn hoofd om die verse herinnering te verjagen. Al zijn energie is nodig voor het hier en nu, want dood wil hij nog lang niet. Hij steekt een met speeksel bevochtigde wijsvinger in de lucht. Een zwoele wind blaast zijn lucht nog altijd in de richting van zijn onbekende achtervolgers en hun woest blaffende honden.

Face Of Woman With Cracked Skin

Shogi

Hun huisje stond op een groene heuveltop, hoog genoeg voor een onbelemmerd uitzicht op de rivier die door het woud beneden hen kronkelde, op de besneeuwde bergreuzen in het noorden en op het grote moeras met zijn wirwar van riet, modder en ontelbare stroompjes.
Laat in de herfst, als de eerste nachtvorst krakerige vliesjes ijs op de regenplassen toverde, waren de ochtenden vaak zo helder dat de besneeuwde toppen van het grensgebergte als gekartelde tanden afstaken tegen een paarsblauwe hemel. Als Shogi op zo’n morgen huiverend wakker werd en zag dat de slaapplaats naast haar koud en leeg was, vond ze haar moeder altijd op dezelfde plek. Op de bank voor hun uit boomstam-men opgetrokken huisje zat Yada dan naar de horizon te staren, waar ergens ver achter de bergen haar geboorteland lag. Op dat soort momenten ging Shogi stilletjes naast haar moeder zitten en probeerde zich voor te stellen waarheen Yada’s gedachten haar voerden.

Schrijfwedstrijdenverslaving

Ik geef het meteen toe, er zijn ergere verslavingen te bedenken dan die aan schrijfwedstrijden. Maar toch, soms kan het knap lastig zijn. Elk jaar opnieuw neem ik me voor om eens wat meer wedstrijden aan mij voorbij te laten gaan om zo meer vaart in mijn langere verhalen te krijgen. Die moeten nu vanwege mijn verslaving met regelmaat een periode van eenzaamheid en ernstige verwaarlozing zien te overleven.
Blijkbaar kan ik de kick van die wedstrijden moeilijk missen. Haal ik eens de longlist of shortlist, dan smaakt dat naar meer. Gelukkig lukt me dat met regelmaat, maar uiteraard níét altijd. Toen ik pas schreef, was ik in zo’n geval diep teleurgesteld, dacht gelijk dat ik ‘er toch niks van kon’ en overwoog af en toe zelfs om het toetsenbord subiet ergens in de wilgen te hangen. Nu ik intussen weet dat het bepaald geen schande is om ook eens achter het net te vissen, reageer ik heel anders. Sneuvel ik in de eerste ronde van een wedstrijd, dan wil ik nu gelijk revanche nemen op mijzelf. Hoe? Ja, dat is nogal duidelijk. Door meteen weer aan een nieuwe wedstrijd mee te doen en me heilig voor te nemen om bij die ‘mislukte’ wedstrijd een volgende keer hoger te eindigen.
Vandaag hoorde ik dat ik de eerste schifting van de AZRA- wedstrijd ( http://www.azra-magazine.nl/ ) heb overleefd en bij de dertig mensen hoor die op de longlist staan. Natuurlijk ben ik daar heel blij mee, maar helpt het om mijn verslaving te overwinnen? Ik ben bang van niet. De afgelopen weken heb ik al weer twee verhaaltjes voor de A.L. Snijdersprijs plus een stukje voor de ‘Unplugged-wedstrijd’ van Schrijven Online ingestuurd. Daar komen ook zeker nog wat stukjes voor de ‘Mosterd-wedstrijd’ van 120W.nl bij. Over mijn plannen voor 2015 heb ik het dan nog niet.
Dus … wie o wie helpt mij van mijn verslaving af? Ik wacht op de gouden tip.