Schaamteloze zelfpromotie voor auteurs

Nee, die titel heb ik dus niet zelf bedacht… Het is de naam van een schrijfworkshop op zondag 15 oktober, waarvoor ik mij zonet heb opgegeven. Waar? Imagicon Ede. Tijd? 11.30-12.30 uur.
Wie het nieuws over die dag miste, maar wel interesse heeft, kan alle informatie vinden op de website en/of facebookpagina van Imagicon.

Dat ‘Schaamteloze zelfpromotie voor auteurs’ (let wel, zónder vraagteken) gaf mij heel wat stof tot nadenken. Ja, ik heb wel eens ergens gelezen dat een schrijver schaamteloos zou moeten schrijven. Daarmee wordt bedoeld dat je je nooit moet laten leiden of zelfs maar beïnvloeden door de angst voor ‘wat men er wel niet van zal zeggen’, maar dat je compromisloos alles moet opschrijven waarvan je vindt dat het in je boek thuishoort, al is het voor jezelf of anderen nog zo confronterend of choquerend.
Of dat voor alle auteurs een wijs advies is, laat ik even in het midden. Laat ik het er op houden dat ik nooit iets heb geschreven en nooit iets verwacht te zullen schrijven waarbij ik werkelijk al mijn schaamte opzij moet zetten…

Hij of zij die de titel van die workshop bedacht heeft, zal de inspiratie denkelijk geput hebben uit die discussie over hoe je zou moeten of mogen schrijven. De impliciete strekking of stelling is dan dat ook bij het promoten van je boek schaamte alleen maar lastig en onnodig is. Gooi al je remmingen overboord, geef je verbeelding alle ruimte en laat je pennenvrucht op elke mogelijke manier op de wereld los. Zoiets…

Waarom wijd ik eigenlijk een blog aan een onderwerp als zelfpromotie? De reden is simpel. Ik schrijf. Ik zou heel graag willen dat wat ik schrijf door zo veel mogelijk mensen gelezen wordt, niet omdat het geld oplevert (dat doet het hoogst zelden), maar omdat het mij het gevoel geeft iets gepresteerd te hebben dat echt de moeite waard is. Dat zoiets banaals mijn belangrijkste drijfveer is om stug verder te schrijven, geef ik schaamteloos toe…
Hoe graag ik ook zou willen dat een goed verhaal (ja, dat vinden we toch allemaal van wat we schrijven…) zichzelf verkoopt, zo werkt het in de regel niet. Zonder de juiste promotie op het juiste moment blijft ook een goed verhaal of boek onbekend en anoniem, begrijp ik uit allerhande interviews met redacteuren van toonaangevende uitgeverijen.

Mijn eerste conclusie is nogal deprimerend. Zelfs als je iets schrijft dat in alle opzichten bijzonder en lezenswaardig is, dan nog ben je nergens zonder een uitgever die iets in je ziet en die weet hoe je de promotie aan moet pakken. Hoe groot is die kans voor een onbekende auteur? Klein. Heel klein. Dat weten we allemaal en toch schrijven we stug door en blijven we hopen, de meesten van ons tegen beter weten in.

Ik heb al wat open deuren over het hoe, wat en waarom van promotie voor je schrijfsels ingetrapt, maar wat vind ik er nu eigenlijk zelf van? Wat doe ik ermee? Nou ja, de wijsheid heb ik niet in pacht, maar voor mijzelf houd ik wel een paar vuistregels in acht. Of die ook voor anderen nuttig zijn? Wie weet. Reacties zijn welkom.

  1. Blijf vooral jezelf. Als je (zoals ik) niet zo’n uitbundig en extravert iemand bent, probeer je dan niet geforceerd anders voor te doen dan je bent. Dat werkt voor geen meter en prettig voel je jezelf daar ook niet bij.
  2. Promoot alleen als er iets te promoten valt. En dan bedoel ik dat je een (reguliere) uitgever gevonden hebt en zeker weet dat je boek (of verhaal) er ook echt gaat komen. Zo lang het niet zo ver is, kun je best af en toe iets vertellen over het schrijfproces of over je zoektocht naar een uitgever, maar dan is het niet slim om hoog van de toren te blazen. Te veel bescheidenheid is misschien lastig, maar te weinig ook. Ik werk nu met enige tussenpozen vanaf februari aan een lang historisch manuscript (ergens tussen de 150.000 en 200.000 woorden) en dan frustreert het soms dat zoiets zo’n extreem lange weg betekent, zeker voor iemand die voorheen vooral korte verhalen schreef. Maar klagen doe ik niet. Voor die weg koos ik nu eenmaal zelf.
  3. Te veel bescheidenheid helpt je niet, maar het tegenovergestelde werkt ook tegen je. Een boek uitbrengen is tegenwoordig geen kunst en zeker geen bewijs dat je een ‘echte’ schrijver bent. Publiceren is door alle technische vernieuwingen veel eenvoudiger en goedkoper geworden. Sterker, als je hoe dan ook je boek gepubliceerd wil zien, lukt je dat altijd wel tegen een redelijke prijs. Maar wat is dat waard? Ik houd (misschien ook weer tegen beter weten in) als principe aan dat een reguliere uitgeverij genoeg brood in mijn verhaal moet zien om het risico van een uitgave op zich te nemen. Moet ik zelf investeren om mijn boek uitgegeven te krijgen, dan hoeft het voor mij niet meer. Dat is geen kwestie van gierigheid, maar van principe. Is er geen behoefte aan wat ik schrijf, dan hoeft het er wat mij betreft ook niet te komen. Maar nu denk ik misschien te star? De tijd zal het leren.

Zomermanuscripten

Grrr… even niet nagedacht. Welke sukkel stuurt nu net bij het uitbreken van de zomervakantie een manuscript naar een uitgever, uitgerekend op een dag waarop het kwik in heel Nederland de dertig graden passeert? Ja, Hay dus… Het is altijd al afwachten geblazen, maar nu al helemaal. Naast alle bekende redenen waarom je in de regel maanden moet wachten komen er nu nog een paar mogelijke reacties van uitgevers/redacteuren bij:

  1. Hay van den Munckhof? Nooit van gehoord. Dat bekijken we ergens in de herfst wel.
  2. Kom op. Vanavond ga ik mijn koffers pakken. Op vakantie lees ik alléén waar ik zin in heb. Wat denken ze wel?
  3. Alles wat in juli of augustus binnenkomt, gaat begin september naar de stagiaires, anders verzuipen we na de vakantie in het werk.

Misschien ben ik nu te somber, maar ik heb mijn twijfels. Niets menselijks is redacteuren vreemd, vrees ik.
Niet dat ik geloof dat het insturen van een manuscript puur een loterij is. Dat verhaal hoor ik nog wel eens, maar ik geloof er geen woord van. Als dat zo was, werkte ik me niet de blubber aan een verhaal van 160.000 woorden. Ik ben er van overtuigd dat als je iets geschreven hebt dat het uitgeven waard is en het niet te snel opgeeft, al die energie ooit iets op zal leveren. En is dat uiteindelijk niet zo? Dan moet je eerlijk genoeg zijn om onder ogen te zien dat je misschien toch net niet goed genoeg bent voor een reguliere uitgever. Zeker is dat dan overigens niet, want helaas krijg je zelden te horen om welke reden je manuscript wordt afgewezen. In de meeste gevallen blijft het bij een standaardmededeling, bij sommige uitgevers gevolgd door het (wat mij betreft hoogst irritante) advies om het maar eens bij Brave New Books te gaan proberen. Nee dus! Ik ga voor een echte uitgave of anders helemaal geen uitgave. Een tussenweg is er voor mij niet, want aan een POD-uitgave begin ik onder geen enkele voorwaarde en aan uitgeven in eigen beheer denk ik ook niet, al ken ik een paar mensen voor wie dat laatste wel degelijk een succesvolle route was. Er bestaat niet één weg die voor ieder voor ons naar Rome leidt en al helemaal niet als het om iets als schrijven gaat.

Wie het bij een reguliere uitgeverij niet redt, is nogal eens geneigd om daar chagrijnig op te reageren. Men denkt dat alleen bekende namen een kans maken of dat er niet serieus naar de manuscripten op de slushpile gekeken wordt. Dat geloof ik niet. Uitgeverijen zijn juist bang om tussen al die kansloze manuscripten dat ene juweeltje van een nieuweling te missen. Natuurlijk, van veel manuscripten worden enkel de eerste pagina’s of zelfs slechts een paar alinea’s gelezen. Maar dat lijkt mij niet meer dan logisch. Waarom zou een redacteur energie en kostbare tijd verspillen aan een verhaal dat taalkundig al in de eerste zinnen rammelt of waar na enkele pagina’s nog altijd geen spoor van een rode lijn in te ontdekken valt?
Kritiek op redacteuren vind ik voor een auteur dan ook verspilde energie en in de meeste gevallen onterecht. Volgens mij zijn zo goed als alle redacteuren van serieuze uitgeverijen (dus niet van POD-uitgeverijen die enkel aan winst denken) bevlogen en betrokken mensen, die niet zonder taal en boeken zouden kunnen leven. Dat moet wel. Anders ben je simpelweg niet geschikt voor zo’n job. Het zijn ook mensen die je haarfijn in enkele zinnen uit zouden kunnen leggen waarom ze je boek al dan niet publicabel vinden. Maar helaas, zoals hierboven al vermeld, dat doen ze bijna nooit. Waarom eigenlijk niet? Soms kunnen enkele zinnen voor de betreffende auteur al heel verhelderend zijn en een stimulans om het niet op te geven. Ik noem er voor de vuist weg een paar:

  • Uw manuscript is verdienstelijk geschreven, maar past helaas niet in ons fonds. Kijk heel goed naar dat fonds als u het bij een andere uitgeverij wilt proberen.
  • Wij achten uw manuscript publicabel, maar helaas krijgen wij elk jaar meer publicabele manuscripten binnen dan wij redelijkerwijs uit kunnen geven. Wij moeten daarom keuzes maken.
  • Helaas achten wij uw manuscript in deze vorm niet publicabel, omdat … (het taalkundig nog niet het vereiste niveau heeft… een duidelijke verhaallijn ontbreekt… enzovoort)

Sommige uitgeverijen nemen af en toe de moeite om een dergelijke korte toelichting te geven. De meeste niet en ik begrijp dat eigenlijk wel. Vooral in het laatste geval (als een manuscript dus duidelijk te licht bevonden wordt) kun je er gif op innemen dat heel wat zich miskend voelende auteurs aan de bel trekken en de redactie met verontwaardigde mails of telefoontjes bestoken.

Wie zo reageert? Nee, ik niet natuurlijk. Ik blijf in dat geval uiteraard de rust zelve… Nou ja… ???

55 woorden-verhalen

Dit jaar ben ik blijkbaar een schrijver van uitersten. ‘Schaduwlanden’ (zie mijn vorige post) dreigt uit te dijen tot ver boven de 100.000 woorden. Ik sta nu op 55.000 woorden en ben denk ik nog niet eens halverwege…
Maar blijkbaar heb ik daarnaast ook enig talent om het superkort te houden. Enkele maanden geleden deed ik mee aan de 55-woordenwedstrijd van Schrijverpunt, Blogger en Take this Script. Tot mijn aangename verrassing sleepte ik tussen meer dan zeshonderd inzendingen een vijfde plaats in de wacht. Vanaf begin mei is de bundel in alle boekhandels verkrijgbaar.

Hieronder de link, in dit geval naar Bol. Zelf haal ik de bundel gewoon bij de plaatselijke boekhandel. Dat is beter, tenminste voor wie het (zoals ik) belangrijk vindt dat er zo veel mogelijk echte boekwinkels blijven!

https://www.bol.com/nl/p/55-woordenverhalen/9200000058098691/

9200000058098691

Ik ga het stukje dat vijfde werd (‘Volgende’) hier niet plaatsen. Veel liever zie ik natuurlijk dat iemand daarvoor de bundel koopt. Een stimulans daarbij is wellicht dat van elk exemplaar een flink deel van de opbrengst bestemd is voor de Stichting Lezen en Schrijven. Daarom moet ik ook als auteur gewoon mijn eigen bundel kopen. Bij andere wedstrijden doe ik niet mee als geplaatste auteurs niet minimaal één gratis exemplaar krijgen. Maar voor het goede doel maak ik uiteraard een uitzondering.

Om mijn volgers toch iets te laten proeven van de wedstrijd en de inhoud van de bundel, plaats ik hieronder een viertal stukjes, die ik ook voor de wedstrijd instuurde, maar die het niet haalden. Dat kon ook niet, want de organisatie besloot om van geen enkele auteur meerdere stukjes te selecteren.

Honger

‘Breng je mij naar het Drakeneiland zonder me op te vreten? Ik weet dat draken nooit liegen.’
‘Akkoord.’
De loeiende wind blaast mij bijna van haar rug. Spoedig zie ik het Drakeneiland opdoemen. Chalyssa koerst op een bergtop af.
‘Waar landen we?’ schreeuw ik.
‘Op mijn horst natuurlijk,’ roept Chalyssa. ‘Mijn kinderen hebben honger.’

Wortelen

‘Ashadrila, hoorde je het? Rauwe mensen zijn giftig voor draken.’
‘Wat! Mijn man lust ze alleen maar rauw.’
‘Mensen zijn aaseters. Ze laten hun vlees dagenlang liggen.’
‘Lichtjes roosteren misschien?’
‘Helpt niet. Je moet ze maandenlang bewaren. Dan hebben ze al dat gif uitgescheten.’
‘Dan gaan ze dood.’
‘Niet als je ze wortelen voert.’

Vamps

‘Carmilla!’
‘Schreeuw niet, mam.’
‘Het wordt al licht!’
‘Ja sorry. Als je aan het drinken slaat, is het lastig om op te houden. Ik ben bij Sangina gebleven, zoals ik beloofde.’
‘Jullie denken al echte vamps te zijn, maar jullie zijn nog maar pubers.’
Ik lach mijn tanden bloot. ‘Maar zijn bloed was zalig…’

Verdwaald

Een zonnestraal!
Verschrikt zoek ik de schaduw op. Wat doe ik hier? Wegwezen…
Doorntakken scheuren mijn jurk aan flarden.
Als de duisternis valt, zie ik een late wandelaar. Ik lik langs mijn gebarsten lippen.
‘Dorst, meisje?’
‘Ja…’
Hij vangt mij op.

Mijn dorst is gelest. Zijn ogen glanzen in het maanlicht.
‘Waarheen?’ vraagt hij. 

Schaduwlanden

Even uitleggen waarom het zo stil blijft op mijn website. De reden is erg simpel. Ik schrijf en wil doorschrijven…
Voor het eerst sinds ik schrijf, besef ik dat als je een verhaal wilt vertellen (en zeker als dat zoals nu een lang verhaal wordt) je dat verhaal achter elkaar op moet schrijven en niet met tussenpozen van weken of zelfs vele maanden, zoals ik voorheen deed. Ik las dat wel in schrijfboeken, maar echt doordringen deed dat advies niet. Nu wel. Natuurlijk is er een reden voor die omslag en die heet de ‘ZZ-Marathon’. Via de website/schrijfgroep Zinniger Zinnen wordt elk jaar in maart een marathon georganiseerd waarbij de deelnemers een maand lang elke dag 750 tot 1000 woorden moeten produceren. Dat is niet alles. Je wordt als deelnemer óók geacht om de verhalen van een aantal ‘medemarathonners’ elke dag opnieuw bij te lezen en van zinnig commentaar te voorzien. Die afspraak blijkt voor mij de perfecte medicijn om mij aan het schrijven te krijgen en aan het schrijven te houden. Ik zit nu (12 april 2016) op iets van 40.000 woorden en denk straks in de buurt van de 80.000 uit te gaan komen. Het plan is om uiterlijk half mei de eerste ruwe versie te hebben staan. Daarvoor moet ik wel nog even vol aan de bak. 😉

Wat voor verhaal gaat het deze keer worden? Wie mij een beetje volgt, heeft misschien al begrepen dat ik van overwegend fantasy geleidelijk de overstap maak naar historische verhalen voor jeugd en/of YA. In dat genre hoort ook ‘Schaduwlanden’ (voorlopig een werktitel) thuis. Het verhaal speelt in het Al Andalus (het emiraat van Cordoba) van de negende eeuw, waar op dat moment Abd Al-Rahman II regeert. Het verhaal draait om Alya, de dochter van de hofmeester, die de zeldzame gave bezit om binnen de kortste keren een nieuwe taal te leren. Die gave is voor een belangrijk deel de ‘motor’ van het verhaal en blijkt behalve een zegen ook een vloek te kunnen zijn…

Hieronder volgen vast twee korte fragmenten om de sfeer te proeven, uiteraard zonder spoilers…   😉

 

WerkInUitvoering

 

 

Fragment 1      

Er is iets met vader. Gisteren vermoedde ik dat alleen nog maar. Nu weet ik het zeker. Ik zie het aan de manier waarop hij binnenkomt, aan zijn zwijgen tijdens de maaltijd en bovenal aan de manier waarop hij de laatste dagen naar mij kijkt. Hij maakt zich zorgen, zorgen om mij. Ik voel het in mijn hart. Waarom in Allah’s naam? Ik ben er zeker van dat Omar tevreden is over mijn vorderingen. Berbers en Hebreeuws beheers ik intussen zo goed dat geen enkele woordspeling mij ontgaat. Ik spreek het intussen bijna net zo snel als het Arabisch van Al Andalus. Alleen de taal van de barbaren uit de gebieden ten noorden van de Tajo en Ebro blijf ik lastig vinden. Nou ja, eigenlijk kan ik daar niet zo veel aan doen. Vader schonk mij in het begin van de lente een eigen slavinnetje uit het verre Navarra, niet alleen omdat ik daar intussen met mijn veertien jaar oud genoeg voor ben, maar ook om mij te helpen de taal van haar land te leren. Helaas is Oncha om de een of andere vreemde reden doodsbang voor mij. Hoe ik ook mijn best doe om het meisje op haar gemak te stellen, ze blijft mij maar met haar grote blauwe angstogen aanstaren. In plaats van normaal te praten, zoals ik van haar vraag, mompelt ze maar wat binnensmonds. Oncha moest eens weten wat voor mazzel ze had om voor een zacht prijsje in ons huis opgenomen te worden. De handelaar uit Saragusta die haar meenam naar Qurtuba, bracht haar namelijk eerst naar de eunuchen die de harem van de emir beheren. Om de een of andere reden keurden die haar af. Waarom? Ik zou het niet weten. Oncha is welgevormd en zeker niet lelijk. Bovendien is ze helblond, iets waar de emir net als al zijn voorgangers dol op is. Een keer heb ik Oncha gedwongen om haar sluike goudgele lokken ter vergelijking naast mijn gitzwarte krullen te houden. Het contrast kon werkelijk niet groter zijn. Oncha werd er nog verlegener van dan ze al is, ook al glimlachte ik nog zo vriendelijk naar haar.

 

Titelfoto Schaduwlanden 940x198 pixels

 

Fragment 2

‘Vrede zij met allen die hier bijeen zijn om de wil van emir Abd Al-Rahman aan te horen.’
In de grote paleiszaal klinkt vaders stem vreemd hol, alsof hij van een enorme afstand tot ons spreekt. Maar dat is helemaal niet zo. Van de plek voor de estrade, waar ik op eerbiedige afstand achter de drie gezanten neerkniel op de koude mozaïekvloer, kan ik zijn gezicht duidelijk zien, ja zelfs de neutrale hofmeesterblik waarmee hij naar ons kijkt.
Vanuit mijn gebogen houding waag ik het om een korte blik te werpen op de lege troon. In gedachten herhaal ik vaders woorden van vanmorgen.
Emir Abd Al-Rahman is een man van beschaving. Heb daarom geen angst in zijn nabijheid, Alya. Bedenk wel dat hij zelden andere vrouwen ziet dan die in zijn harem of hun slavinnen. Als hij de gezanten toestaat om overeind te komen, blijf jij waar je bent. Richt je alleen op als Abd Al-Rahman dat beveelt. Ik verwacht niet dat hij jou vragen zal stellen. De emir kent je talenten. Hij zal waarschijnlijk enkel zijn gezanten toespreken om hen zijn instructies mee te geven. Mocht hij je toch aanspreken, dan zul je weten hoe te antwoorden, Alya. Je bent mijn dochter.
Een dreunende gongslag… Ik druk mijn voorhoofd tegen de koude steen en wacht op wat komen gaat. Terwijl het geluid tergend langzaam wegsterft, bonst mijn hart zo luid dat ik me afvraag of de gezanten voor mij het zullen horen.
Voetstappen doorbreken de stilte. Even nadat ze ophouden klinkt een stem.
‘Jullie mogen staan.’ Meer niet.

 

 

Keuzes

Wat een vage titel, zullen heel wat lezers denken. Ons leven bestaat nu eenmaal elke dag opnieuw uit een eindeloze reeks keuzes. Hoe meer vrijheid je hebt, hoe langer de rij beslissingen wordt die je na het opstaan vroeg of laat zult moeten nemen. Dat is al helemaal zo als je zoals ik pensionado bent en elke morgen opnieuw geheel zelf kunt beslissen wat je met die zoveelste nieuwe dag van je leven zult gaan doen. Welke sokken trek ik aan? Ga ik eerst douchen of lees ik eerst de krant? Is het weer goed genoeg voor een fikse ochtendwandeling of regent het en kies ik voor een droog plekje in de sportschool?

Wees gerust, lezers. Ik ga niemand vermoeien met dit soort belangwekkende afwegingen. Ik schrijf op deze plek over schrijven, schrijvers en schrijfsels. Heb ik het hier dus over keuzes, dan doel ik op keuzes waar het schrijven mij voor stelt en niets anders dan dat.
Natuurlijk is er een aanleiding om het daar nu juist vanavond over te hebben. Die aanleiding bestaat uit een heel bijzonder moment. Hoe bijzonder? Dat begrijpen zeker weten alle medeschrijvers die ooit hetzelfde meemaakten. Een uurtje geleden begon ‘Winterwende’, mijn eerste manuscript van romanlengte aan de (in dit geval digitale) weg naar een (mogelijke) uitgever. Een mijlpaal? Jawel, maar niet de eerste en hopelijk ook niet de laatste. Voor mij (en ik zal daarin wel niet de enige zijn) was misschien wel de mooiste mijlpaal in mijn schrijvende leven toen voor de allereerste keer iets dat ik bedacht en opschreef door iemand de moeite waard werd geacht om het in gedrukte vorm de wereld in te sturen; mijn allereerste gepubliceerde verhaal dus. Ach ja, wat later concludeerde ik dat die prestatie niet echt wereldschokkend was, omdat het ging om een schrijfwedstrijd waarin de kans op publicatie de 50% naderde. En toch… dat moment was, hoe onterecht misschien, mooier dan al het volgende, mooier zelfs dan die keer, een paar jaar later, dat ik tweede werd in een wedstrijd met rond de 350 deelnemers.

Ik dwaal af. Het ging dus over keuzes. En nu ga ik concreet worden. De vraag die mij met regelmaat bezighoudt is of het wel slim is om datgene wat je schrijft enkel en alleen af te laten hangen van wat er toevallig in je opkomt. Jazeker, zullen velen zeggen. In schrijven moet je je gevoel volgen en dus gewoon schrijven wat je wilt schrijven. In mijn geval gaat dat dan al snel de min of meer fantastische kant op. Ik houd gewoon van alles wat exotisch, ver weg of onbekend is. Niet voor niets bestaat mijn eerste langere publicatie uit een bundel pure fantasyverhalen. Spijt heb ik daar absoluut niet van. Die bundel (Traisha en het Ei) kreeg mooie recensies. Maar er is een keerzijde. Om te beginnen lopen verhalenbundels qua verkoop voor geen meter, vergeleken met ‘gewone’ romans. En verder is het in Nederland ongelofelijk lastig om een fantasyboek uit te brengen dat de concurrentie aankan met de stortvloed aan vertaalde Engelstalige titels. Zonder anderen tekort te doen, denk ik dat zoiets de laatste paar jaar alleen Thomas Olde Heuvelt en Natalie Koch een beetje gelukt is.

Om met de deur in huis te vallen, dat alles bracht mij nog niet zo lang geleden tot een duidelijke keuze. Ik laat die fantasy absoluut niet vallen. Daarvoor vind ik het simpelweg een veel te leuk genre. Ik blijf dus zeker weten met regelmaat meedoen aan schrijfwedstrijden in het fantastische genre en zal mijn best doen om daar de komende jaren nog een keer een mooie bundel van uit te brengen.
Maar wél geef ik bij deze voorgoed de illusie op om tussen de stortvloed van lijvige fantasy-trilogieën, al dan niet Engelstalig, iets uit te brengen dat past in het rijtje Hobb-Jordan-Martin-Williams-Goodkind en ga zo maar door.
Gelukkig heb ik een alternatief. Exotisch en ver weg past ook bij een ander genre en wel een dat ik net zo mooi vind als die fantasy. Als ik ‘ver weg’ even vertaal als ‘lang geleden’ kom ik uit bij het genre van de historische roman. Dat is dus bijvoorbeeld ‘Winterwende’, een prehistorische roman, die speelt in de tijd van de rendierjagers. Dat is ook mijn volgende project, een verhaal dat speelt in de negende eeuw en van start gaat in het Emiraat van Cordoba. Meer kan ik daar voorlopig niets over zeggen. Ook dat wordt weer een kwestie van keuzes….

Deadlineschuiverij

Dat ik verschillende maanden op rij niets op dit blog heb laten horen, is absoluut geen toeval. Het was heel bewust. De oorzaak heeft twee verschillende namen. De eerste heet Winterwende, de tweede heet ‘schuivende deadlines’.
Dat vraagt natuurlijk om uitleg. Goed, ik zal mijn best doen…

Zo’n vijf jaar geleden schreef ik tijdens de jaarlijkse schrijfmarathon van de website Zinniger Zinnen de eerste versie van mijn prehistorische YA-roman Winterwende, althans het eerste deel daarvan. Tot nog toe niets aan de hand. Verhalen zijn er nu eenmaal om af te maken, waar of niet. Nu is er niets mis met het een tijdje laten liggen van een verhaal. Dat wordt in schrijfboeken of op sites als Schrijven Online met regelmaat gepropageerd als een probaat middel om afstand van je schrijfsel te nemen en er dan na een maand of wat met een frisse blik weer mee aan de slag te gaan. Oké, zo ga ik dat dus ook doen, dacht ik dus. Er zijn immers zo veel andere schrijfuitdagingen, een schrijfwedstrijd hier, een 120W-verhaaltje daar, een verhalenbundel die je ‘even’ voorrang geeft en ga zo maar door. Het duurde een tijd voordat ik doorhad dat ik mezelf voor de gek hield. Wat is mijn probleem? Ik ben een onverbeterlijke deadlinevoormijuitschuiver. Ik weet elke dag en elke week opnieuw een rechtvaardiging te vinden voor het laten liggen van het verhaal dat ik in mijn eerste plannen al lang voltooid zou hebben. Niet dat ik lui of improductief ben, verre van dat. Het digitaal archief op mijn computer dijt gestaag uit, zo zeer dat ik regelmatig moeite heb om een verhaalaanzet of ander schrijfsel nog terug te vinden. Ook de stapel volgeschreven notitieboekjes groeit en groeit. Het probleem is ook niet echt dat ik nooit iets afrond. Jawel, dat doe ik heus met enige regelmaat en gelukkig ook af en toe succesvol. Alleen… het is zelden datgene wat ik me voorgenomen had, maar net weer iets anders, waar ik in een plotselinge opwelling aan begon.

Er is een sprankje hoop aan de horizon wat mijn probleem betreft. Vandaag tikte ik dan eindelijk de slotzin van Winterwende in. Niet dat het meteen naar uitgeverijen kan. De herschrijf voor ‘al die kleine dingetjes’, zoals dubbele spaties, vergeten aanhalingstekens, onnodige stopwoordjes enzovoort moet er nog overheen. Daarnaast heb ik de slothoofdstukken herschreven en wacht ik zeker weten eerst af wat mijn proeflezers daarvan vinden.
Toch had die allerlaatste punt effect op mij. Ik heb namelijk nog een andere eigenaardigheid. Ik ben beter en hardnekkiger in afronden dan in afmaken. Zo gauw ik een verhaal eenmaal voltooid heb, blijf ik zoeken naar dingen die beter zouden kunnen en of moeten. Dan heb ik niet langer de neiging dat voor mij uit te schuiven. Integendeel, dan bijt ik mij er in vast.
Daarom twee mededelingen. De eerste is dat Winterwende nu echt binnenkort naar een paar uitgevers gaat. De tweede is dat ik dat feit ga vieren door weer minimaal elke maand een blog te schrijven. Zo gauw ik dat laat versloffen, weten jullie hoe laat het is. Dan ben ik bezig aan een nieuw manuscript en ben ik opnieuw aan het schuiven geslagen. ;-(

 

Promotie en hoe maak je een eigen promo-CD?

Tot aan het verschijnen van mijn eerste verhalenbundel (‘Traisha en het Ei’) heb ik me nooit zo verdiept in de vraag waarom en hoe je je schrijfsels moet promoten. Dat vond ik verspilde moeite. Eerst moet er iets zijn om promotie voor te maken, was mijn standpunt. Zo lang ik enkel korte verhalen in uiteenlopende bundels publiceerde, vond ik dat nog niet aan de orde. Met het uitkomen van die bundel kon ik er echter niet meer onderuit. Mooie recensies (en die waren er gelukkig genoeg) strelen natuurlijk je ego, maar de ervaring leert dat je er zonder enige naamsbekendheid verder weinig aan hebt, tenminste als je het over de verkoop van je boek of bundel gaat. Concreet gesteld; een lovende recensie, bijvoorbeeld op Hebban, levert je hooguit een paar extra verkochte exemplaren op. Naast recensies blijft een stuk promotie voor een beginnend schrijver (zo zie ik mijzelf nog altijd) onmisbaar.

Nu is en blijft de beste promotie natuurlijk het schrijven van goede verhalen en boeken. Het kan iemand incidenteel lukken om met een intensieve promotiecampagne (denk aan interviews, krantenartikelen, boektrailers enzovoort) ook als relatief onbekende schrijver meteen een redelijk aantal boeken af te zetten. Maar als de lezers na het lezen in meerderheid teleurgesteld zijn, kun je dat kunstje denk ik maar één keer uithalen.
Toch ontkomt geen schrijver die de ambitie heeft om bekender te worden aan enige promotie. Je moet al over een uitzonderlijk talent beschikken en/of heel veel geluk hebben om ‘zo maar’ door te breken. Ik heb in deze blog niet de pretentie om alle mogelijkheden de revue te laten passeren, maar houd het heel concreet. Komende zondag (ik schrijf dit op 25 november, dus gaat het om zondag 29 november) ben ik vanaf 12.00 uur aanwezig op de door Quasis georganiseerde schrijversmarkt bij boekhandel de Klerk in Leidersdorp en krijg daar met een hele rits medeschrijvers de gelegenheid mijn boeken aan de man of vrouw te brengen. Zie de volgende link:

http://www.facebook.com/events/1680188712196330/

Quasis schrijversmarkt

 

Natuurlijk ga ik zondag mijn twee tot nu toe gepubliceerde boeken verkopen. Naast mijn fantasyverhalenbundel is dat ‘IJstijd’, een prehistorisch jeugdverhaal voor 10-13 jaar, eind 2010 als ‘Vlaams Filmpje’ uitgegeven bij het Vlaamse Averbode. De oplage was ongeveer 7000 exemplaren. Dat is in in het Nederlands taalgebied erg veel. De verklaring is simpel. De serie ‘Vlaamse Filmpjes’ bestaat al 85 jaar en de kinderen uit bovenbouw van de Vlaamse lagere scholen kunnen er een jaarabonnement op nemen, vergelijkbaar met Nederlandse jeugdtijdschriften als de vroegere taptoe. Het aantal abonnementen schijnt elk jaar terug te lopen, maar het zijn er ook nu nog altijd duizenden.

Afgelopen week ben ik druk bezig geweest om voor zondag (en uiteraard ook voor latere gelegenheden) een extraatje te fabriceren voor de kopers van ‘IJstijd’ of ‘Traisha en het ei’. Wat heb ik gedaan? Omdat ik thuis nog een hele stapel lege DVD-hoesjes en een flinke voorraad onbeschreven ceedeetjes had liggen, kwam ik op het idee om daar een promo-CD met een aantal oude en nieuwe verhalen in epub-formaat van te brouwen. Voor het resultaat zie de foto hieronder. De kopers van ‘Traisha en het Ei’ (die bundel kost € 14,50) krijgen alléén op de schrijversmarkt het boek plus de bonus-CD met twaalf epubs voor € 15,- Dan leg ik op die CD een kleinigheid toe, maar daarvoor is het dan ook een promo-CD. Bijkomend voordeel, zowel voor koper als verkoper, is dat een ronde prijs altijd een hoop gedoe met kleingeld voorkomt. 😉
Welke verhalen staan er als epub (leesbaar op PC, laptop, tablet, smartphone of ereader) op? Dat verraad ik hier niet, maar het staat wel op de achterzijde …

 

IMG_20151125_164456

 

Als afsluiter wat praktische tips voor mensen die willen weten wat ik in welke volgorde gedaan heb. Een kleine waarschuwing is op zijn plaats. Er gaan alles bij elkaar best wat uren in zitten, tijd die ikzelf als pensionado gelukkig voldoende heb. Reken er op dat je gauw drie tot vier avonden bezig bent met de achtereenvolgende stappen, afhankelijk natuurlijk van je handigheid in dit soort karweitjes en welke programma’s je kent en eventueel al eerder gebruikt heb. Nog een kanttekening: ik heb enkel epubs van korte verhalen gemaakt. Als je weet hoe, kan dat vrij snel en eenvoudig. Wil je een boek in epub-vorm uitgeven, dan wordt het een stuk ingewikkelder. Bovendien moet je je afvragen of je wel een volledig boek in epubvorm als gratis (of bijna gratis) promotiemateriaal wilt gebruiken.

Dan nu mijn stappenplan (een iets andere volgorde is natuurlijk ook mogelijk):

  1. Selecteren van geschikte verhalen en een volgorde vaststellen.
  2. De verhalen (simpelweg vanuit Word) omzetten naar epubformaat. Dat kun je gewoon online doen via           http://ebook.online-convert.com/convert-to-epub
  3. Vis ze na het converteren uit je downloadmap en verzamel ze in een nieuwe map met een duidelijke naam als Promo-CD.
  4. Zoek een passende afbeelding (gewoon jpg is prima) of maak een mooie beginpagina. Dat laatste heb ik met Publisher gedaan, maar het kan op vele manieren, desnoods ook gewoon in word (dan wel opslaan als jpg/jpeg…).
  5. Download het gratis programma Sigil, waarmee je epubs kunt bewerken. Open een epub in de map die je bij stap 3 gemaakt hebt. Kies in Sigil voor ‘Boekweergave’ om de normale layout te zien.
  6. Plak je beginafbeelding of cover voor het begin van je verhaal.
  7. Controleer op een paar verschillende apparaten (bijvoorbeeld tablet en een ereader die epubs herkent) of je cover of afbeelding (liefst jpg) ongeveer paginavullend is. Vaak is de afbeelding te groot. De snelste manier om die te verkleinen is met Paint, een programma waarover normaal iedereen beschikt. Kies daar voor ‘Formaat wijzigen’ en vergroot of verklein het percentage tot je tevreden bent. Na een paar keer doen word je daar steeds handiger in.
  8. Als je wilt, kun je ook snel een ‘echte’ cover in Sigil invoegen. Dat is niet erg ingewikkeld als je de handleiding leest. Je kunt het resultaat snel beoordelen met Adobe Digital Editions, als je de epub tenminste opnieuw in de juiste map opslaat, zodat je het met Adobe Digital Editions snel kunt vinden. Dat is sowieso de handigste ebook-epub-reader voor op de PC. Hoofdstukken maken, een inhoudsopgave enzovoort in Sigil maken is voor de echte volhouders, maar voor een ‘los’ verhaal onnodig.
  9. Als je bij alle verhalen tevreden bent over het resultaat, kun je de epubs (nummer ze met 01 – … , 02 – … enz.) meteen op een leeg ceedeetje branden. Een DVD- schijf kan natuurlijk ook, maar al die MB’s heb je niet nodig voor kleine bestanden als epubs. Ik heb Nero gebruikt, maar dat hoeft natuurlijk niet.
  10. Natuurlijk wil je ook een leuke CD/DVD-hoes voor je versgebrande epubschijfje. Zie mijn voorbeeld bij de tweede foto van dit blog. Op de achterzijde kun je dan de overige info kwijt. Ik heb de hoes via Publisher gemaakt, maar er zijn programma’s te over waarmee zoiets kan. Omdat ik geen kleurenprinter heb, ben ik met mijn usb-stick naar de printshop gegaan. Wie het ook zo doet, kan het Publisherbestand het beste eerst omzetten naar PDF. Dan weet je dat normaal gesproken het resultaat moet kloppen.
  11. De perfectionist maakt digitaal ook nog een mooi etiket. Dat kan ook in (bijvoorbeeld) Nero. Ik heb best een aardig handschrift als ik mijn best doe, dus ik heb de tekst op de schijfjes gewoon met een fijne marker geschreven.

Succes! Ik ben benieuwd of iemand iets aan mijn ervaringen op het epub-front heeft …

 

 

Mijn boek is af! Wat nu?

De titel van mijn blog zal voor iedereen die ooit een ‘echt boek’ voltooide wel herkenbaar zijn. Maanden of in veel gevallen jaren heb je, al dan niet met tussenpozen, heel je ziel en zaligheid in dat ene verhaal gestoken. Dan komt zo maar ineens het moment uit de lucht vallen dat je daar heel letterlijk een punt achter zet. Had ik daar zelf voor dat moment al eens bij stilgestaan? O ja, zeker had ik dat. Maar dat is heel iets anders dan het echt ervaren.

Hoe gaat dat dan? Beter gezegd, hoe ging dat bij mij op 13 september 2015? Het eerste wat ik op die dag om tien uur ‘s avonds voelde was regelrechte euforie. Hoe het verder ook zou gaan, mijn geesteskindje was vanaf het allereerste vage idee (ergens begin 2011) uitgegroeid tot een stevige, op het eerste gezicht kerngezonde knaap van 70.000 woorden. De voldoening die dat geeft, is met geen pen of toetsenbord te beschrijven. Nu, een paar dagen later, begrijp ik dan ook beter dat ik na mijn facebookbericht om het heugelijke nieuws te melden werkelijk overstelpt werd met likes en aanmoedigingen van zo ongeveer alle mensen die ik de afgelopen jaren via het schrijven heb leren kennen. De meesten van hen herkennen immers dat bijzondere moment óf zijn er naar toe aan het werken.

Hoe lang duurde mijn euforie? Hooguit vijf minuten, schat ik. Toen landde ik met een doffe dreun weer op aarde. Hoezo prestatie? Zijn niet zo ongeveer een miljoen Nederlanders bezig een boek te schrijven of hebben dat intussen gedaan? Niks mijlpaal! Wat ik zo net ‘gepresteerd’ had, was hooguit een tussenstapje, dat misschien ooit ergens toe zou leiden, maar misschien ook niet. En wat in mijn hoofd allemaal zo spannend en logisch opgebouwd lijkt, komt in het hoofd van een lezer misschien wel vooral warrig of, erger nog, saai over.

Is zo’n bijna tegengestelde reactie positief? Achteraf denk ik van wel, tenzij je in die fase blijft steken en zo ontmoedigd raakt dat je het manuscript terzijde schuift om het ergens in een la of uithoek van je digitaal archief een stille dood te laten sterven. Dat is natuurlijk doodzonde, maar wat mij betreft nog altijd minder erg dan die fase simpelweg overslaan. Dan heb ik het over schrijvers die zich na die laatste punt absoluut niet voor kunnen stellen dat er meer dan een enkele verdwaalde tikfout in hun manuscript zit en die hun ‘meesterwerk’ liefst dezelfde week nog via een POD-drukker op de wereld loslaten.
Om verontwaardigde reacties te voorkomen, nee, ik vind uitgeven in eigen beheer beslist niet minderwaardig. Integendeel, ik heb diepe bewondering voor auteurs (en ik ken daar minstens twee treffende voorbeelden van) die er in slagen via die weg een goed en succesvol boek te publiceren. Maar dan gaat het niet om mensen zonder enige vorm van zelfkritiek, maar juist om mensen die superkritisch op zichzelf zijn en ook nog eens van alle markten thuis. Ja, Jasper en Sophia, ik heb het nu in de eerste plaats over jullie …

De goede lezer heeft al geraden dat die fase van overdreven relativering bij mij best snel overdreef.  Nou ja, niet binnen vijf minuten, maar gelukkig wel binnen een dag. Op de avond van 14 september was ik al weer bezig met het sturen van mails naar mijn proeflezers, met nadenken over de ‘herschrijf’ en de vraag hoeveel tijd ik daarvoor uit zal moeten trekken. Helemaal blanco hoef ik daar niet aan te beginnen, want ergens halverwege het verhaal had ik al de eerste dertigduizend woorden naar mijn proeflezers gestuurd. Dat leverde zo veel nuttig commentaar op, dat ik al heel snel met het herschrijven van de eerste hoofdstukken kan beginnen, sterker, dat ik daar intussen al mee bezig ben. Hoe ik dat aan wil gaan pakken en vooral waarom is een verhaal op zichzelf. Dat bewaar ik liever voor mijn volgende blog …

 

bigstock-Mammoth-Dawn-6138025

Bibliotheekperikelen

Toen ik vanmorgen uit het raam keek en het druilerige weer zag, besloot ik meteen aan een karweitje te beginnen dat ik me al langer voorgenomen had. Ik ging in de catalogus van onze bibliotheek (Panningen) eens kijken hoe het stond met de uitgaven die ik daar de afgelopen jaren (de eerste een jaar of vijf geleden) had afgeleverd om ze in de collectie op te nemen. Wat bleek? Alleen mijn prehistorisch jeugdverhaal (‘IJstijd’) en één enkele bundel waren nog aanwezig. De rest (een stuk of vijf andere bundels) lag intussen bij een andere vestiging. Hoe dat kan? Daar was ik na een telefoontje snel achter. Tot voor kort hanteerden de bibliotheken hier in de regio (Noord-Limburg) het systeem om veel van hun boeken van vestiging naar vestiging te laten rouleren.
Echt leuk vond ik die ontdekking niet. Ik denk dat bijna elke auteur het wel fijn vindt als zijn of haar schrijfsels in de plaatselijke bibliotheek liggen en daar bekeken en/of geleend kunnen worden. En blij word je er dan niet van als blijkt dat na een maand of wat de meeste exemplaren verdwenen zijn naar een vestiging aan de andere kant van de Maas.
Gelukkig hoorde ik dat onlangs het systeem zo veranderd is dat alle boeken (tot ze afgeschreven worden) nu wel in de vestiging blijven waar ze besteld of afgeleverd zijn. Dan hoef je dus geen vijf of zes exemplaren meer te investeren om er zeker van te zijn dat je boek of bundel niet snel verhuist. Met die wetenschap ging ik aan de slag, selecteerde negen bundels plus natuurlijk mijn eigen uitgave (‘Traïsha en het Ei’) en toog daar mee naar de bibliotheek. Zie het rijtje hieronder.

IMG_20150804_182808

In dit geval heb ik het bij het fantastische genre gehouden, vooral om praktische redenen. De bibliothecaresse die mij hielp, heeft het in de vakantieperiode behoorlijk druk. En elke bundel moet wel in het systeem opgenomen worden en ‘uitleenklaar’ gemaakt worden. Daarom doe ik het in etappes. Hieronder het rijtje dat nog in aanmerking komt. Daar zijn ook bundels met ‘gewone verhalen’ bij. Ik moet nog even nadenken wat ik daarvan graag in de bibliotheek zou zien. Een paar laat ik er zeker uit, zoals de laatste twee rechtsonder (zie foto hier beneden). Dat zijn namelijk de jaarbundels van de Schrijfwebsite Zinniger Zinnen. Die zijn voor een kleine kring bedoeld en niet voor de online-verkoop en zo. En de twee jeugdbundels uit de ‘Gentasia-reeks’ rechtsboven op dezelfde foto moet ik eerst bijbestellen. Ik ga natuurlijk niet mijn enige exemplaar naar de bieb brengen.

IMG_20150804_1944401

Nu vragen lezers van dit stukje zich misschien af of bibliotheken dan zelf geen boeken bestellen? Ja, natuurlijk doen ze dat, maar dat zijn slechts zelden in een bescheiden oplage uitgekomen bundels en ook maar een klein deel van de alle zelfstandige publicaties, zoals ‘Traïsha en het Ei’. Het toeval wil dat in verschillende omliggende regio’s mijn  bundel wél op basis van de (gelukkig heel positieve) Biblionrecensie door bibliotheken besteld werd, maar helaas niet in mijn eigen woonplaats. Overigens vermoed ik geen boze opzet. Ik ben gewoon nog niet bekend genoeg om bij het lezen van mijn naam allerlei belletjes te laten rinkelen … Natuurlijk had ik gelijk bij het uitkomen van de bundel een mailtje naar de bibliotheek kunnen sturen met de mededeling dat er een uitgave van een plaatsgenoot aan zat te komen en of ze die heel alsjeblieft wilden bestellen. Maar ergens wil ik dat niet. Ze bestellen het uit eigen beweging of anders maar niet, is daarbij mijn gedachte. Niet slim misschien, maar ja, zo werkt dat bij nu eenmaal bij mij. Het is voor medeschrijvers wél een punt om te overwegen. Er zullen er genoeg zijn die daar assertiever en minder principieel in zijn en gelijk naar de bieb stappen.

Daarmee heb ik meteen aangegeven waarom ik deze blog plaatste. Ik weet dat die (tot nu toe) voornamelijk door medeschrijvers gelezen wordt. Misschien zit er iets nuttigs tussen, waar anderen in ongeveer dezelfde situatie hun voordeel mee kunnen doen.

Titels die in bibliotheken liggen, brengen ook leengeld op. Dat wordt geregeld via de stichting Lira, waar je je dan wel als schrijver moet registereren. Niet dat dat je er rijk van wordt trouwens. Van mijn laatste uitbetaling had ik net een frietje met plus een snack kunnen bekostigen. 😉 De boodschap is dus dat je het daarvoor niet hoeft te doen, tenzij je er natuurlijk in slaagt een van die overbekende namen te worden. Er zijn zeker wat Nederlandse schrijvers die via dat leengeld een behoorlijk bedrag per jaar bijverdienen. Maar als percentage van alle auteurs met publicaties in bibliotheken is dat een heel klein groepje. Ik heb de cijfers eens ergens gelezen, maar heb die niet meer paraat.

Tot slot: Toevallig was er vandaag in onze bibliotheek uitverkoop van afgeschreven boeken. Daar zit altijd wel iets van mijn gading tussen, ook nu dus. De bibliothecaresse was zo aardig om mij de uitgezochte stapel  boeken als tegenprestatie gratis mee te geven. Hieronder een deel van de ‘buit’ …

IMG_20150804_165949
Mijn eerstvolgende blog ga ik dan eindelijk weer eens aan het schrijven zelf wijden. Dan ga ik in op mijn laatste publicaties, hoe het staat met ‘Winterwende’, mijn prehistorisch manuscript en mijn verdere schrijfplannen voor 2015 en 2016. Om daar vast een stukje op vooruit te lopen, in elk geval ga ik mijn prioriteiten van al die losse verhalen in allerhande wedstrijdbundels verleggen naar zelfstandige publicaties. Binnen een week meer daarover!

FentasiaFest Meppel – 25 en 26 juli

Met een tiental medeschrijvers was ik in het weekend van 25 en 26 juli present bij Fentasiafest in Meppel, een jaarlijks fantasyfestijn in de trant van Castlefest of Elfia, maar dan kleinschaliger. FentasiaFest steunt vrijwel 100% op vrijwilligerswerk en daarom zijn de prijzen (entree, horeca) heel wat bescheidener dan op die grotere festivals. Daarom was het extra sneu dat uitgerekend dit evenement op de zaterdag te maken kreeg met de ergste zomerstorm in vijf jaar. Eerst leek het nog een beetje mee te gaan vallen, maar tegen het einde van de middag sloeg het noodlot, in de vorm van een reeks heftige stormvlagen, alsnog toe. Drie van de grotere tenten hielden het niet meer, waaronder de ‘auteurstent’ waar wij onze boeken uitgestald hadden. Gelukkig zagen we de rampspoed aankomen  en wisten we allemaal onze boeken tijdig in te pakken om ze naar een droge plek te versjouwen. Hieronder een foto van het laatste uurtje waarin de verkoop nog (provisorisch) doorging. Nou ja, verkoop? Weinig mensen vonden in deze storm, wind en regen de ‘boekentent’ nog. Maar de stemming leed er gelukkig geen moment onder.

FentasiaFest 25 juli 2015

 

 

De stralende zondag maakte gelukkig veel goed. Zie de eveneens stralende Christien Boomsma hieronder. 😉

 

FentasiaFest 26 juli 2015 - Christien

 

Op rustige momenten, als er even geen (fantasy)boekenliefhebbers in het vizier waren, was er ook gelegenheid om vast een blik te werpen in de eigen aankopen, in dit geval ‘Hoe schrijf ik Fantasy en Sciencefiction’ van de (ook aanwezige) Martijn Lindeboom en Debbie van der Zande.

FentasiaFest 26 juli 2015

 

Na deze sfeerschets van FentasiaFest wordt het weer eens tijd een meer persoonlijke blog te plaatsen om mijn nieuwste publicaties te melden en te vertellen hoe de stand van zaken is bij ‘Winterwende’, mijn prehistorisch manuscript.

Die blog volgt binnen een week … Beloofd!